Posts tonen met het label steenmarter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label steenmarter. Alle posts tonen

zaterdag 21 januari 2017

Natuurspoorjournaal #98 - Krabsporen

Mogelijk door marter vergrote nestopening van grote bonte specht in berk. 
Het leuke van het zoeken naar diersporen is dat je elke dag iets leert. Vooral als je veel met andere mensen naar buiten gaat. In mijn hoofd zat bijvoorbeeld lange tijd het vastgeroeste idee: diepe evenwijdige nagelkrassen in boomschors zoals beuk zijn van boommarter. Als er in zo'n boom dan ook nog een holte zit die als mogelijk nesthol voor die boommarter kan dienen, is het verhaaltje helemaal rond. Beelden van spelende en ravottende jongen trekken dan al snel aan je geestesoog voorbij. 

Willem van Manen, onder meer bewonderaar van zwarte spechten, liet me echter eens de ontnuchterende patronen van zwarte spechten-nagels op zo'n beukenstam zien. Dat leek wel verdomd veel op wat ik altijd als 'typisch boommarter' benoemde. In de jaren daarna ging ik zelf intensief zwarte specht volgen en wat me vooral opviel is dat 'displayende' zwarte spechten in het vroege voorjaar op de stamvoet van zo'n beuk een enorme variatie aan krabsporen achterlaten. Kijk even naar het wegen- en stratenpatroon van Amsterdam op een sterk ingezoomde Google Maps en het is wel ongeveer duidelijk denk ik. 

Twijfelende deskundige
Resultaat, je wordt weer wat voorzichtiger in uitspraken over fenomenen die je voor die tijd zeker wist en je status als deskundige neemt verder af. Want twijfel en deskundigheid gaan blijkbaar niet samen. Maar voor je zelf wordt het steeds leuker. Er zijn immers steeds meer opties. Meer verhalen. Er is domweg meer te ontdekken als je niet overal zeker van bent. 

Afgelopen zondag hobbelde ik met Diliana Welink achter ons Track&Sign-groepje aan. We hadden er een mooie excursiedag op zitten toen we nog een berk met een spechtengat zagen. 'Hé, dat gat is aangeknaagd door een boommarter', zei ik. Weer zo'n theorietje dat in je hoofd al snel een zekerheidje wordt.  

Dat theorietje werd geboren toen ik eens zag hoe een boommarter met zijn tanden en poten een een gat in een eik probeerde te vergroten (nee sorry, geen camera bij me). In de holte achter dat gat, zat een groot bijennest. En die boommarter had honger. Denk ik. Daarna zag ik ook aan andere gaten in bomen, geregeld dat er brokkelige en rafelige randen zaten, alsof een ander dier dan de oorspronkelijke maker het gat had proberen te vergroten. Op jacht naar de nestjonge vogels of andere eiwitten. 

Diagonale 'marterachtige' nagelkrassen op berk. 
We stapten dichterbij de hierboven genoemde berk en zagen tot mijn vreugde een paar diepe diagonale nagelkrassen. 'Nou, die combinatie van sporen lijkt toch wel erg op boommarter', zei ik verheugd. 'En waarom geen steenmarter?', vroeg Diliana, die gelukkig vaak van dat soort vragen stelt. 
Tja, waarom geen steenmarter..?

zondag 24 januari 2016

Boommarter Z10

Het wordt met de week boeiender, het leven van de boommarters in ons onderzoeksgebied rond Veenhuizen. Vorig jaar hadden we (ik doe het onderzoek samen met Tonnie Sterken) het mannetje Z1 die al jaren stevig in het zadel zat in het hart van het gebied. Hij bezocht meerdere van onze opstellingen en had een territorium van ten minste 140 hectare. Dat is nog relatief klein, want uit ander bezoek is bekend dat boommarter-mannen er territoria van vele honderden hectaren op na houden.
Z1 op locatie D1

Maar goed, Z1 leek zoals gezegd heer en meester. Ik kwam deze marter voor het eerst tegen op een cameraval in de winter van 2012. Hij was de enige marter die in dat gebied zelfverzekerd en zonder dralen naar de opstellingen kwam om van de pindakaas te snoepen. Er verscheen wel eens een andere boommarter bij eenzelfde opstelling, maar die leken erg nerveus en waren meestal snel weer weg. 
Dit jaar is alles anders. 
Z9, de nieuwe zwerflustige marter in ons onderzoeskgebied.
Eerst dook Z9 op. Een zwerflustige boommarter die we vorig seizoen nog niet voor de camera hadden gehad. We denken dat het om een vrouwtje gaat, maar dat weten we nog niet zeker. Zij bestrijkt een groot deel van het territorium van Z1. Het gedrag dat we vorig jaar van Z1 zagen, is nu bij deze marter te zien. Ze heeft inmiddels drie verschillende opstellingen bezocht, waarbij de afstand tussen de twee uitersten 2,8 kilometer bedraagt. Een territorium bedraagt ten minste 200 hectare.

