Posts tonen met het label bosmuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bosmuis. Alle posts tonen

maandag 20 april 2015

Natuurspoorjournaal #79 - Bezemsteelholletjes

Veldmuizenholletjes aan de rand van een akker bij Norg
Muizen zijn leuk. Punt. Ik vind de bosmuis het allerleukst, ook al drijft dit diertje me bij mijn cameravalonderzoek naar boommarters soms tot waanzin. Gisteravond stuitte ik tijdens een avondrondje tot mijn grote vreugde weer eens op een 'veldmuizenstad'. Je kent het beeld vast wel, alsof iemand die zich stierlijk verveelde met een bezemsteel willekeurig gaten in de grond heeft gedrukt. 

Sociaal?
Veldmuizen zijn sociale muizen. Dat wil zeggen, er leven soms meer dan twintig veldmuizen in één gangenstelsel. Maar over het algemeen zitten er maar een paar adulte dieren bij elkaar in de buurt. Ontmoetingen tussen soortgenoten gaan er ook niet altijd even vriendelijk aan toe. Blijkbaar zijn ook sociale muizen op hun privacy gesteld. Rondom de holletjes zie je vaak dat het gras is weg gegeten. En met een beetje goede wil, vind je daar soms wat gemorste hagelslag. Althans zo lijkt het. In werkelijkheid is het natuurlijk veldmuizenpoep. 

Stapelvoedsel
Wat ik dan wel weer een beetje sneu vind, is dat veldmuizen door natuurliefhebbers vooral worden gewaardeerd omdat ze het belangrijkste prooidier zijn voor veel roofvogels, uilen en kleine marterachtigen. Stapelvoedsel wordt dat dan oneerbiedig genoemd. Alsof veldmuizen geen andere reden van bestaan hebben. En als ze zich dan al eens laten gelden en met duizenden gaan protesteren tegen de levensgevaarlijke arbeidsomstandigheden, is er weer een andere diersoort die last heeft van zo'n piekmomentje en ze met duizenden tegelijk verzuipt.   

Veldmuizen dus. Met heel veel geluk worden ze 3 jaar oud, maar het overgrote merendeel kan niet eens zijn eerste verjaardag vieren. En dat is best jammer, want ik zou graag eens voor zo'n muizenverjaardag onder de grond worden uitgenodigd. Wel even checken of de hagelslag op de taart ook echt hagelslag is ;-)

zaterdag 25 oktober 2014

Natuurspoorjournaal #70 - Muizendiner op niveau

Eetplaatsjes van een bosmuis in een meidoornstruik. - Uiterwaarden nabij Afferden (GLD)
De hele dag buiten, de eerste helft  met een groep leuke mensen kleitrappen door de uiterwaarden langs de Waal en daarna nog een paar uurtjes alleen over noordelijke Veluwe gestruind. En wat verwacht je dan van zo'n dag? Ergens in het achterhoofd is er de hoop op een grootse ontdekking, maar het eind van de dag zijn het juist al die kleine vondsten samen die zorgen voor groot geluk.

Via Twitter had ik me bij Marcel de Jong opgedrongen. Samen met een stuk of vijftien ander keigezellige kerels onderhouden ze voor Staatsbosbeheer de knotwilgen in uiterwaarden rond Afferden. Omdat ik wel eens in die wereld (nog nooit geweest) wilde rondneuzen en Marcel en zijn kornuiten wel oren hadden naar een dierspoorexcursie in hun territorium, was een deal snel gesloten. In een groot deel van die uiterwaarden is een prachtig 'begrazingslandschap' ontstaan met veel meidoorn. En het terrein van een oude steenfabriek is veranderd in een prachtige ruigte met brandnetel en heel veel grote klis.

Opvallend: het miegelt er van de konijnen. Kom daar in het Drentse maar eens om! Helaas had het de afgelopen nacht in de streek nog behoorlijk geregend, waardoor de kleiige paden al snel veranderen in kleine riviertjes. We vonden dan ook relatief weinig sporen. We moesten hard werken voor een paar reeënprenten en ik had mazzel dat Jos Litjes deel uitmaakt van de knotploeg die tot verbazing van zijn ploeggenoten veel van sporen wist.

