Posts tonen met het label fauna. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fauna. Alle posts tonen

zondag 23 december 2012

Steenmarters en mensen

Bovenstaand filmpje is van een zogenaamde 'bos'steenmarter. Het grootste deel van zijn territorium ligt in het bos. Ondanks dat er een aantal zomerhuisjes staat, verkiest hij toch meer natuurlijke dagrust- en nestplaatsen. 

Dieren heb je in soorten en maten. De ene bekoort ons mensen meer dan de andere. Althans,  door de bank genomen is dat zo. Ik ben daarin geen uitzondering. Zoogdieren kunnen bijvoorbeeld rekenen op mijn warme belangstelling en binnen die groep heb ik ook weer mijn voorkeur. Ik vind op de ene of andere manier vooral dieren leuk die door anderen worden verguisd. Ik hoef alleen maar het woord steenmarter noemen en bij mijn vader gaan al zijn haren (voor zover hij die nog heeft) recht overeind staan.

Vorig jaar had hij de pech dat een steenmarter zijn gloednieuwe auto uitkoos om eens lekker aan wat leidingen te knagen. Tot drie keer toe moest hij met de auto naar de garage om de boel te laten repareren. Resultaat: honderden euro’s schade, die hij van mijn erfenis zou aftrekken. Want het waren wel mijn marters, vond hij.

Mijn vader maakte gelukkig een grapje, maar ik spreek geregeld mensen die er wel zo over denken en stellen me bijvoorbeeld na een lezing persoonlijk verantwoordelijk voor hun 'steenmarterleed'.  Of ik even kan zorgen dat die steenmarter ‘weg’ gaat. Meestal geef ik wat adviezen over hoe je je huis steenmarter-proof maakt. Dat is meestal niet het goede antwoord. Weg is in dit geval meestal een synoniem voor dood. Maar doden heeft, los van het feit dat het niet mag, meestal geen zin.

Sterke dieren
Steenmarters zijn buitengewoon territoriaal. In de marge van de sterke dieren met een stevig territorium leven allerlei ‘randmarters’. Zodra zo’n goed territorium vrij valt, staan de anderen te trappelen om de vrijgekomen plek in bezit te nemen. En niet zelden neemt de overlast dan toe, want die nieuwe marter wil de sporen van zijn voorganger zoveel mogelijk uitwissen.

Voor er misverstanden optreden, ik zal de laatste zijn die zegt dat mensen maar wat zeuren. Ik begrijp heel goed dat je een steenmarter die de hele boel boven je plafond onder piest en poept, niet opneemt in je vriendenkring. Maar wees vooral blij als hij bijvoorbeeld je oude schuurtje of houtopslag als vaste woonplek heeft uitgekozen. Het zijn net als wij gewoontedieren en blijft hij daar lekker zitten. 

Nadat de steenmarter door bejaging bijna was uitgestorven in Nederland, breidt hij zich nu weer uit waardoor de kans op een onvrijwillige ontmoeting zal toenemen. Maar ook de groei van de steenmarterpopulatie zit een grens. Zoals ik al zei, ze houden er niet zo van om met zijn allen op een kluitje te zitten. Ze willen een beetje privacy. Ook wat dat betreft zijn het net mensen. 

zondag 11 november 2012

Natuurspoorjournaal #25 - Snipperraadsel

Versnipperd beukenblad op het plantsoengras.
Op het gemeentegazon vlak bij mijn huis wordt met man en macht gewerkt om de gevallen beukenbladeren van het plantsoengras te harken. Ik voel me wel een beetje schuldig dat ik niet meedoe aan deze collectieve opruimactie. Ik ben niet zo van al dat gehark. Of beter, ik ben in het geheel niet zo'n tuinman. Uit luiheid en uit principe. 

Ik kan me trouwens wel voorstellen dat je zo'n verstikkend pak beukenbladeren van het gazon haalt. Veel groener zal het er niet van worden. De fout ligt wat mij betreft al bij het begrip gazon. Ik heb echter geaccepteerd dat veel buurtgenoten een gazon mooier vinden dan meer natuurlijk biotoop. Mijn anarchistische opvattingen beperk ik dan ook tot mijn eigen tuin. Maar stel, gazon is het 'buurtnatuurdoeltype' dan moet je beukenblad verwijderen. Anders wordt het niks. Ik heb ooit geleerd dat beukenblad nogal slecht verteerd. Maar vandaag viel me op de terugweg van een struintochtje toch iets geks op. Een groot deel van de het vers gevallen beukenblad was al in kleine stukjes gesnipperd. 