Steenmarter
Onlangs dook er nog een nieuwe marter op, die de luisterrijke naam Z10 kreeg. Deze marter houdt zich in hetzelfde leefgebied op als Z9 en Z1. Z10 valt op bij opstelling D1, de enige waar we tot nu ook Z1 hebben gezien (volgt u het nog?). Binnen een seconde viel op dat het hier om een andere, nieuwe marter gaat, niet vanwege zijn unieke borstvlekpatroon, maar vanwege zijn gedrag. Onzeker, nerveus, kat uit de boom kijken...
Hier duikt ook nog een steenmarter die zich weer totaal anders gedraagt bij de opstellingen. Deze marter eet vooral van de restjes die op de grond zijn gevallen. Over nerveus gedrag gesproken...

Steenmarter op locatie D1. 
Niet veel later staat Z10 echter wel op haar achterpoten van de pindakaas te eten. Het geslacht heb ik nog niet kunnen vaststellen. Maar als je naar de klassieke opvattingen over verdeling van territoria bij boommarters kijkt, moet het wel een vrouwtje zijn. Maar of het nu een man of een vrouw is, hij of zij zit hoe dan ook in het territorium van een concurrent...

Z10 op locatie D1. 
Het blijft natuurlijk behelpen met cameravallen. Je kunt nooit de exacte territoriumgrenzen van een individuele marter bepalen, maar bij gebrek aan de mogelijkheid om marters met een gps-halsband uit te rusten, is dit een aardig alternatief. En het is gewoon verschrikkelijk leuk om te doen. 

woensdag 6 januari 2016

Natuurspoorjournaal #88 - IJzelsporen

Loopsporen van een vos. Let op het zijstapje.
De schemering heeft de dag nog net geen goedenavond gewenst als we besluiten een ommetje te maken. We glibberen de stoep af en staan twee minuten later aan de rand van het bos. Meteen zien we de krabsporen van merels. Met een ijzel- of sneeuwlaagje zie je eigenlijk hoeveel grond zo'n merel kan verzetten.

We struinen zonder glijpartijen een dik uur door het bos. Halverwege pikken we het spoor van een vos op. We volgen hem een tijdje en zien dat hij zijn eigen looproute geregeld heeft gekruist. We ontcijferen waar hij even heeft gezeten of gelegen, waar hij heeft gepiest of een stapje opzij deed om aan iets belangwekkends te ruiken. En in het leven van een vos is dat bijna ieder afwijkend grasprietje.

In de ban van de vos

Het is heerlijk om te merken hoe snel ik zelf in de ban van die vos ben. We volgen het meest verse spoor, tegen de looproute in zien we. Dat is goed, het laatste wat we nu willen is de vos verstoren. Op gegeven moment verdwijnt zijn spoor in wirwar van jonge sparrenopslag. Het is goed zo. Na de hele dag zwoegend achter mijn computer te hebben doorgebracht, heeft het spoor van deze vos me in no time weer in de prettig relaxte stand van de laatste weken gezet. 

Loopsporen (wissel tussen galop en galopsprong) van een (steen)marter op een omgevallen boom.
Bijna weer thuis. De schemering heeft een tandje bij geschakeld. Nicolette ziet echter nog het spoor van een marter op een omgevallen boom. Door de mooie scherpe afdrukken van de teenkussens en het middenvoetkussen zie ik in gedachten een steenmarter lopen. Maar het zou evengoed een boommarter kunnen zijn. Die hebben - volgens de boekjes - in de winter vaak wat meer haar op de voetzolen waardoor de scherpte van de prenten er een beetje vanaf gaat. Maar in sporenland zijn dit gevaarlijke uitspraken. Ik heb nu vaak genoeg gezien dat ook boommarters in de winter nagenoeg haarloze voetzolen kunnen hebben. 