Confetti
Ik werd het meest getroffen door een eetplaatsje van een bosmuis op anderhalve meter hoogte in een meidoorn. Het diertje had zich tegoed gedaan aan de bessen van de struik en de restanten lagen als kleine bultjes confetti verspreid op de takken. Even later vonden we de prenten van een vos die in volle vaart door de klei was gedenderd, misschien wel op konijnenjacht. Dat beeld drong zich in ieder geval bij me op.

Een ander klein hoogtepuntje was de herontdekking van een aantal dassenpijpen. Of eigenlijk was het meer een heroriëntatie. Marcel had een jaar geleden de enorme bulten grond ook al eens gefotografeerd en zich verbaasd over het enorme grondverzet. Toen ik erg enthousiast begon te doen dat het mogelijk van das was, liet hij me de foto zien waarop duidelijk nestmateriaal te zien was dat op de 'oprit' lag. Vorig jaar zat er dus nog een das en het zou me niet verbazen als hij er nog steeds is, ondanks een af en toe inwonende vos.

De dag eindigde waar, hij begon. In Vierhouten. Ergens in december mag ik met een andere club vrijwilligers van Staatsbosbeheer op pad. En nu ik er toch weer langsreed, kon ik alvast wel een verkenningsrondje doen. En waar ik me normaal op de Veluwe altijd weer zo verwonder over zoveel sporen, was er nu relatief weinig bijzonders te vinden. Maar toch weer genoeg om met een brede glimlach op het gezicht terug te rijden naar Drenthe.

Veegboom van edelhert - Noord-Veluwe.

vrijdag 30 mei 2014

Natuurspoorjournaal #65 - Haren en kegels

'We hebben nog een pluk haar gevonden', brult mijn collega Henk Mulder door de telefoon. Hij is met een andere collega naar een dassenburcht geweest voor een voorverkenning en de vondst begint door de telefoon steeds exotischer vormen aan te nemen. Vooral de kleurcombinatie van de haarpluk fascineert me, roodbruin, wit en donkergrijs. Gelukkig nemen ze dat soort dingen altijd voor me mee. Fijne collega's heb ik.
Toen ik de pluk haar in handen kreeg geduwd, had ik even geen flauw idee. Op een gegeven moment dwaalden mijn gedachten af naar een avondje dassen observeren bij een grote familieburcht. Op die burcht zat naast een stokoude, bijna zilverachtige das, nog een oudje. Bij die das was de overgang van rug niet meer donkergrijs, maar bruinig. Zou het een dassenstaart zijn?
Maar nee, de haren waren veel grof voor een das. Meer zoals het winterhaar van een ree. Maar als het van een ree is, dan moet het een gedeelte van de spiegel of staart zijn. Mogelijk lag er ergens een kadaver en zijn delen van het dier door een das, vos of marter versleept. Misschien was het toeval dat het in de buurt van de burcht lag. In mijn hoofd spelen zich de meest fantastische verhalen af, maar feitelijk ben ik nog steek verder.

Haarpluk van een ree? Mogelijk van het gebied rond de staart. 

Grote schoonmaak
Nee, dan is een muis die zijn huis opruimt een stuk overzichtelijker. 'Ha, een bosmuis heeft een voorjaarsschoonmaak gehouden', denk ik hardop als ik dat prachtige spoor weer eens tegenkom in een bosje bij Norg. Twintig jaar geleden zag ik dat beeld eens op de Veluwe en een gids vertelde me toen dat een bosmuis verantwoordelijk is voor die schoonmaakwoede. Het gekke is dat die uitspraak nog steeds als eerste bij me opkomt als ik het zie.
Maar het gekke is ook,  het hol waar de aangeknaagde larix-kegeltjes voor lagen had geen enkel kenmerk van een bosmuiswoning. Bovendien zijn bosmuizen nu ook weer niet per se van die enorme verzamelaars. Ik ben ook nog nooit zo'n berg tegen gekomen voor een zeker bosmuizenhol (zo eentje met een enorme zandkegel er voor). Rosse woelmuizen zijn daarentegen wel verzamelaars. En het holletje, dat een beetje was weggestopt onder een mosdekje, leek ook veel meer op dat van een woelmuis. En dan schiet me voor de zoveelste keer een uitspraak van Rob Bijlsma te binnen: we roepen maar wat. Inderdaad! En ik sta zelf soms vooraan in de rij.

