zondag 19 maart 2017

Natuurspoorjournaal #100 - Zwarte specht

Zwarte specht op stobbe. 
Waar besteed je nu de honderste aflevering van het Natuurspoorjournaal aan? Zoiets moet toch een beetje een feestnummer zijn. Omdat ik gisteren weer een paar uur heb besteed aan mijn favorietste vogel, ligt het antwoord voor de hand: de zwarte specht. (ja ja, raaf, gaai, bosuil, buizerd, kraanvogel en nog veel meer zijn ook allemaal mijn favorietste vogel, maar net iets minder dan de zwarte specht).

2011

Op 13 maart 2011 schreef ik voor de eerste keer over de zwarte specht, toen nog in de rubriek Bosblog (zie hier). Een algemeen verhaaltje. Op 18 februari 2013 schreef ik (zie hier) voor het eerst een stukje over het voedsel van zwarte spechten. Aanleiding was de vondst van een grove den waar door een zwarte specht in het onderste deel van de den een aantal 80 cm lange sleuven waren gehakt. Mijn idee was dat ze dat doen om bij het nest van houtmieren te komen, die zich in het hart van de boom bevindt. En daarmee begon de fascinatie voor zwarte spechten in het algemeen en hun hakkunsten in het bijzonder pas echt onrustige proporties aan te nemen.

Hakspoor van zwarte specht in grove den op zoek naar mieren, of toch bottorren.
Molenduinen, feb 2013.
Nu, een paar jaar later, en honderden bewerkte grove dennen en fijnsparren verder, ben ik er nog steeds niet uit hoe dat nou zit met het uithakken van die mierennesten in Nederland. Het ellendige (of leuke) is, als je je echt in  een onderwerp verdiept dan gaat wat je bij het begin al zeker weet steeds meer wankelen. Met anderen, die veel van mieren, kevers of zwarte spechten weten probeer ik het raadsel verder te ontrafelen.

In Oost-Europa (maar ook al in Duitsland) eten zwarte spechten bijvoorbeeld graag reuzenmieren. De twee soorten (gewone en zwarte reuzemmier) zijn in Nederland nogal schaars. Deze mieren hebben hun nest in de kern van een boom en vandaar dat een zwarte specht aardig zijn best moet doen om dat nest bloot te leggen. Ze hakken daarom grote gaten in zo'n boom.

Het hakspoor dat ik in 2013 vond was in die zin verwarrend omdat ik in het kernhout niet echt stuitte op het typische (weet ik nu) kartonnest die de glanzende houtmieren maken. Ook de karakterstieke spiraalvormige neststructuur van de reuzemieren ontbrak. Wel zichtbaar waren allerlei gaatjes gemaakt door boktor- of houtwesp-larves. Maar waarom had de zwarte specht die niet afzonderlijk uitgehakt zoals hij normaal gesproken doet? Die larven zitten niet echt op een kluitje bij elkaar.

Een doorsnede van een boom met het nest van een glanzende houtmier. (bron: www.nlmieren.nl, naar Maschwitz en Höllbobler 1970, gewijzigd).

Een doorsnede van een boom met het nest van een glanzende houtmier.
(bron: www.nlmieren.nl, naar Maschwitz en Höllbobler, 1970, gewijzigd.)
2017

Gisteren heb ik in de Molenduien weer gezocht naar sporen van zwarte spechten. Ik vond diverse aangetaste dennen met gaatjes van boktorren. En bij nagenoeg al die bomen was de zwarte specht - die overigens niet het gebied broedt - langs geweest. De conische putjes in het hout die naar de vette larve leiden, waren soms wel zeven centimeter diep. Soms zitten twee larves dicht bij elkaar en hakt hij het gat wat groter, maar van sleufvorming zoals in 2013 was geen sprake.

Ik zou daarom zo graag eens een zwarte specht willen bestuderen die bezig is met dat hak- en breekwerk, maar dat is me nog steeds niet gelukt. Misschien bij aflevering 200?

Hakspoor van zwarte specht op zoek naar larves van grootoogboktor.
Molenduinen, maart 2017.

Met dank voor hun kennis en sparringtijd aan Diliana Welink en Pauline Arends (mieren), Jan ten Hoopen (kevers) en Willem van Manen (zwarte specht). 

En voor de liefhebbers verwijs ik graag nog een keer naar het filmpje van nestbouwende zwarte spechten dat ik vorig jaar in veenhuizen maakte. Klik hier of kijk hieronder.







maandag 20 februari 2017

Natuurspoorjournaal #99 - Nerts

Tijdens mijn lezingen over marters wordt me vaak gevraagd of boom- en steenmarter met elkaar kunnen kruisen. Het antwoord is: nee (voor zover ik weet). In het boek Marder, Iltis, Nerz und Wiesel (Haupt Verlag) las ik dat Europese nerts en bunzing wel met elkaar kunnen kruisen. Nu zal dat geen schering en inslag zijn, al is het alleen omdat de Europese nerts zo goed als verdwenen is uit Europa. In Frankrijk, Spanje en de Baltische Staten resteren nog kleine populaties. 