Maar wat is de 'gang' van dit dier goed te zien. De grotere marters lopen bijna werktuigelijk over dit soort liggende bomen. Dat zie je normaal gesproken natuurlijk niet - of het moet al verraden worden doordat ze midden op die stronk een keutel deponeren - maar nu dus wel. Je kunt er zelf, bij wijze van spreken, op lopen... Voor martersporen in het bos, check omgevallen bomen!

Gebalgde voetzolen van steenmarter (links) en boommarter. Hier is mooi het verschil te zien in de hoeveelheid beharing op de poten. Hier is het wel volgens de boekjes. (Nationalparkhaus, Zernez, Zwitserland)

zaterdag 7 november 2015

Natuurspoorjournaal #85 - Naturalist skills

Kijken naar diersporen is een leuke bezigheid. Daar moet je verder ook niet te pretentieus over doen. Maar toch denk ik dat de kracht van diersporen in ecologisch onderzoek ook wel eens wordt onderschat. Het goed leren lezen van diersporen brengt veel aan het licht over het gedrag van dieren en hun terreingebruik in tijd of plaats. Het live observeren, gebruik van moderne onderzoekstechnieken én het in in kaart brengen en interpreteren van diersporen is naar mijn mening een ijzersterke combinatie. Maar juist die laatste tak wordt tegenwoordig vaak genegeerd of afgedaan als spielerei. Onterecht natuurlijk.

René Nauta en Annemarie van Diepenbeek bij een marter-spoor.
Louis Liebenberg bekijkt het in zijn boek The art of tracking, the origin of science juist van de andere kant. Hij laat zien dat de jager-verzamelaars in de Kalahari hun jacht op dezelfde manier benaderden als een moderne wetenschapper zijn onderzoek. Oftewel, hoe hypotheses worden opgezet, uitgewerkt en getoetst om uiteindelijk tot een succesvolle jacht te komen. Hij laat ook zien dat spoorzoeken en -interpreteren leidt tot een rijkere manier van associëren en het beter kunnen oplossen van problemen.

Zelfde steenmarter, stukje verderop op iets minder slikkig gedeelte. 

GPS-zender

Tuurlijk, je kunt een dier tegenwoordig ook een gps-zender ombinden. Dat levert ook weer een schat aan gegevens op en corrigeert vaak meningen en gedachten die we over een bepaalde diersoort hebben. Kijk hier maar eens wat we daardoor te weten zijn gekomen over bijvoorbeeld wespendieven. Ook de inzet van cameravallen brengen zaken aan het licht die we niet eerder hebben gezien. Maar hoe meer ik met name die camera's gebruik, hoe meer ik ook de kracht van 'old school' spoorzoeken en traditionele veldkennis waardeer. En dus juist ook de combinatie van die werelden.

Een techniek die ik graag gebruik bij mijn veldonderzoek naar bijvoorbeeld dassen en boommarters is wat de Amerikanen Jon Young en Tiffany Morgan ecological mapping noemen. Mark Elbroch werkt het in zijn boek Mammal Track & Sign uit in de vorm van de drie perspectieven: liggen, staan en vliegen. Het gaat dus om het letterlijk in kaart brengen van sporen die je vindt. Die kaarten leiden vaak tot een inzicht die je niet ziet als je de waarnemingen in je hoofd probeert op te slaan of als losse waarneming in een boekje schrijft. Bij dat 'mappen' kan een gps een handig hulpmiddel zijn, maar nog beter is het om het gewoon te tekenen.

Zoektocht naar een burcht van een das, vastgelegd met een gps. De hoeveelheid en variatie aan sporen suggereerde een nieuwe hoofdburcht, maar uiteindelijk blijkt het te gaan om een bijburchtje van een verderop gelegen, veel grotere burcht met een strakke markering van de grenzen van het 'vergrootte' territorium. Interessant is om nu te volgen of het begin is van een nieuwe hoofdburcht. 

Kleutergekriebel

Nu ben ik helaas niet gezegend met veel talent op tekengebied, maar zelfs mijn kleutergekriebel levert me veel op. Ten eerste leer ik een bepaalde omgeving sneller kennen. Als ik iets inteken, onthoud ik het beter, vind ik plekken sneller terug. Door de vrijgekomen waarnemingsruimte zie ik daarna meer sporen en aanwijzingen. Blijkbaar kan mijn geest, en ik vermoed dat het bij meer mensen zo werkt, niet tegelijk alle geografische informatie en ecologische informatie vastleggen.