Een rosse woelmuis (waarschijnlijk) heeft een voorjaarsschoonmaak gehouden.



dinsdag 28 januari 2014

Natuurspoorjournaal #59 - Harz #2

Even kort door de bocht, missie Lynx episode 4 is ook mislukt. Voor de duidelijkheid, ik hoef niet per se een lynx te zien, maar een prentje (of twee) zou wel aardig zijn. De ranger (zo noemde hij zichzelf, daar kan ik ook niets aan doen) in het infocentrum in Bad Harzburg gaf ons nog een beetje hoop. Rond de luchsgehege werd af en toe ook een vrijlevende lynx gezien met haar drie jongen van vorig jaar. Maar hoe we ook zochten op ons zes uur durende struintochtje geen spoor van die turbopoezen natuurlijk.

Wilde kat?
Wel vonden we op een verder onbelopen paadje twee andere, niet kakelverse, prenten in de categorie zeer verdacht. Op foto 1 zie je een van beide. Vijf centimeter lang en ongeveer even breed. Een middenkussen in de vorm van een verse babyneus, licht asymmetrisch staande teenkussens, geen duidelijke nagelindrukken. Dat hadden we allemaal beredeneerd na ongeveer vijf minuten observeren en meten. Maar het eerste wat ik zei toen ik de prent zag was geloof ik: O my god. Waarop Nicolette meteen zei: O my cat. Maar het is de eerste keer dat we de prent van een wilde kat zouden vinden, dus ga ik toch Annemarie van Diepenbeek maar even lastig vallen. 

Foto 1. Prent van een wilde kat?
En het was toch al geen beroerde dag, ondanks het gemis van de lynx. We volgden tientallen keren voor kortere of langere tijd de 'trail' van een vos. Zagen meerdere keren boommarters en bosmuizen over het pad hoppen, vonden prenten van wild zwijn en wasbeer en meterslange gangen van woelmuizen. 

Boommarter
Het meest werden we in beslag genomen door twee prachtige boommarterwissels. Na lang zoeken vond ik soms een prentje waar de teenkussens nog een beetje te zien waren, maar bij de meeste moest ik het doen met de contouren, wat natuurlijk ook niet zo gek is bij boommarterprenten. Ze hebben immers nogal een fors 'behang' tussen de teenkussens. 
De drukbelopen wissel kwam uit het bos (zie foto 2), stak het pad over, het talud af, linea recta naar een van de 2 plekken waar ze, op een traject van ongeveer 3 kilometer, de snelstromende Ecker over konden steken. Bij de eerste plek werd een liggende boom gebruikt die volledig de beek overspande (foto 3), bij de tweede plek geval hopten ze van steen naar steen naar boom (foto 4). 

Foto 2. Plek 2. Wissel van boommarter.

Foto 3. Plek 1. Boom wordt door boommarter gebruikt om de beek over te steken.

Foto 4. Plek 2. Oversteekplaatsen van de marter. Bij de onderste rode pijl is vaag
het slijtspoor te ziet waar de marter zich afzet om naar de volgende steen te
springen. Via de tak waar de bovenste rode pijl bij staat vervolgde hij zijn weg.
Vos
En dat tot slot, jullie vervelen je vast stierlijk van al dat geleuter over spoortjes in de sneeuw, natuurlijk nog wel een vossenspoor. Een dag zonder vos, is geen goede dag. Ik ben van vossen gewend dat ze redelijk 'wild' graven als ze iets eetbaars op het spoor zijn. Hier in de sneeuw en met bevroren ondergrond willen ze blijkbaar niet te veel energie verspillen. Het zijn telkens kleine krabplekjes (foto 5), meestal leidt het naar de ingang van een muizenhol. Maar ook hier heeft hij of zij het weer snel opgegeven. Op naar de volgende kans. Net als wij.

