woensdag 30 januari 2019

Natuurspoorjournaal #107 - Raven zoeken

Eetplaats van een eekhoorn. 
Niets is zo heilzaam voor de geest als een middagje struinen door het bos. Daar kun je allemaal hele ingewikkelde dingen over zeggen, maar je kunt het ook laten bij de constatering dat buiten zijn en naar diersporen koekeloeren gewoon fijn is.

Maar je moet er wel een beetje moeite voor doen. Ik zeg vaak tegen de deelnemers die meedoen aan een dierspoorexcursie: als je echt sporen wilt zien, moet je vertragen, langzamer lopen en dieper kijken. De meesten zijn die oproep na één minuut alweer vergeten. Ik neem het ze niet kwalijk. Ik heb zelf ook de grootst mogelijke moeite om 'de knop om te zetten', de telefoon op stil te zetten, dat ding in de binnenbuuts te laten en me te focussen op de omgeving.

Raven
Vandaag struinde ik met Hans een deel van de Kop van Drenthe af op zoek naar raven. Sinds een jaar of zeven hebben die vogels me in hun macht. Dat begon met twee raven die mijn brood stalen op de flanken van de Munt la Schera in Zwitserland. De ene vogel gaf een vliegshowtje weg en terwijl ik daar met open mond naar zat te kijken, pikte de andere mijn rantsoen in. Even laten vlogen ze er samen met de buit vandoor. Ik weet niet of het een vooropgezet plan of toeval was, maar ik was verkocht.

Brutale raaf in Zwitserland.
In het daarop volgende jaar broedde er na wat inleidende verlovingsperikelen in de jaren daarvoor zomaar een paartje in mijn vaste 'onderzoeksgebied'. Het was na het paar dat al sinds 2003 in Dieverzand jongen groot bracht, pas het vierde of vijfde broedpaar in Drenthe na de herintroductie eind jaren zestig. Ik volgde deze nieuwe rijkdom met grote nieuwsgierigheid.

De laatste jaren neemt het aantal broedende raven in Drenthe langzaam maar gestaag toe. Het aantal broedparen ligt nu tussen de vijftien en twintig schat ik. In mijn eigen gebied volg ik nu drie veschillende koppels. Van het Norg-paar vonden Hans en ik vandaag de eerste aanzet van een nieuw nest in dezelfde boom als vorig jaar. Het gammele oude nest was na het broedseizoen uit de boom gewaaid. Op het Molenduinen-paar heb ik nog geen enkele grip. Ik zie beide vogels af en toe vliegen boven het bos, maar dat is het dan ook wel. Van het Veenhuizen-paar ontbrak nog ieder spoor op de oude nestlocatie.

Vertragen
Pas toen al dat 'werk' achter de rug was, begon het echte vertragen. En toen vonden we ineens mooie dingen. Je vind altijd meer als je niet zoekt. Een plukplaats van een havik bijvoorbeeld, een berg aangevreten sparrenkegels, tientallen keutels van vossen en marters en een slaapplaats van raven... (dachten we, zie naschrift). Verspreid op de grond lagen tientallen krijtwitte uitwerpselen en pal onder de twee bomen een stuk of tien braakballen. Er zat mais in, haren van reeën en vooral heel veel vogelveren.

Braakballen met onderin de megabal.
De meeste ballen pasten qua afmeting keurig binnen marges van wat bekend is van raven, maar eentje was maar liefst 9 bij 5 centimeter. Dat is ongekend groot voor een raaf. Ik zag voor me hoe de vogel in kwestie probeerde al kokhalzend zich van deze enorme klont te ontdoen. Maar ondanks mijn rijke fantasie, had ik het ontzettend graag in het echt willen zien.

Naschrift: Bij twijfel niet inhalen (of een blogje schrijven). Vanwege de inhoud van de braakbal, maar vooral ook vanwege de grootte, hebben we toch nog even navraag gedaan bij Willem van Manen. Hij zegt dat de braakballen van een dagroofvogel moeten zijn. Maar ook daar blijft het dilemma dat de onderste bal wel erg groot is voor een buizerd of havik. Er hangen al een tijdje twee zeearenden rond in het gebied, maar om dan meteen te zeggen dat het wel braakballen van een zeearend zullen zijn is ook weer wat suggestief. Kortom, wordt vervolgd.

zaterdag 12 januari 2019

Het Prentenboek is onderweg...

