Posts tonen met het label Staatsbosbeheer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Staatsbosbeheer. Alle posts tonen

zondag 3 november 2019

Terug naar Rottumerplaat is uit!

Daar is ie dan: Terug naar Rottumerplaat, het boek dat we schreven over ons vier maanden durende verblijf als vogelwachters op Rottumerplaat.

Blije schrijvers. (foto Ed Molenaar)
Afgelopen vrijdag presenteerden we het boek in het Lauwersnest, het activiteitencentrum van het Nationaal Park Lauwersmeer. Tegen de prachtige achtergrond van de Global Flyway, de trekroute waar veel trekvogels die wij afgelopen jaar rondom Rottumerplaat aanschouwden gebruik van maken.

Een van de pagina's uit het boek. 
We vertellen in dagboekvorm - in woord en beeld - over ons streven naar een eenvoudiger bestaan maar ook over de grote dynamiek van zand, zee en wind. Over de soms ontelbare hoeveelheid vogels, de bijzondere zoutplanten en opvallende strandvondsten. De worstelingen komen eveneens langs, bijvoorbeeld dat onze aanwezigheid soms óók verstorend werkt op de vogels. Maar bovenal blijkt dat we genieten van dit natuurleven. Voor ons draagt het bestuderen van de natuur namelijk bij aan het levensgeluk, zoals de beroemde natuurvorser Jac. P. Thijsse bijna honderd jaar geleden al beweerde.

Het boek dat 240 pagina's telt is voor € 29,95 verkrijgbaar in iedere boekhandel en tot het einde van het jaar ook via het winkeltje van Lauwersnest, het activiteitencentrum Lauwersmeer, De Rug 1, Lauwersoog. Daar is tot die tijd ook een kleine foto-expositie met een aantal foto's uit het boek.
Hartelijk dank voor alle leuke berichten gedurende het seizoen en wellicht tot ziens op een van de lezingen over ons boek. De agenda kun je vinden in de zijbalk en hieronder:

Aanmelden is meestal noodzakelijk en kan via de websites van de betreffende locaties. Als de inschrijving gestart is, staat het vermeld en/of is de link naar de website actief.


zaterdag 28 november 2015

Hartstochten

Er gebeuren soms dingen die je niet verwacht. Soms was in dit geval afgelopen zondag. Met een blij gemoed wandelde ik Bitter&Zoet in Veenhuizen weer binnen. Ondanks dat we geen reeën 'live' hadden gezien, gingen alle deelnemers van het Natuurcollege over deze prachtige dieren toch wel weer tevreden naar huis. Bij de entree van het hotel-restaurant zag ik tot mijn verbazing Rodi Nijp van Noorderland. 'Hé, jij hier. Dat is toevallig.' Zoiets zei ik.

In de verte zag ik ook de pretoogjes in het fitgrijze hoofd van mijn schoonvader. Nog toevalliger. En... een aantal andere mensen die ik erg lief heb. Het kwartje bleef lang hangen. 'Ik heb een verrassing voor je', zei Rodi met een grote glimlach. Pas veel later op de avond drong tot mij door dat zich achter de schermen veel had afgespeeld en bovenal dat ik steeds naïever word. Die baan bij de recherche zit er niet meer in. Maar wat was ik er blij mee.   

Stukjes

Tien jaar lang heb ik een hoekje van het prachtige tijdschrift Noorderland mogen vullen met wat altijd een column werd genoemd. Feitelijk zijn het meer natuurverhalen. In een column zit toch iets van een statement, een mening of interessante opvatting. En die heb ik meestal niet. Mijn bijdragen liggen meer in de lijn van wat Simon Carmiggelt schreef in Het Parool, maar dan zonder jenever. Carmiggelt noemde zijn Kronkels steevast 'stukjes'. Stilistisch gezien mag ik Carmiggelts' schoenveters trouwens niet eens vastmaken, maar hij is samen met Koos van Zomeren voor mij wel een voorbeeld hoe zoiets écht moet.

Hoe dan ook, het was Rodi gelukt voldoende sponsors bij elkaar te krijgen om van die ongeveer 100 natuurstukjes die ik schreef, de vijftien mooiste te bundelen in wat nu Hartstochten in Noorderland heet. De schrijfsels zijn voorzien van mooie foto's, onder meer van mijn goede vriend Jan Duker. Alle Noorderland-abonnees krijgen het cadeau van de laatste Noorderland van dit jaar. 'Daar ben je vast wel trots op', vroegen een aantal mensen me. 