Misschien wordt het veroorzaakt door het harken van de bladeren, maar als je de randen van de bladstukjes bekijkt lijkt het meer op vraat. Ik kan echter nergens (lees op internet of in boeken) vinden of er een insect is dat relatief vers beukenblad op deze manier in stukjes knipt. Regenwormen doen dat wel weet ik, maar die trekken een blad eerst de grond in. Kortom, zo word ik op deze mooie zondag ze maar weer opgezadeld met een raadsel. En ik had me nog zo voorgenomen om vandaag mijn tijd niet te verlummelen. En dat is met het tikken van dit stukje gruwelijk mislukt. Ik kan maar beter gaan bladharken. Dan doe ik tenminste iets nuttigs.  

zaterdag 15 september 2012

Natuurspoorjournaal #19 - Tunnelvisie

'Dat werkt toch helemaal niet zo'n tunnel? Het enige wat er doorheen gaat is lucht.' Leuke hobby om goed bedoelde maatregelen voor dieren een beetje belachelijk te maken. Want een egel meer of minder, wie ligt daar nu wakker van? Ik herinner me bijvoorbeeld nog goed hoe twee van mijn 'voetbalvriendjes' trots kwamen vertellen hoe ze een spreeuw aan gort hadden gereden. 'Hij zat echt muurvast in de grille van de auto. Hahahaha.' En tot mijn grote schrik zag ik onlangs hoe een man in een grote V8-pick up nog even naar rechts stuurde om de kraai, die zich te goed deed aan een eerder verkeersslachtoffer, vol te kunnen raken. Een grote wolk veren dwarrelde als een zwarte sneeuw op het wegdek. De partner van de kraai in kwestie - kraaien vormen paren voor het leven - vloog luid krassend weg. 'Hahahahaha, die was goed raak. Zag je dat...' Deze laatste woorden heb ik verzonnen, maar ik denk dat ze een slap aftreksel zijn van de werkelijkheid.
Goed, dat waren vogels en veel vogels vliegen gelukkig weg als er zo'n monster nadert, maar de meeste zoogdieren doen of kunnen dat niet. Domweg omdat ze het fenomeen auto niet begrijpen. Ze liepen daar al honderd keer eerder langs en toen ging het ook goed. Een egel rolt zich misschien nog op, want dat is wat hij geleerd heeft te doen bij dreigend gevaar. Maar zelfs dat, in de natuurlijke wereld redelijk effectieve mechanisme, is niet opgewassen tegen duizend kilo razende welvaart. 
Gelukkig zijn er instanties als de provincie die belastinggeld uitgeven voor de aanleg van geleidingsrasters en faunatunnels. En gisteren heb ik, ondanks alle sceptische geluiden, weer een tunnel (bij de N34) gezien waar dassen intensief gebruik van maken. Helaas lag 200 meter verderop een aangereden boommarter. Marters snappen naast het fenomeen auto ook het goed bedoelde hulpmiddel raster niet. 'Het zijn gewoon domme beesten dus', zei laatst iemand op een lezing een beetje lacherig. 
Gelukkig zijn wij mensen allemaal heel erg slim. We zijn zelfs zo slim dat we mensen op de maan kunnen zetten en de allerkleinste deeltjes zichtbaar kunnen maken. Maar we zijn niet slim genoeg om voor marters een veilige oversteekmogelijkheid te bedenken. Of misschien kunnen we het wel, maar willen we het niet of vinden we het gewoon te duur. We lijden wat dat betreft collectief aan het extreme vorm van tunnelvisie. 

Nagelafdrukken van een das. Op de wissel naar de faunatunnel. 