René tekent de laatste prenten. 
Schande! Al meer dan een half jaar heb ik niets nieuws geschreven. Op dit blog dan... In de praktijk ben ik de laatste maanden bijna dag en nacht aan het schrijven geweest, maar dan voor Het Prentenboek dat ik samen met René Nauta maak. Na drie jaar is het manuscript klaar, zijn alle foto's (bijna 750 in totaal) uitgezocht en bewerkt en heeft René bijna 350 tekeningen gemaakt. Zondag hebben we alles naar vormgever Wemoet Wartena gestuurd. En nu? Nu begint het zenuwachtige wachten op de eerste proeven.
Het wordt een joekel van een boek. Vier- tot vijfhonderd pagina's vermoed ik. Een handzame veldgids kun je het niet meer noemen denk ik, maar doorwrocht is het wel... In mei is de boekpresentatie, ergens in het midden van het land.
Nu heb ik hopelijk ook weer tijd voor anderen dingen en weer af en toe een mooi sporenavontuur posten op Natuurspoor. Wil je op de hoogte blijven van Het Prentenboek dan kun je de website www.hetprentenboek.eu of Het Prentenboek op Facebook in de gaten houden.

zaterdag 21 juli 2018

Het Von Humboldt Genootschap

Ik kan me niet veel leukers bedenken dan met gelijkgestemde zielen aan natuurstudie te doen. Het maakt eerlijk gezegd niet zoveel uit wat het onderwerp is. Sporen, veren, vogels, 'zeebeesten' of zoogdieren, alles is goed. Maar dit zijn wel de onderwerpen waar ik het meeste van weet. Ik prijs me dan ook gelukkig dat ik zoveel slimme mensen ken die hun kennis graag delen.

Een boletenzwartlijf, een kevertje dat leeft in zwammen zoals berkenzwam en zadelzwam.

Ik maak tot mijn grote vreugde ook deel uit van het prestigieuze Von Humboldt Genootschap. Dit ultragheime gezelschap komt een keer of zes per jaar bij elkaar. Het concept is eenvoudig. We kletsen wat bij over onze afzonderlijke natuuravonturen, doen een excursie, eten een eenvoudige doch voedzame maaltijd (liefst ergens in het veld), bespreken een gewichtig boek en gaan daarna door met bijvoorbeeld nachtvlinders vangen en proberen ze op naam te brengen.

Kinderboek

Vaak heeft het thema van het boek en de excursies iets te maken met insecten. Niet dat Von Humboldt daar nu speciaal in geïnteresseerd was, maar het eerste boek dat we lazen en bespraken was de biografie van Andrea Wulf over de grote Duitse natuuronderzoeker. Daarna volgden boeken van bijvoorbeeld Dave Goulson (over hommels), Stefano Mancuso (over planten), Fredrik Sjöberg (over zweefvliegen), James Rebanks (over het leven als schapenhouder) en M.G. Leonard (over kevers). Ja, ja, dat laatste boek is inderdaad een kinderboek... 

Boommieren proberen hun vee (schorsluizen) in veiligheid te brengen.

Ik ben van oorsprong niet echt een 'insectengeek'. Ik weet er ook weinig van en de moed zakt al snel in mijn schoenen als ik zie hoeveel soortgroepen en soorten er zijn. Die soorten lijken soms ook nog eens verschrikkelijk veel op elkaar. Aan de andere kant is het ook weer buitengewoon bevredigend als het wel lukt om een soort op naam te brengen, ook al blijkt dan vaak dat het een heel algemene soort is. Ik moet zeggen dat ik dan ook steeds meer verslingerd raak aan kevers, hommels, libellen, sprinkhanen, vlinders en al die andere kriebelbeesten. En dat is niet heel handig want eigenlijk moet ik al mijn tijd besteden aan het afronden van Het Prentenboek... 

Een karmozijnrood weeskind, een zeldzame nachtvlinder die steeds vaker wordt gezien (lijkt het).

Nou ja, ik werk nu hard aan een wat saaier deel in dat proces (redactie en fotobewerking) en dus beloon ik mezelf nu even met leuke uitzoekklusjes. Hieronder een paar resultaten van onze bijeenkomst van gisteren. Zoals ik al zei, ik ben een insectengroentje. Feedback op foute determinaties zijn dan ook van harte welkom. 

Is dit nu een schavertje (man) of een knopsprietje (vrouw)? We houden het op de laatste vanwege de geknikte zijkiel. Met dank aan Lizette van Buren-Wolf. 

Pluimvoetbij aan het werk. Mooi spoor ook ;-)

Ook weer zo'n leuke. Volgens mij een vrouwtje van de algemene steenrode heidelibel. De 'snor' op het gezicht loopt door op de zijkant van het hoofd en de legschede staat haaks op het lichaam. Dus geen bloedrode. Maar dan, er zit een sterk rode zweem op het achterlijf en de vleugelaanzet... Dat zie ik weer nergens als mogelijkheid in de boekjes.