zondag 18 juni 2017

Natuurspoorjournaal #102 - Het goudkammetje

Koker van een goudkammetje met daaronder honderden kokertjes van de zandkokerworm.
Een weekje Schiermonnikoog heeft weer veel mooie natuurvondsten opgeleverd. Voor mij zijn 'sporen van zeedieren', sinds mijn tijd als Waddengids bij de Waddenvereniging in de jaren negentig, nog steeds favoriet in de wereld van de track and sign. Gekgenoeg lijken dit soort sporen in die wereld  een beetje onder gewaardeerd. We besteden er in onze eigen cursussen eigenlijk ook geen aandacht aan en bij mij is de kennis helaas ook een beetje weggezakt.

In de meeste sporenboeken in mijn kast, zo'n vijftig inmiddels, worden ze ook niet behandeld. De boeken die er wel over gaan, zoals het onvolprezen Zeeboek bijvoorbeeld van de Jeugdbondsuitgeverij, staan bij mij op de plank met zee- en waddenboeken. Een vrij eenvoudig te vinden, maar eigenlijk ook vrij ultiem spoor, zijn schelpen. Van het hol van een das of het nest van een buidelmees, raken de meeste mensen sneller in vervoering dan van het huis van een weekdier. Raar eigenlijk.

Maar mijn hart gaat minstens twintig slagen per minuut omhoog als ik bijvoorbeeld op het strand van Schiermonnikoog die prachtig dikke zwarte schelp van een noordkromp vind. Vooral op de oostelijke helft van het Noordzeestrand spoelen regelmatig losse kleppen aan. Het idee dat deze wezens 500 jaar oud kunnen worden en daarmee de oudste levende dieren op aarde zijn, is ronduit fascinerend.

Neuraalboog
Nicolette vond op de oostpunt zowaar een pikzwart botfragment ter grootte van een vuist. Het bleek de 'neuraalboog van een redelijk forse wervel' te zijn volgens de deskundigen van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Helaas was er geen genus, familie of soort aan te hangen, maar beelden van wolharige neushoorns en andere prehistorische dieren verschenen vrij snel op ons netvlies.

Iets minder spectaculair, maar niet minder interessant was de vondst van een aantal hele kokertjes van het goudkammetje. Een borstelworm die leeft vlak onder de kust en zijn naam te danken heeft aan de goudkleurige borstelige kammetjes op zijn kop. (Lees hier meer over het goudkammetje). Het is bijna niet te bevatten hoe een nogal primitief ogend beestje zo'n kunstig kokertje kan fabriceren van aan elkaar geplakte zandkorrels. Kortom, sporenliefhebbers van Nederland, trek naar de kust met het Zeeboek in de rugzak en verbaas je over al die zilte sporen.

P.s. Op Schiermonnikoog zit aan Martjeland 14 het onvolprezen Schelpenmuseum van Thijs en Annelies de Boer. Naast vele vitrines vol schelpen en strandvondsten uit Nederland en de rest van de wereld is Thijs vooral een vraagbaak voor alles wat je zelf aan het strand vindt. Bij elke schelp of zeester heeft hij wel een mooi verhaal. En je kunt ook met Thijs mee op excursie. Op zijn website (klik hier) vind je ook heel veel informatie.

woensdag 10 mei 2017

Natuurspoorjournaal #101 - Eekhoorn op avontuur

Voorvoet eekhoorn.
Prenten die lastig zijn te vinden, zijn vaak het leukst. Mooie afdrukken van eekhoornvoeten kom ik bijvoorbeeld niet vaak tegen, ook al heb ik nu al duizenden (denk ik) modderpoeltjes in het bos bekeken. Op de humeuze bosbodems zie je meestal helemaal niets van een passerende eekhoorn. Bij eekhoorns ben je dus afhankelijk van de avonturiers. De individuen die lange stukken over een nat bospad rennen (niet echt des eekhoorns) of de gekkies die denken: 'dat heideterrein daar achter het hek met schrikdraad, wat zou daar allemaal te beleven zijn?'

Onlangs vonden we tijdens een excursie tijdens onze Track&Sign-opleiding in een modderstrook aan de rand van een heitje bij Schoonloo een paar prachtige prenten van een eekhoornvoorvoet. Een eekhoorn heeft vier tenen aan de voorvoeten en de algehele adruk lijkt op een klein handje met scherpe c.q. fijne nagelindrukken (zonder afdruk van een duim). Het middenvoetkussen bestaat in werkelijkheid uit drie kussentjes die in een boogje staan. Maar het meest karakteristiek zijn de twee polskussentjes (blauwe pijl). Een juweel van een prentje toch?