zaterdag 8 september 2012

Natuurspoorjournaal #18 - De fantast

De kat (links) en de haas.
Hoe dicht kun je bij een dier komen? Of wanneer ben je het dichtste bij? Als je een loopspoor volgt en in  'gedachten' het dier ziet lopen (zie ook hier) of als je het daadwerkelijk ziet gaan? De ervaringen geven in ieder geval een totaal andere energie. In het eerste geval verplaats je je in het dier (of althans dat probeer je), in het tweede zie je het dier. Dat laatste geeft een adrenalinestoot, een kick. Een tijger, YES!
Bij thuiskomst vertel je wat je hebt gezien op je vakantie ergens in Azië: een tijger! Echt FAN-TAS-TISCH. Aan de nadruk waarmee je de woorden uitspreekt, merk je zelf dat de kick van de echte waarneming al begint te vervagen. Jammer eigenlijk.
Maar er is hoop. Ik merk dat beesten die ik niet gezien heb langer bij me blijven, dan de dieren die ik wel in levende lijve heb aanschouwd. Ik wandel bijvoorbeeld nog elke dag even met deze das naar de grote trosbosbes waar we allebei van snoepten. Hij (of zij) ietsje lager dan ik. En geregeld komen de kat en de haas even langs waarvan ik onlangs de schedel vond.
De vindplaats was opmerkelijk voor een kattenschedel, althans dat vond ik in eerste instantie. Een bosje in het midden van niets. Maar ook al die verwilderde katten gaan natuurlijk ooit en ergens dood. Een halve meter verder op lag een hazenschedel. Wat was het verband tussen die twee schedels of was het toeval? De kat en de haas... Het verhaal was begonnen. Ik kwam steeds dichterbij twee dieren die ik nooit in levende lijve heb gezien. De werkelijkheid deed er steeds minder toe.
Een echte wetenschapper zal ik dan ook wel nooit worden. Mijn vader had dat al veel eerder door dan ik en het ideale beroep voor mij bedacht: FANTAST.

woensdag 29 augustus 2012

Natuurspoorjournaal #17 - Engerlingen

Merel- en egelwerk op een mosgazon in Norg.
Het trekt natuurlijk wel wat bekijks als je in een woonwijk een gazon staat te fotograferen. Of misschien is mostapijt een betere kwalificatie. Want op het betreffende stukje groen, voeren de grasachtigen een verloren strijd. De losse structuur van dergelijke 'grasmatten' zijn eldorado's voor engerlingen en emelten, de larven van respectievelijk (mei)kevers en langpootmuggen.

Naast dat de larven zelf al behoorlijk wat schade aan je gazon kunnen aanrichten, doen merel en egel graag een extra duit in het zakje. Want zij zijn namelijk dol op die eiwitbommetjes. Beter voer is nauwelijks denkbaar. En wie eerst een horde merels op bezoek heeft gehad, gevolgd door een paar egels denkt al snel dat er een stel wilde zwijnen je tuin heeft omgeploegd.

Zo stond ik daar dus in een keurige woonwijk in Norg te genieten van deze natuurlijke braspartij. Naast mij stopte een heer in en auto die past bij de allure van de woonwijk.
'Dat zijn emelten. Ik heb een goedje gekocht dat je er over sproeit. Dan ben je er zo vanaf.'
'Euh, ja maar ik vind diersporen nogal leuk en ben zo verbaasd over wat die egels kunnen aanrichten.'
'Egels? Ik dacht meer aan merels,' zei de man.
'Ook. Maar die diepe putjes van zijn van egels. Kijk daar ligt nog een mooie egeldrol.'

De man stak even zijn hoofd wat verder uit het autoraam en reed toen snel verder. Ik zag nog net hoe hij iets tegen zijn dochtertje op de achterbank zei. Ik denk dat het ongeveer de volgende strekking had: Als je die mijnheer in dat groene pakje ooit tegenkomt moet je heel hard naar huis rennen en vragen of mamma de politie belt. Afgesproken?

vrijdag 24 augustus 2012

Natuurspoorjournaal #16 - Over egels en Noorderzon

Stadse egelpoep.
Noorderzon. Het is fijn om daar te zijn. Ik hou van kunst, van theater, van muziek. Ik geniet van mensen die dat doen waar ze heel goed in zijn en daarmee andere mensen verwonderen, irriteren of juist weer ontroeren.

Ik zag een leuke show van komiek Gigalov en genoot van het eigenzinnige geluid van The Silhouettes. Maar wat me het meest verwonderde was een visuele voorstelling in mijn eigen theater. In de hoofdrol een egel. Midden in de Oude Boteringesstraat, op weg naar het Noorderplantsoen, lag voor de Doopsgezinde kerk een kleine drol. Onmiskenbaar van zo'n uit de kluiten gewassen spitsmuis met stekels. Ik keek om me heen zag niets dan stenen. Op een enkele plek probeerde een grasspriet iets van de natuur te laten zien.

Maar ik zie hem gaan. Schuifelend door de stad, op zoek naar iets eetbaars. Ik hoor het gesnuffel, het gesmak als er toch ergens een stadsslak opduikt en ik zie voor me hoe hij even om het hoekje gaat om zijn behoefte te doen. Weet hij veel dat het niet zo netjes is vlak voor een kerkdeur. God zal het hem vast niet kwalijk nemen.