Polder Breebaart. 
Maar trots vind ik een wat lastig begrip. Zo voelt het niet. Het is meer iets van - sorry als u nu een teiltje nodig heeft - dankbaarheid. Naast buiten zijn, is schrijven namelijk wat ik het liefste doe. En ik schrijf weer het liefst over buiten zijn en wat ik daar beleef. Natuurlijk vind ik het fijn dat andere mensen het lezen, er van genieten en hopelijk zo enthousiast worden dat ze ook zin krijgen om naar buiten te gaan. Dus door die stukjes te lezen en te waarderen, kan ik weer doen wat ik het liefste doe. En zo houden we elkaar op een prettige manier bezig. Toch?

Sneeuw

Ik hoop dan ook uit de grond van mijn hart dat de lezers van Noorderland het bundeltje ervaren als een cadeautje. In ieder geval was het dat, op die grijze en natte zondagmiddag, voor mij wel. Een beetje het zelfde gevoel dat je krijgt als er buiten vers pak sneeuw ligt en je onder een bleke maan een avondwandeling met je grote liefde maakt. 

Al lezend in de bundel, die ik samen met die grote liefde had samengesteld, kwam een tochtje die ik twee weken daarvoor met haar maakte langs de Dollard weer naar boven. Twintig jaar geleden kwam ik bijna wekelijks in de polder Breebaart. Toen was het net niks. Ja, aan de andere kant van de dijk lag de toen ook al mysterieuze Punt van Reide. Een oeroude landtong waar zich bij hoogwater duizenden vogels verzamelen. In de polder zelf stond alleen een wat oninteressante plas water, als herinnering aan een mislukt project. Hier zou in het kader van het Deltaplan een kanaal worden gegraven richting de Westerwoldse Aa. 

Kluut

Hoe anders is dat nu. Via een 'gat' in de dijk stroomt er zout water uit de Dollard in en uit de polder. We zagen er bijvoorbeeld honderden kluten. Kluten! Ik was bijna vergeten hoe mooi die vogels zijn. Een elegantie waar een gemiddelde jonkheer een puntje aan kan zuigen. Onberispelijk is een ander woord wat bij mij opkomt als ik naar kluten kijk. En daarna ontstaat altijd ook het onrustige gevoel van gemis. Het gemis van razende stormen, bonkende golven en die enigszins bedorven, maar o zo fijne, geur die de kust omringd.

Kluten, foeragerend in gelid, aan de randen van de Dollard.
In Hartstochten in Noorderland schrijf ik er dus ook al een verhaal over. Het heet Norg aan zee. Het gaat over de fantasie dat het fijne Drentse dorp waar ik nu woon aan de kust ligt en je het beste van twee werelden naast de deur hebt, bos en zee. Vrij vertaald naar de vogelwereld, appelvinken en scholeksters. Maar ik realiseer me nu pas dat ik had moeten schrijven appelvinken en kluten... 

P.s. nogmaals dank aan allen die er voor gezorgd hebben, dat mijn lieve vader en stiefmoeder en al die anderen mijn Hartstochten in Noorderland kunnen lezen. Ik noem ze nog even: Noorderland, Staatsbosbeheer, hotel restaurant Bitter&Zoet, Boekhandel Daan Nijman, De Waddenvereniging, Roesd, Jolanda de Kruyf en Jan Duker. En tot slot had ik graag gewild dat mijn veel te vroeg gestorven moeder ze had kunnen lezen. Dat ze had kunnen zien wie ik geworden ben... 


zondag 7 december 2014

Natuurspoorjournaal #72 - Wilde zwijnen met geweren

Spoor van wild zwijn. Bij de pijltjes
zijn de sporen van de houwers te zien.
Ik moet er nog even aan wennen, het vakjargon (aanspreken) dat wordt gebezigd rond dieren als edelhert en wild zwijn, of eigenlijk moet ik zeggen roodwild en zwartwild. Veel van die termen zijn afkomstig uit de wereld van de jacht en het boeit me wel hoe die geheel eigen vocabulaire is ontstaan, laveien voor foerageren, kaalwild voor herten die geen gewei dragen, lopers voor poten. Het mooiste woord dat ik tot nu heb gehoord is houwers.