Door na afloop die tekeningen weer te bestuderen, ga ik in gedachten het gevolgde pad weer af en zie ik de sporen opnieuw en zie ik vaak wel de context. Die kan ik vervolgens bij een hernieuwd bezoek toetsen. Op deze manier leer je anders en vooral dieper kijken en observeren. Op een gegeven moment zie je wat dieren doen, zonder dat het dier zelf ooit in beeld is geweest. In het begin zijn dat nog momentopnames, maar hoe langer je het doet, hoe completer het verhaal wordt. Interessant is ook dat sneeuwperiodes je weer een stap vooruit helpen in het toetsen van je waarnemingen. Op deze manier ontwikkel je steeds meer 'naturalist skills'.

Geen tekentalent, maar wel net genoeg om bruikbare kaartjes te maken. 

CyberTracker

En hoe belangrijk dat toetsen kan zijn, bleek wel uit een Amerikaans onderzoek naar otters. Lees hier maar eens. In de afgelopen twee jaar heb ik daarom 2x keer aan een Tracker Certification volgens de CyberTracker-methode meegedaan. In twee dagen wordt je kennis van dat moment getest en weet je waar je staat en vooral ook wat je blinde vlekken zijn. En ook al haalde ik dit jaar een lagere score dan vorig jaar, ik heb wel weer een stap vooruit gezet. En dat niet in de laatste plaats omdat de evaluators Casey McFarland en George Leoniak de betreffende sporen op een ecologische manier duiden. En de open wijze waarop ze dat doen en de inzichten die ze je meegeven zijn voor mij van onschatbare waarde.

Vos jaagt op mol. 
En dan? Dan is het nog maar een kleine stap naar het allerleukste onderdeel van deze wonderschone liefhebberij, het vertellen van een mooi verhaal. Donderdag liep ik met René Nauta, Annemarie van Diepenbeek, Jeroen Kloppenburg, Tom Dekker en Guido Lek ergens langs de IJssel. Met mensen dus die spoorzoeken tot hun primaire levensbehoeften rekenen. De hoeveelheid aan sporen was overweldigend, maar ik had gelukkig nog genoeg ruimte om oog te hebben voor een soort die me lief is. Hij staat in mijn Top 100 op plaats nul, boven lynx, das, boommarter, raaf, wolf, klapekster, ree, kraanvogel, bosuil, wild zwijn, edelhert, bever, otter, buizerd, nachtzwaluw en al die andere soorten waar ik graag naar kijk. De vos.

Mollenrit

De armen van de IJssel stonden nagenoeg droog waardoor een welhaast perfecte sporenmodder was ontstaan. We vonden poep van een bever, braakballetjes van een ijsvogel en genoten van de figuren die zwanenmosselen in het slik hadden gemaakt, alsof er buitenaardse wezens waren geland. En in al dat sporengeweld 'zag' ik geregeld een vos lopen, rennen of omkeren in patronen zoals vossen eigen is. En net toen ik hem even vergeten was, dook hij weer op bij een mollenrit.

Over een lengte van een meter of vijf zag je om de twintig centimeter een kuiltje. Daar had hij geprobeerd de mol (of een ander beest) die door de gang onder grond liep te pakken te krijgen. Uit het feit dat dit patroon zich tot het eind herhaalde, maakte ik op dat de jacht mislukt was. Ik zag de vos teleurgesteld afdruipen. Maar dat laatste  beeld heeft bijna niets meer met feiten te maken, maar alles met fantasie...

O ja, we vonden tussen alle bedrijven door nog even de sporen van een otter. Nieuw voor de omgeving van Deventer en dus nieuws. Over de kracht van sporen gesproken...

zaterdag 20 december 2014

Natuurspoorjournaal #73 - De kikkermoordenaar

Bruine kikker op ca. 1 meter hoogte.
Zo'n dag dat je afspreekt om het veld in te gaan, maar dat het weer dreigt er een zeiknat gebeuren van te maken. Wat doe je dan? Gaan! Meestal blijft het gewoon droog, heel soms word je wel nat. Maar ook dat heeft een voordeel, de koffie smaakt na afloop nog lekkerder. 