Zingen kan ik niet. Teken en schilderen is aan mij niet besteed. Een muziekinstrument begint spontaan te huilen zodra het in mijn handen valt. Ik ben geen kunstenaar. Helaas. Maar de kunst van het visualseren beheers ik tot in de puntjes. Jammer dat mijn theater maar heel klein is. Anders zou ik het graag met anderen delen. Het liefst ergens op Noorderzon.

dinsdag 14 augustus 2012

Dierspoorjournaal #15 - Ratten

Viersprong van een bruine rat. 
Leuke hobby, dat geouwehoer over diersporen. Maar zo af en toe slaat de twijfel toe. Zie ik dingen die er eigenlijk niet zijn of anders zijn dan ik ze wil zien. Vandaag liep ik even bij een nieuw aangelegde faunabuis langs. De buis loopt ongeveer parallel aan een beek onder de weg door. Voor de ingang van de buis waren tientallen prentjes te zien en nog beter, ze gingen de buis in. Hoera, het werkt.

De grote vraag is natuurlijk, welk beest had de buis ingewijd? Al snel zag ik dat het om prentjes van een woelrat- of bruine rat ging. Die zijn (meestal) lastig van elkaar te onderscheiden. En toch gaat mijn geest interessante dingen doen. Het was namelijk een typische setting voor een woelrat. En omdat die setting zo typisch is, ga je de feiten er vanzelf bij zien. Zoals in een heel slecht politie-onderzoek zeg maar.

Want toen ik wat beter keek, zag ik steeds meer prentjes in een 'viertje' bij elkaar staan. Dit spoortype is heel karakteristiek voor ware muizen. Ze ontstaan als bijvoorbeeld een bosmuis of bruine rat in 'sprong' is gaan. Soms overlappen de prenten van de achterpoten die van de voorpoten. Maar hier, zag ik een 'viertje' waarbij de grotere achterpoten met vijf tenen (soms zijn er maar drie of vier te zien) de kleinere voorpoten met vier tenen (meestal zijn er maar drie te zien) voorbij hadden gestreefd. Bent u er nog?

Dus of de woelratten in de Peestermaden waren zo jaloers op het elegante gehup van de bruine ratten dat ze zich in recordtempo hebben geëvolueerd tot halve kangoeroes of de bruine ratten in het gebied zijn buitengewoon lenig. Ik hou het voorlopig maar even op dat laatste.

vrijdag 3 augustus 2012

Vleugje wildernis #3 - Onzichtbaar mooi

Jonge vos op de uitkijk. Foto Jan Duker (www.janduker.nl)
'Kun je hier overdag ook vossen zien', vraagt E. mij terwijl we langs het Oude Robbegat in het Lauwersmeergebied wandelen. Hij heeft het nauwelijks gezegd of ik zie even verderop een prachtige vos scharrelen. Aan de forse kop en dito staart meen ik te kunnen opmaken dat het een rekel (mannetje) is. Minutenlang kunnen we hem volgen totdat hij door het duindoornstruweel uit het zicht raakt. 'Euh, ja dus', is mijn wat beduusde antwoord.

De vos is misschien wel het meest omstreden dier in de Nederlandse natuur, volgens mij schreef ik er al eerder over op dit blog. Er schieten mij dan ook meteen allerlei uitspraken te binnen van mensen die ik in mijn glansrijke loopbaan als boswachter heb ontmoet:
'Ik zie nooit een vos.'
'Er zijn veel te veel vossen. Ze vreten alles op.'
'Die moet je doodschieten van mijn vader.'
'Dassen zijn mooie beesten, maar vossen daar ben ik fel op.'
'Vossen verspreiden hele enge ziektes zei mijn buurman laatst.'
'Jij vindt toch ook dat er te veel vossen zijn?'
'De vossen hier opereren in roedels. Geen schaap is meer veilig op deze manier.' (ik verzin dit niet!)
'De vos is mijn lievelingsdier, omdat ze mooi zijn.'
Deze laatste uitspraak van een kind, doet me even terugdenken aan de film Le renard et l'enfant waarin een meisje vriendschap probeert te sluiten met een vos. Een sterk geromantiseerd verhaal natuurlijk, maar het geeft - net als bovengenoemde uitspraak - wel weer hoe je ook naar dergelijke dieren kunt kijken. Maar dat terzijde.