Ik leerde het woord kennen bij een diersporenexcursie op de Veluwe met een tiental natuurgidsen van Staatsbosbeheer. In het mosplakkaat op de stamvoet van een kleine eik was een stuk opengewerkt. Ik was er aan voorbij gelopen, in gedachten al bij de boommarterboom die ik verderop wist te staan. 'Weet je wat dit is?', vroeg een van de deelnemers. Er ging eerlijk gezegd niet meteen een lichtje branden
   'Het is van wild zwijn, je kunt de sporen van de houwers nog zien.'

En toen gebeurde er in mijn hoofd iets grappigs. Ik dacht dat met houwers de bijhoeven werden bedoeld, daar hadden we het een groot deel van de ochtend immers over gehad. Ik zag een varken voor me dat uit de top van de boom was afgedaald en dat zich op het laatst schrap zette voor een klein maar galant afsprongetje. De houwers hadden daarbij twee evenwijdige remsporen achtergelaten, de hoef had een stuk mos voor zich uitgeduwd.

'Hoe gaat dat dan in zijn werk?', vroeg ik voorzichtig. Ik heb inmiddels geleerd mijn vooroordelen in diersporenland ver naar de achtergrond te verdringen.
   'Nou gewoon, hij zet zijn snuit in het mos en gaat met zijn kop omhoog.'

Aha. Houwers zijn dus de grote 'slagtanden' van een keiler, oftewel een beer, een volwassen mannelijk wild zwijn. Als kind dacht ik trouwens dat die dingen slachttanden heetten. In dieren die een paar van die imposante werktuigen hadden, zag ik wel een analogie met onze plaatselijke slager Cramer. Maar goed, houwers dus. Weer wat geleerd.

Ik word vast nog wel eens een volleerd aanspreker. Of niet, want in een boek over wilde zwijnen lees ik later dat die houwers eigenlijk geweren heten en dat leidt weer tot geheel nieuwe beelden in mijn hoofd.

zondag 23 november 2014

RunForesterRun #1

De kudde verkent de route. 
Vrijdag. Collega Jorien Bakker aan de telefoon. ‘Als je nu eens alle trailruns in Drenthe meedoet Aaldrik. Als RunForesterRun, dat is leuk!’ Het woordgrapje is inderdaad leuk. Maar de eer gaat eigenlijk naar Winfried Bats. Hij bedacht in samenwerking met de Drentse terreinbeheerders zes prachtige trailruns onder de naam RunForestRun. De eerste in Gasselte was niet alleen prachtig, maar ook een groot succes. Ik liep er de 13 km. En het Holtingerveld, Drents Friese Wold, Drentse A, Dwingelderveld en de Kop van Drenthe volgen. Maar of ik ze ook allemaal wil lopen. Die in de Kop van Drenthe, waarvan ik de route zelf heb uitgestippeld, is 29 kilometer lang. Slik.

Toch hoor ik mezelf binnen twee tellen zeggen: ‘Ja, dat is inderdaad leuk.’ En met dat idee in het achterhoofd reed ik gisteren richting Havelte. Ik had me aangemeld voor de 15 kilometer en ik verheugde me enorm op het ongetwijfeld heuvelachtige en zanderige parcours. Maar toen ik op de parkeerplaats bij de schaapskooi uit de auto stapte moest ik weer even slikken. Gure wind! Had ik wel de goede kleren bij me?

Waar in Gasselte ons de muziek nog tegemoet schalde, was het welkom hier sober maar hartelijk. En passend bovendien. Bij trailrunning staat beleving van de natuur waarin je loopt voorop. Tijden zijn minder belangrijk, maar de rituelen zijn hetzelfde. Lopers die elkaar bevragen. Heb je veel getraind? Welke afstand ga je doen?

Tijdens het warmlopen komt de schaapskudde me tegemoet. Ze monsteren het bordje met het opschrift Pas op! Lopers. Leuk idee ook dat een deel van de opbrengst van het evenement naar de schaapskooi gaat. Ze kopen er een nieuwe hogedrukspuit van.

De running forester (rechts).
Foto Bernie Jenster
En dan. We starten. Zonder startschot, zonder speaker, zonder poespas. Winfried legt iets uit over de route, maar ik versta hem niet. Mijn muts zit over mijn oren. Ik zie wel. We starten in kleine groepjes en binnen een klein kwartiertje loop ik nagenoeg alleen. Ik kom lastig in mijn ritme. De route slingert voortdurend, er zijn veel kleine hoogteverschillen en mulle zandige stukken. Het is zwaar, maar o zo mooi.