Habitat van Amerikaanse nerts in de Lausitz, met wissels van nestjongen. (Duitsland)
Daar is in grote delen van Noord-Europa, onbedoeld of ongewenst zo je wilt, de Amerikaanse nerts of mink voor in de plaats gekomen. De soorten lijken sterk op elkaar. De Amerikaanse nerts is een beetje groter en zwaarder (het zal ook niet!) en heeft alleen een witte kin. De Europese nerts heeft ook nog wat wit rond de bovenlip.

Door Amerikaanse nertsen aangegeten vis. (Lausitz, Duitsland)
De mink is ooit naar Europa gehaald voor de pelsdierfokkerij, maar al in 1926 wisten ontsnapte exemplaren zich in Frankrijk in het wild voort te planten. Ook elders wist de Amerikaanse nerts zich in het wild te vestigen. In Nederland worden geregeld individuen waargenomen, maar voor zover mij bekend is voortplanting hier in het wild nog niet vastgesteld. 

Schuilplaats van Amerikaanse nerts. (Femundmarka, Noorwegen)
Ik heb Amerikaanse nertsen gezien op IJsland, aan de kust van Noorwegen en vorig jaar in de Lausitz in Duitsland. Daar konden we een moeder met haar jongen een tijdje bestuderen aan de rand van een sloot. De Amerikaanse nerts heeft in die zin dezelfde habitatvoorkeur als zijn Europese neef. Ze zullen ook wel een gemeenschappelijke voorouder hebben vermoed ik. (Of maak ik nu een denkfout?) Hoe dan ook, ze zijn een soort 'intermediair' tussen de otter en de bunzing. Ze kunnen ook verbazend goed zwemmen. En blijken, net als alle andere marterachtigen, buitengewoon interessante beestjes. 

Hoe dan ook, ik deel hier graag wat plaatjes van sporen van Amerikaanse nertsen. Je weet nooit waar het goed voor is.  

Uitwerpselen van Amerikaanse nerts in vogelkijkhut. (Lausitz, Duitsland)
Uitwerpsel van Amerikaanse nerts met visgraten. (Runde, Noorwegen)

zaterdag 21 januari 2017

Natuurspoorjournaal #98 - Krabsporen

Mogelijk door marter vergrote nestopening van grote bonte specht in berk. 
Het leuke van het zoeken naar diersporen is dat je elke dag iets leert. Vooral als je veel met andere mensen naar buiten gaat. In mijn hoofd zat bijvoorbeeld lange tijd het vastgeroeste idee: diepe evenwijdige nagelkrassen in boomschors zoals beuk zijn van boommarter. Als er in zo'n boom dan ook nog een holte zit die als mogelijk nesthol voor die boommarter kan dienen, is het verhaaltje helemaal rond. Beelden van spelende en ravottende jongen trekken dan al snel aan je geestesoog voorbij. 

Willem van Manen, onder meer bewonderaar van zwarte spechten, liet me echter eens de ontnuchterende patronen van zwarte spechten-nagels op zo'n beukenstam zien. Dat leek wel verdomd veel op wat ik altijd als 'typisch boommarter' benoemde. In de jaren daarna ging ik zelf intensief zwarte specht volgen en wat me vooral opviel is dat 'displayende' zwarte spechten in het vroege voorjaar op de stamvoet van zo'n beuk een enorme variatie aan krabsporen achterlaten. Kijk even naar het wegen- en stratenpatroon van Amsterdam op een sterk ingezoomde Google Maps en het is wel ongeveer duidelijk denk ik. 

Twijfelende deskundige
Resultaat, je wordt weer wat voorzichtiger in uitspraken over fenomenen die je voor die tijd zeker wist en je status als deskundige neemt verder af. Want twijfel en deskundigheid gaan blijkbaar niet samen. Maar voor je zelf wordt het steeds leuker. Er zijn immers steeds meer opties. Meer verhalen. Er is domweg meer te ontdekken als je niet overal zeker van bent. 

Afgelopen zondag hobbelde ik met Diliana Welink achter ons Track&Sign-groepje aan. We hadden er een mooie excursiedag op zitten toen we nog een berk met een spechtengat zagen. 'Hé, dat gat is aangeknaagd door een boommarter', zei ik. Weer zo'n theorietje dat in je hoofd al snel een zekerheidje wordt.  

Dat theorietje werd geboren toen ik eens zag hoe een boommarter met zijn tanden en poten een een gat in een eik probeerde te vergroten (nee sorry, geen camera bij me). In de holte achter dat gat, zat een groot bijennest. En die boommarter had honger. Denk ik. Daarna zag ik ook aan andere gaten in bomen, geregeld dat er brokkelige en rafelige randen zaten, alsof een ander dier dan de oorspronkelijke maker het gat had proberen te vergroten. Op jacht naar de nestjonge vogels of andere eiwitten. 

Diagonale 'marterachtige' nagelkrassen op berk. 
We stapten dichterbij de hierboven genoemde berk en zagen tot mijn vreugde een paar diepe diagonale nagelkrassen. 'Nou, die combinatie van sporen lijkt toch wel erg op boommarter', zei ik verheugd. 'En waarom geen steenmarter?', vroeg Diliana, die gelukkig vaak van dat soort vragen stelt. 
Tja, waarom geen steenmarter..?