Terug naar het avontuur in het Lauwersmeer. Want niet veel later kreeg dat een spectaculair vervolg. Een andere vos - waarschijnlijk een moer - galoppeerde met een prooi in haar bek door het ondiepe water. Ze verdween in dezelfde richting als de rekel even daarvoor. Het leek me sterk dat het een paar was dat nog kleine jongen had, maar dat deed er even niet toe. Het was een fantastisch gezicht om een wild dier letterlijk en figuurlijk in haar element te zien. Dit beeld vergeet ik echt nooit meer.
E. probeerde op te sommen waar je in Nederland, in het wild overdag vossen kunt bekijken. Oostvaardersplassen, Noord-Hollandse duinen en verder? Misschien zijn er nog meer plekken, maar het is een feit dat het eerder uitzondering is dan regel. Wie vossen wil zien, moet een nachtbraker worden. Of jager. Want het schijnt dat jagers die een zogenaamde lichtbakvergunning hebben 's nachts ook struikelen over de vossen.
Ik vind (laat ik ook eens wat vinden) dat dit anders moet. Waarom vinden we het heel normaal dat je in diverse buitenlanden overdag struikelt over de wilde dieren, terwijl we het eenmaal weer thuis van vakantie net zo normaal vinden dat we veel wilde dieren naar de randen van de dag drukken? Een wandeling in de natuur wordt zoveel leuker als je ook beesten ziet. Toch? Om met Hans Sibbel (Lebbis) te spreken: 'Het kan, hè mensen. Het kan. Als we maar willen.'

Dit alles ging nog eens door me heen toen ik vanochtend op het Noordsche Veld een keutel van een vos vond. De drol bestond voornamelijk uit de restanten van tientallen mestkevers. Klotenbeesten, dacht ik. Ze vreten echt alles op. Glimlachend fietste ik verder. Misschien is de vos ook wel gewoon mijn lievelingsdier. Alleen al omdat ze zo mooi zijn.

zondag 29 juli 2012

Dierspoorjournaal #14 - Notenkraken

Aangegeten hazelnootdoppen door eekhoorn. 
Een natuurvriend heeft een berichtje achtergelaten op mijn voicemail. Hij heeft een cadeautje voor me. Een uur later staat hij voor de deur met een plastic zakje in zijn hand. In het zakje zitten een stuk of dertig halve hazelnootdoppen. Daar maak je me dolgelukkig mee!


 Ik zal het even toelichten voordat u vertwijfeld mijn vrouw belt om te vragen of ik gek aan het worden ben. De doppen van de onrijpe hazelnoten zijn aangegeten door eekhoorns en juist dat 'spoor' ontbrak nog in mijn verzameling. Net als bij sparren- en dennenkegels kun je aan de knaagsporen vrij goed zien wie de aanstichter is. Als je die restanten een beetje goed droogt, kun je ze tot in lengte van jaren bewaren. Zo heb ik in de loop der tijd een respectabel aantal assortibakken voor schroeven en spijkers voorzien van aangegeten notendoppen, sparrenkegels en dennenappels verzameld. Ik neem ze altijd mee naar lezingen en vooral kinderen vinden het razend interessant, net als mijn map met veren trouwens.


Daarnaast word ik zelf zoals gezegd ook heel blij van al die naturalia. Met verwondering bekijk in mijn nieuwe aanwinst en inspecteer de noot op tandafdrukken. Het lijkt erop dat een eekhoorn de noten splijt met een krachtige beet, in plaats van open knaagt. Blijkbaar lukt dat splijten niet altijd in een keer, want soms zie ik een indruk die een eerdere poging verraadt. Het lijkt dan net alsof zijn tanden 'uitglijden'. Ik probeer me even voor te stellen. Visualisatie is een onmisbaar instrument voor de sporenfreak. Ik pak er een loepje bij om alles nog beter te kunnen bestuderen. Hoe anders gaan ze te werk dan muizen. Fascinerend gewoon. 


 En dan heb ik een deja vu. Ik zie mezelf gebogen aan een donkereiken tafel met een loep iets bestuderend. Postzegels... En ik weet ook nog dat ik er vrij snel op uitgekeken was, tenzij er een dier op stond. Niet lang daarna verpatste ik al mijn postzegelboeken. Van de opbrengst kocht ik mijn eerste verrekijker. Van plastic.

zaterdag 19 mei 2012

Vleugje wildernis #2 - Eet smakelijk


Oranje aaskever in de bek van een dode bunzing.