Ik worstel de laatste tijd een beetje met de manier waarop ik mijn dierspoorlezingen en -excursies moet vormgeven. Door een combinatie van enthousiasme en kennisdiarree is de informatiestroom vooral bij lezingen zo groot dat ik me afvraag of er überhaupt iets beklijft. Bovendien is een foto van een spoor dubbeldood. 

Aan de andere kant raak ik er ook steeds meer van overtuigd dat het lezen en interpreteren van diersporen een belangrijke bijdrage kan leveren in de bescherming van natuur. Onverschilligheid is immers een groot gevaar. Wat niet weet, wat niet deert. Door mensen te wijzen op sporen maak je dieren 'zichtbaar' die je niet ziet. Het prikkelt bovendien je inlevingsvermogen. Wat heeft dat deed dat dier hier eigenlijk? Wat heeft zo'n dier nodig? Welke invloed hebben wij als mens op zijn leefomgeving? Dat besef, of noem het voor mijn part bewustzijn, heeft mijn kijk op de dagelijkse werkelijkheid in ieder geval drastisch veranderd. 

Genoeg geepibreerd, even terug naar de harde werkelijkheid. Vandaag ben ik dus met een groepje oud-cursisten van de IVN-natuurgidsenopleiding op pad geweest in het Drents-Friese Wold. Ik wilde eens uitproberen of bij zo'n excursie meer focus op één diersoort een beter, meer beklijvend resultaat oplevert. Met deze aanpak kun je dieper ingaan op de ecologie, sporen beter koppelen aan gedrag en uiteindelijk voorspellingen doen. 

Als 'dier van de dag' hadden we gekozen voor de ree. En uiteindelijk denk ik dat de aanpak heeft gewerkt. Of beter, ik had er wel een goed gevoel over. Ondertussen zagen we natuurlijk allerlei andere leukigheden: een paar prachtige prenten van een boom- of steenmarter, nesten van eekhoorns in verschillende boomsoorten en 'dus' met verschillende bouwmaterialen en een muis die tijdens het eten van een paddenstoel zijn gevoeg had gedaan. Zeg maar, een beetje poepen op de rand van je bord. 

Het spoor van de dag was echter een dode bruine kikker die op een wat vulgaire manier in een afgestorven boompje hing. Door te deduceren kwamen we op het idee dat het dier door een buizerd moet zijn achtergelaten. Alle andere kikkermoordenaars werden vooralsnog vrij gepleit. In zijn nek had het ook een kleine wond waar precies de haaksnavel van een roofvogel in paste. Maar dat zagen we pas toen we het beest hadden omgedraaid. Honderd procent zekerheid heb je dan natuurlijk nog steeds niet.

Kort na deze puzzel overviel me echter een gedachte waar ik de hele middag nog plezier van heb gehad. Ik zag die buizerd terugkeren, in volstrekte verwarring. Ineens was de kikker die hij zo bewust op zijn rug had neer gevleid, op zijn buik gedraaid. Welk dier had dat gedaan? Wat deed dat dier hier eigenlijk? Wat heeft dat dier nodig?

Koffie. Met veel warme melk graag...

Prachtige prenten van boom- of steenmarter in nat zand. 

woensdag 4 juni 2014

Steenmarter-conflict

De avond is overgegaan in de nacht. Ik probeer na een drukke en lange werkdag de slaap te vatten, maar Klaas Vaak is door zijn zand heen lijkt het. Tegen kwart voor een hoor ik van buiten een luid gekrijs. Het is duidelijk minder miauwerig en schel dan van katten. 'Steenmarters!' roep ik en binnen twee tellen sta ik naast mijn bed. Eenmaal buiten zie ik op het grasveldje tussen de seniorenwoningen twee steenmarters met een afstand van een meter of vijftien tegenover elkaar in het gras liggen. Beide dieren maken voortdurend een zacht ploppend geluid. Aan het postuur te zien is het kleinste en dichtstbijzijnde dier in ieder geval een vrouwtje. De marters wrijven voortdurend met kronkelende bewegingen hun onderlijf tegen het gras. Een teken dat ze hun geur afzetten op de bewuste plek.