Foto 5. Loopspoor met krabplekje van een vos. 

woensdag 31 juli 2013

Natuurspoorjournaal #52 - Eekhoorns en sparren

Twee aangeknaagde sparrenkegels door eekhoorn (onder) en bosmuis (boven). De eekhoornkegel heeft twee gradaties in het knaagspoor. Het onderste gedeelte lijkt op muizenvraat. Maar is het niet...
Harry Holsteijn uit Groningen stuurde me onlangs een paar foto's van aangevreten sparrenkegels. De vraag was of het allemaal 'eekhoornwerk' was. Het antwoord was: Nee. Maar soms is het lastig te zien of er wel of geen muizen in het spel zijn. Gisteravond was ik op pad met Maaike en vonden we in een sparrenperceel op het Dieverzand veel aangeknaagde kegels. Opvallend waren de kegels die 2 verschillende knaagpatronen hadden. Het leek alsof de kegel eerst was bewerkt door een eekhoorn en daarna door een bosmuis. Als je goed kijkt, zie je echter dat de typische tandafdrukjes ontbreken zoals die aanwezig zijn bij muizenknagerij. Mijn vermoeden is dat dit duo-spoor wordt veroorzaakt door jonge eekhoorns. Dat idee is mede ingegeven door het feit dat ik dit soort kegels vooral in de zomer vind. Hoe dan ook, ik hoop dat twee onderstaande fotootjes wat licht in de duisternis scheppen.

Detail van de kegels. Op de bovenste kegel zijn (hopelijk) de tandafdrukken van de muis goed zichtbaar. Die tandafdrukken ontbreken bij op het kalere gedeelte de onderste kegel.




woensdag 24 juli 2013

Bushcraften en verwildernissen

Vandaag René even opgezocht in Gees. Houtvuurkoffie!
Gisteren las ik een stukje over St Joris Cycles, een kleine framebouwer uit Eindhoven. Wat dat met dit blog te maken heeft? Op zich niet zo veel, maar het gaat om het idee dat er achter zit. Dat idee is een Evil Plan zoals Hugh MacLeod (klik hier) dat noemt. Kort samengevat: in je levensonderhoud kunnen voorzien met iets wat je het allerliefste doet. Iets dat er toe doet en iets dat je bovenal met liefde doet.


René Nauta had ook zo'n Evil Plan. Hij wilde vooral veel buiten zijn, of beter nog: Indiaan worden. Maar als je zegt dat je voor je werk vooral Indiaantje speelt, wordt je meestal niet erg serieus genomen. Gelukkig hebben de Engelsen of Amerikanen daar een wat stoerder woord voor verzonnen: bushcraft. En net als de eigenaar van St Joris Cycles - die overigens prachtige fietsen bouwt - voorziet René nu in zijn levensonderhoud met wat hij het allerliefste doet: bushcraften.

Indiaantje spelen 2.0.

Een van de onderdelen van dat bushcraften is het leren herkennen en volgen van diersporen. Uiteindelijk krijg je immers ook gewoon honger van al dat buiten spelen en moet er iets in de pot boven het kampvuur. Toch handig als je dan weet dat je het spoor volgt van iets eetbaars. Trouwens als het zover komt dat je hier volledig op bent aangewezen, is er natuurlijk wel wat vreselijks gebeurd.

Sporen in het kamp. Plukplaats van een sperwer.
Zover is het (nog) niet. Tot die tijd, is het zoeken en vinden van sporen vooral ook een leuke bezigheid en daarin hebben René en ik elkaar gevonden. Geregeld gaan we samen een dagje op pad om van elkaar te leren. Maar ik heb het al vaker gemerkt - pas op, nu wordt het een beetje zweverig - dat het sporenzoeken een totaal andere dimensie krijgt als je voor langere tijd in de natuur bent. Daarom ga ik in oktober een weekendje met René mee op een speciaal Trackingweekend (klik hier voor meer info).

Iets later, op zaterdag 19 en zaterdag 26 oktober, organiseer ik samen met collega boswachter Corné Joziasse en natuurgids Maaike de Goeij, een zogenaamde WoldTrek in het Drents Friese Wold. Ook hier zijn we langere tijd buiten om op zoek te gaan naar diersporen en daarmee hopelijk een vleugje wildernis te vinden. Meer informatie hierover is later in het najaar te vinden op www.nieuwewildernis.nl.