De menselijke geest zit raar in elkaar. Of preciezer, de mijne. Dat leid ik even in. Een dik uur ben ik met M. en haar dochter L. op de heide bij Mensinge op zoek geweest naar adders en andere reptielen. Geen adders, wel drie levendbarende hagedissen. Een kleine teleurstelling, dat echter weer ruimschoots werd gecompenseerd door een jodelende wielewaal, een paar knisperende fluiters en dansende groentjes. Of te wel, het barstte van het leven en de goede zin. Tot zover niets aan de hand.

Op de weg terug naar de auto lopen we nog even langs een bewoonde vossenburcht. Rond deze kraamkamer van nieuw leven heerste dood en verderf. Er lag een half opgevreten wilde eend, de vleugels van een bergeend, de veren van een geplukte kip en dood bunzingmannetje. In zijn bek wemelde het van de aaskevers en doodgravers. 'Eet smakelijk', zei M. En ondanks dat L. een bikkel is, keek ze niet heel blij. Maar mijn hart maakte een sprongetje.

Ik bedoel maar, het is toch niet echt normaal dat je met de dood zo navrant in beeld een vreugdedansje maakt. Het is ook niet zo dat ik me nu al verheug op mijn eigen verscheiden. Sterker nog, ik heb het leven lief. Ik leef intens, voortdurend op het randje van oververmoeidheid omdat ik alles buiten wil meemaken. Voor je het weet doen de aaskevers en doodgravers zich te goed aan mijn stoffelijk overschot. (Misschien behoeft dit een kleine toelichting. Mijn jeugd was omgeven met de dood. Mijn opa's en oma's zijn allemaal relatief jong gestorven. Mijn moeder werd slechts 42. Ik ben nu 39.)

Terug naar die bunzing, de aaskevers en het waarom van dat 'hartsprongetje'. Ik weet het eerlijk gezegd ook niet precies. Waarom vind ik raven fascinerende beesten? En lammergieren, wolven, vossen? Dat ga ik de komende tijd uitzoeken in Vleugje wildernis. Want daar zit een verband. Die beesten doen me denken aan wildernis, als ik weet en überhaupt kan weten wat dat is. En de 'dood' heeft er ook iets mee te maken. Blijkbaar meer dan wielewalen en groentjes.

Nou ja, er is tussendoor natuurlijk ook nog genoeg tijd over om over allerlei leuke beesten te schrijven en mee te doen aan de goede dingen van het leven. Zoals genieten van zelfgebakken chocoladebrownies van meesterbakker L. na afloop van het uiterst genoeglijke tochtje over de overgecultiveerde heide van Mensinge. Inderdaad, eet smakelijk!

woensdag 21 maart 2012

Dierspoorjournaal #8 - Vandalistische reebok

Je bent een gezonde reebok en dus heb je een stevig gewei. Een zesender noemen ze dat geloof ik. Dat gewei is je trots, je laat zien hoe machtig en ‘gevaarlijk’ je eigenlijk bent. Andere bokken kunnen aan de hand van je gewei al een inschatting maken hoe de vlag er bij hangt. Ben je te verslaan of niet? Kortom, dat gewei is in een bokkenleven van groot belang.

Een bepaalde periode in het jaar word je echter gierend gek van dat gewei. En dat is ongeveer nu. De fluwelen bast die het hoorn nog bekleedt moet er af. Er wordt wel beweerd dat het op een gegeven moment gaat jeuken, maar eigenlijk komt het nog meer van binnenuit. Het is iets met hormonen, vertelde een Duitse reeenprofessor mij ooit. Ergens in dat bokkenlijf wordt het ‘beslist’: nu moet die bast er af. Nu. Schuren met die handel.

Daarvoor wordt een jong boompje uitgezocht, niet te dik. Een centimeter in doorsnede hoogstens. Het zijn dezelfde boompjes die ook elders in het jaar geschikt zijn om je geur op af te zetten, je territorium af te bakenen zoals dat heet. Dat gaat nog met een bepaalde vriendelijkheid. Een klein deel van het stammetje wordt op den duur kaalgeschuurd. Maar het boompje die als ‘ontvellingsboompje’ moet dienen, is geen lang leven beschoren. Het wordt van boven tot onder gebruikt. De drang is zo sterk dat ook de grond rondom het boompje moet worden bewerkt met je hoeven. Platgetrapt, opengekrabt, kapot gemaakt…

Nu hoop ik dat die animalcops hun werk niet al te letterlijk opvatten. Voor je het weet is er ineens een meldpunt voor vandalistische reebokken.



Het slachtoffer.