Na een minuut of twee trekt het kleinste dier dat - als ik het gedrag goed interpreteer niet het dominante dier is - zich met een omtrekkende beweging terug. Ze rent met kalme galopsprongen door te tuinen, versneld een stukje in een soort rengalop over het trottoir en verschijnt een paar seconden later ineens van onder de auto die het dichtst bij mijn staat. De afstand tussen mij en de marter bedraagt een meter of twee. Aan de keelvlek kan ik snel zien dat het niet de steenmarter is die ik hier al vaker heb waargenomen. Ze kijkt me een paar tellen nieuwsgierig aan het hopt dan weer verder. De andere marter zie ik niet meer, maar ik hoor in de verte nog wel steeds het ploppende geluid. Het klinkt erg opgewonden.

En waar ben ik nu getuige van geweest? In ieder geval was er een duidelijk conflict tussen beide steenmarters. Het gekrijs heb ik al eens eerder gehoord bij twee vechtende steenmarters en ook van ontmoetingen tussen kat en steenmarter ken ik dit geluid. Het ploppende geluid had ik nog niet eerder gehoord. Mogelijk was de andere marter de bekende territoriumhouder en was 'de kleine' een belangrijke grens gepasseerd. Zij trok zich ook als eerste terug. Het dier was in ieder geval geen jong dier van dit jaar. Wat ook kan is dat de bekende territoriumhouder is omgekomen en dat dit twee nieuwe marters zijn die vechten om de vrijgekomen plek. Als dat het geval is, zal ik de komende tijd wel vaker gewekt worden door het geluid van steenmarterruzies. Want voor een vrijgevallen territorium wil je wel een paar avonden een robbertje vechten. Als het een ordinair grensconflictje is van twee buren, zal dat minder het geval zijn. Waarom energie verspillen als je hebt uitgevonden dat de buurvrouw - nog steeds - een stuk sterker is? 

maandag 11 februari 2013

Martersporen

In een van mijn onderzoeksgebieden wilde ik graag weten of de sporen die ik vond (met name uitwerpselen) toebehoorden aan een boom- of steenmarter (de eeuwige vraag). Eerder heb ik me behoorlijk in de luren laten leggen. Op basis van het 'sporenpatroon' dacht ik (ik wist het eigenlijk zeker) aan boommarter, maar de cameraval liet alleen steenmarters zien. In dit andere gebied was er dezelfde indruk, veel uitwerpselen op markante plekken zoals omgevallen bomen. Acht dagen lang passeerde echter geen enkel dier mijn lokplaats met cameraval, maar op dag 9 kwam er dan toch een marter langs... Een prachtige boommmarter, dik in de wintervacht met een enorme pluimstaart. Natuurlijk is het nog steeds niet uit te sluiten dat de steenmarter er niet voorkomt. Maar ik ben wel blij dat na twee doodgereden boommarter-mannetjes op deze locatie, er nog steeds een boommarter resideert.

Leuk is dat het zogenaamde kegelen goed is te zien. Veel martersoorten doen dit. Ze gaan op hun achterpoten staan om de omgeving beter in zich op te kunnen nemen.


zondag 23 december 2012

Steenmarters en mensen

Bovenstaand filmpje is van een zogenaamde 'bos'steenmarter. Het grootste deel van zijn territorium ligt in het bos. Ondanks dat er een aantal zomerhuisjes staat, verkiest hij toch meer natuurlijke dagrust- en nestplaatsen. 

Dieren heb je in soorten en maten. De ene bekoort ons mensen meer dan de andere. Althans,  door de bank genomen is dat zo. Ik ben daarin geen uitzondering. Zoogdieren kunnen bijvoorbeeld rekenen op mijn warme belangstelling en binnen die groep heb ik ook weer mijn voorkeur. Ik vind op de ene of andere manier vooral dieren leuk die door anderen worden verguisd. Ik hoef alleen maar het woord steenmarter noemen en bij mijn vader gaan al zijn haren (voor zover hij die nog heeft) recht overeind staan.

Vorig jaar had hij de pech dat een steenmarter zijn gloednieuwe auto uitkoos om eens lekker aan wat leidingen te knagen. Tot drie keer toe moest hij met de auto naar de garage om de boel te laten repareren. Resultaat: honderden euro’s schade, die hij van mijn erfenis zou aftrekken. Want het waren wel mijn marters, vond hij.