Natuurlijk ook nog even een 'rondje' gedaan. Sporen van bosmuis.
O ja, ik heb ook een Evil Plan, maar daarmee zal ik jullie (voorlopig) niet vermoeien...



zondag 21 april 2013

Natuurspoorjournaal #43 - Knaagkunde (gatkunde dl2)

Gesleten, en niet beknaagde, holterand, van een kauwennest. 
Daar sta je dan... Mooie openingszin van een niet nader te noemen lied. Maar waar is het wel. Ik sta weer naar een gat in een boom te kijken. Promotie-onderzoek gaat immers niet vanzelf. Met mijn kijker bestudeer de holterand en ik vind het op zijn minst verdachte. Er lijkt aan de rand geknaagd, maar opmerkelijk is dat het 'rondom' is gebeurd. Onder het gat zit een slijtplek in het algenspoor, wat er op duidt dat er ook wel eens een vogel komt buurten. Deze twee sporen aan het gat matchen echter niet naar mijn bescheiden mening. Tijd om het gat even te inspecteren met de hengelcamera.
Als ik naar de auto loop, hoor ik achter me het schreeuwen van kauwtjes. Door mijn kijker zie ik hoe twee vogels met elkaar aan het bakkeleien zijn. Tonnie, die me vandaag vergezeld, wijst naar de boom: 'Kauwtjes', zegt hij droog. Een tijdje bestuderen we de vogels en op een gegeven moment verschijnt een derde vogel in de holte-opening. Er is dus een indringer die vervolgens vakkundig wordt verjaagd door het echtpaar.
We kunnen vervolgens goed zien hoe het mannetje (daarbij ga ik er maar even vanuit dat het vrouwtje de vogel in de nestholte is) zich met zijn poten vasthoudt aan de holterand. Dat doet hij rondom. Soms hangt de vogel bijna op de kop, wat ook meteen de slijtrand (en dus geen knaagrand) rondom verklaard. Weer wat geleerd.

Sparrenkegels

Dat gebeurde niet veel later nog een keer. In de buurt van een te controleren uilenkast lag een forse berg beknaagde sparrenkegels. Eekhoorn zou je zeggen als je het van een afstandje bekijkt. De  grote kegels zijn niet helemaal tot boven toe afgeknaagd, liggen wel erg in het zicht en met veel bij elkaar. Volgens mijn (overigens onvolprezen) studieboeken dus van eekhoorn. Maar... in dit geval gaat het toch echt om het werk van muizen. In mijn vakgebied toch best wel een spectaculaire waarneming, maar daar zal verder waarschijnlijk niemand van wakker liggen.
Toch ga ik op basis van dit spoor daar maar eens een paar lifetraps neerzetten. Het zal me niets verbazen als de grote broer van de bosmuis is gearriveerd...

Dit is echt het werk van muizen... 


zondag 28 oktober 2012

Natuurspoorjournaal #23 - (ont)Hamsteren

Pitten van een kers aangegeten door een bosmuis. Aan de rand van het knaaggat zijn tandafdrukken te zien (niet op de foto te zien natuurlijk). Bij de rosse woelmuis is de rand van het knaaggat niet beschadigd.

Hoe vaak heb ik al niet verbaasd naar een gaai staan kijken die met vijf, zes eikels in zijn krop wegvloog. Als een volgeladen bommenwerper 'roeien' ze naar een geschikte plek om het voer te verstoppen voor de winter. Gisteren zag ik zowaar een gaai zijn buit verstoppen. Niet aan de rand van het bos, zoals zo vaak in vogelboekjes te lezen is, maar gewoon midden in een geitenweitje. Geen poespas, binnen twintig seconden had ie ze allemaal onder de grond.

Het gaaiengehamster kan ik sinds kort ook van heel dichtbij aanschouwen. We hebben in onze 4x4-tuin een pindasnoer opgehangen en dit heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op een gaaienpaartje. 's Ochtends komen ze een paar keer langs om een paar pinda's te snaaien. Waar ze die dan vervolgens naartoe brengen ontgaat me helaas, maar ik vind het wel een opbeurende gedachte dat die veel te dure pinda's als wintervoorraad dienen. Die gaai weet natuurlijk niet dat ik waarschijnlijk de hele winter een half maandsalaris aan vogelvoer ga uitgeven.

Gaaien zijn fascinerende beesten en mijn dag kan al niet meer stuk als ze even komen buurten. Maar deze dag werd nog beter toen ik in de buurt van Veenhuizen een typisch gevalletje van onthamsteren aantrof. Onder een eik had een bosmuis zijn holletje ontdaan van de zomerrestjes om ruimte te maken voor de wintervoorraad. Voor de deur lagen een stuk of honderd uitgegeten pitten van een zoete kers. Het leek net alsof die bosmuis ze met een emmertje naar buiten had gegooid, zoals wij een emmer water leeg gooien. Hupsakee!