Eekhoornvoorvoetjes in actie.

zondag 19 maart 2017

Natuurspoorjournaal #100 - Zwarte specht

Zwarte specht op stobbe. 
Waar besteed je nu de honderste aflevering van het Natuurspoorjournaal aan? Zoiets moet toch een beetje een feestnummer zijn. Omdat ik gisteren weer een paar uur heb besteed aan mijn favorietste vogel, ligt het antwoord voor de hand: de zwarte specht. (ja ja, raaf, gaai, bosuil, buizerd, kraanvogel en nog veel meer zijn ook allemaal mijn favorietste vogel, maar net iets minder dan de zwarte specht).

2011

Op 13 maart 2011 schreef ik voor de eerste keer over de zwarte specht, toen nog in de rubriek Bosblog (zie hier). Een algemeen verhaaltje. Op 18 februari 2013 schreef ik (zie hier) voor het eerst een stukje over het voedsel van zwarte spechten. Aanleiding was de vondst van een grove den waar door een zwarte specht in het onderste deel van de den een aantal 80 cm lange sleuven waren gehakt. Mijn idee was dat ze dat doen om bij het nest van houtmieren te komen, die zich in het hart van de boom bevindt. En daarmee begon de fascinatie voor zwarte spechten in het algemeen en hun hakkunsten in het bijzonder pas echt onrustige proporties aan te nemen.

Hakspoor van zwarte specht in grove den op zoek naar mieren, of toch bottorren.
Molenduinen, feb 2013.
Nu, een paar jaar later, en honderden bewerkte grove dennen en fijnsparren verder, ben ik er nog steeds niet uit hoe dat nou zit met het uithakken van die mierennesten in Nederland. Het ellendige (of leuke) is, als je je echt in  een onderwerp verdiept dan gaat wat je bij het begin al zeker weet steeds meer wankelen. Met anderen, die veel van mieren, kevers of zwarte spechten weten probeer ik het raadsel verder te ontrafelen.

In Oost-Europa (maar ook al in Duitsland) eten zwarte spechten bijvoorbeeld graag reuzenmieren. De twee soorten (gewone en zwarte reuzemmier) zijn in Nederland nogal schaars. Deze mieren hebben hun nest in de kern van een boom en vandaar dat een zwarte specht aardig zijn best moet doen om dat nest bloot te leggen. Ze hakken daarom grote gaten in zo'n boom.

Het hakspoor dat ik in 2013 vond was in die zin verwarrend omdat ik in het kernhout niet echt stuitte op het typische (weet ik nu) kartonnest die de glanzende houtmieren maken. Ook de karakterstieke spiraalvormige neststructuur van de reuzemieren ontbrak. Wel zichtbaar waren allerlei gaatjes gemaakt door boktor- of houtwesp-larves. Maar waarom had de zwarte specht die niet afzonderlijk uitgehakt zoals hij normaal gesproken doet? Die larven zitten niet echt op een kluitje bij elkaar.

Een doorsnede van een boom met het nest van een glanzende houtmier. (bron: www.nlmieren.nl, naar Maschwitz en Höllbobler 1970, gewijzigd).

Een doorsnede van een boom met het nest van een glanzende houtmier.
(bron: www.nlmieren.nl, naar Maschwitz en Höllbobler, 1970, gewijzigd.)
2017

Gisteren heb ik in de Molenduien weer gezocht naar sporen van zwarte spechten. Ik vond diverse aangetaste dennen met gaatjes van boktorren. En bij nagenoeg al die bomen was de zwarte specht - die overigens niet het gebied broedt - langs geweest. De conische putjes in het hout die naar de vette larve leiden, waren soms wel zeven centimeter diep. Soms zitten twee larves dicht bij elkaar en hakt hij het gat wat groter, maar van sleufvorming zoals in 2013 was geen sprake.

Ik zou daarom zo graag eens een zwarte specht willen bestuderen die bezig is met dat hak- en breekwerk, maar dat is me nog steeds niet gelukt. Misschien bij aflevering 200?

Hakspoor van zwarte specht op zoek naar larves van grootoogboktor.
Molenduinen, maart 2017.

Met dank voor hun kennis en sparringtijd aan Diliana Welink en Pauline Arends (mieren), Jan ten Hoopen (kevers) en Willem van Manen (zwarte specht). 

En voor de liefhebbers verwijs ik graag nog een keer naar het filmpje van nestbouwende zwarte spechten dat ik vorig jaar in veenhuizen maakte. Klik hier of kijk hieronder.