Mijn vader maakte gelukkig een grapje, maar ik spreek geregeld mensen die er wel zo over denken en stellen me bijvoorbeeld na een lezing persoonlijk verantwoordelijk voor hun 'steenmarterleed'.  Of ik even kan zorgen dat die steenmarter ‘weg’ gaat. Meestal geef ik wat adviezen over hoe je je huis steenmarter-proof maakt. Dat is meestal niet het goede antwoord. Weg is in dit geval meestal een synoniem voor dood. Maar doden heeft, los van het feit dat het niet mag, meestal geen zin.

Sterke dieren
Steenmarters zijn buitengewoon territoriaal. In de marge van de sterke dieren met een stevig territorium leven allerlei ‘randmarters’. Zodra zo’n goed territorium vrij valt, staan de anderen te trappelen om de vrijgekomen plek in bezit te nemen. En niet zelden neemt de overlast dan toe, want die nieuwe marter wil de sporen van zijn voorganger zoveel mogelijk uitwissen.

Voor er misverstanden optreden, ik zal de laatste zijn die zegt dat mensen maar wat zeuren. Ik begrijp heel goed dat je een steenmarter die de hele boel boven je plafond onder piest en poept, niet opneemt in je vriendenkring. Maar wees vooral blij als hij bijvoorbeeld je oude schuurtje of houtopslag als vaste woonplek heeft uitgekozen. Het zijn net als wij gewoontedieren en blijft hij daar lekker zitten. 

Nadat de steenmarter door bejaging bijna was uitgestorven in Nederland, breidt hij zich nu weer uit waardoor de kans op een onvrijwillige ontmoeting zal toenemen. Maar ook de groei van de steenmarterpopulatie zit een grens. Zoals ik al zei, ze houden er niet zo van om met zijn allen op een kluitje te zitten. Ze willen een beetje privacy. Ook wat dat betreft zijn het net mensen. 

vrijdag 2 maart 2012

Lentedag

Daar lig je dan. Op de dag twee van de meteorologische lente.

Dood.

Stoere man, volle wangen, mooi in de vacht, goed in het vet. Geen spat last gehad van de winter. Klaar voor een nieuw jaar. In de nacht van die tweede lentedag besluit je op pad te gaan om te kijken of je territorium nog wel de jouwe is. Je hebt het de afgelopen tijd een beetje verwaarloosd, dat territorium. Op je rustplaats, ergens in een holle boom, op een hooizolder, onder een houtstapel of op een plek waar je minder welkom was, heb je de kou afgewacht. Je uitstapjes beperkten zich tot de directe omgeving. Eten genoeg.

Maar of de buurman dat ook gedaan heeft, is maar de vraag. Misschien zag hij nu juist kans om zijn territorium, en de daarin aanwezige vrouwen, wat uit te breiden. Dat nu, moest je zien te voorkomen. Daarom moesten alle uithoeken weer eens worden bezocht en afgebakend. Gemarkeerd. Een keutel, een urinespoor zou genoeg zijn om je buurman te waarschuwen. Het is mijn gebied, het zijn mijn vrouwen. En ik ben er nog. Blijft uit de buurt.

Dat was de bedoeling. Tot die ene auto...

zaterdag 18 februari 2012

Dierspoorjournaal #6 - Marterbomen

Zo heb je het wekenlang over 'marterbomen'. Vorige week liepen ze er nog overheen, nu zitten ze er in. Merkwaardige plek voor een dagrustplaats, pal aan een fietspad. Je kijkt zo naar binnen. Durk Jelle Venema ontdekte de holte. Hij zag een steenmarter haastig de plek verlaten, toen hij de boom controleerde. Daar had ik natuurlijk graag bij willen zijn. Maar ik zat binnen en was vast iets belangrijkers aan het doen.
Het was een mooie gelegenheid om later wat zaken te checken. Maakt deze steenmarter een taklatrine? Nee, het was een teringbende rond de boom: overal afgebeten veren en uitwerpselen. Zijn de uitwerpselen getordeerd, oftewel hebben ze de typische vlechtstructuur? Nee, het leek wel uit de kluiten gewassen ganzenstront. Roken ze vies naar vis? Nee, eerder zoetig, in ieder geval niet vies. Kortom, ook dit was geen steenmarter uit het boekje. Ik kom ze steeds vaker tegen, steenmarters die niet in het hokje passen. Daar wordt die inmiddels gewone jongen wel weer een stuk ongewoner van.