Twee vrouwen voor me kwebbelen aan een stuk door. ‘Wat is het hier prachtig!’, hoor ik haar zeggen. Ik denk aan het verwijt dat ik vaak hoor. Hardlopers hebben helemaal geen oog voor de natuur. Ja, je hebt ook andere dingen te doen, maar tijdens het lopen zie en hoor ik van alles. Een goudvink die een ijl liedje zingt, een groep kruisbekken die me toejuicht vanuit de boomtoppen en ik zie in een flits de pootafdrukken van een das.

Startnummer 145. Foto John Veenstra
Maar eerlijk is eerlijk, na een kilometer of 12 ben ik vooral met mezelf bezig. Waarom doe ik dit ook al weer? De mantra die ik zo vaak hoor, hardlopen is niet gezond, dringt zich op. Maar ik denk ook aan het boek Why we run van Bernd Heinrich, ultrarunner en eminent raven-ondezoeker. Over hoe wij als enige wezen op aarde in staat zijn zo lang achter elkaar te lopen, als het moet honderden kilometers. Daar kan een cheetah, wolf of gnoe een puntje aan zuigen. Over hoe belangrijk hardlopen was in onze evolutionaire ontwikkeling.  

Het laatste stuk over de Havelterberg. De lopers voor me zijn verrast bij het zien van het enorme hunebed. Ze staan even stil. Ik voel hoe de zon het wint van de wolken. Langzaam ploeter ik verder, ik ben moe, mijn benen doen zeer, maar ik ga nog steeds vooruit en geniet van het buiten zijn. Ik voel dat ik nog wel een uur door zou kunnen lopen als het moest. Maar het hoeft niet. Ik ben weer bij de schaapskooi. Ik zie mensen lachen, elkaar omhelzen, genieten…

Wolter de Lange uit Steenwijk, een van de 30 km-lopers. 
Meer informatie over alle RunForestRuns vind je op www.runforestrun.nl

zaterdag 25 oktober 2014

Natuurspoorjournaal #70 - Muizendiner op niveau

Eetplaatsjes van een bosmuis in een meidoornstruik. - Uiterwaarden nabij Afferden (GLD)
De hele dag buiten, de eerste helft  met een groep leuke mensen kleitrappen door de uiterwaarden langs de Waal en daarna nog een paar uurtjes alleen over noordelijke Veluwe gestruind. En wat verwacht je dan van zo'n dag? Ergens in het achterhoofd is er de hoop op een grootse ontdekking, maar het eind van de dag zijn het juist al die kleine vondsten samen die zorgen voor groot geluk.

Via Twitter had ik me bij Marcel de Jong opgedrongen. Samen met een stuk of vijftien ander keigezellige kerels onderhouden ze voor Staatsbosbeheer de knotwilgen in uiterwaarden rond Afferden. Omdat ik wel eens in die wereld (nog nooit geweest) wilde rondneuzen en Marcel en zijn kornuiten wel oren hadden naar een dierspoorexcursie in hun territorium, was een deal snel gesloten. In een groot deel van die uiterwaarden is een prachtig 'begrazingslandschap' ontstaan met veel meidoorn. En het terrein van een oude steenfabriek is veranderd in een prachtige ruigte met brandnetel en heel veel grote klis.

Opvallend: het miegelt er van de konijnen. Kom daar in het Drentse maar eens om! Helaas had het de afgelopen nacht in de streek nog behoorlijk geregend, waardoor de kleiige paden al snel veranderen in kleine riviertjes. We vonden dan ook relatief weinig sporen. We moesten hard werken voor een paar reeënprenten en ik had mazzel dat Jos Litjes deel uitmaakt van de knotploeg die tot verbazing van zijn ploeggenoten veel van sporen wist.

Confetti
Ik werd het meest getroffen door een eetplaatsje van een bosmuis op anderhalve meter hoogte in een meidoorn. Het diertje had zich tegoed gedaan aan de bessen van de struik en de restanten lagen als kleine bultjes confetti verspreid op de takken. Even later vonden we de prenten van een vos die in volle vaart door de klei was gedenderd, misschien wel op konijnenjacht. Dat beeld drong zich in ieder geval bij me op.

Een ander klein hoogtepuntje was de herontdekking van een aantal dassenpijpen. Of eigenlijk was het meer een heroriëntatie. Marcel had een jaar geleden de enorme bulten grond ook al eens gefotografeerd en zich verbaasd over het enorme grondverzet. Toen ik erg enthousiast begon te doen dat het mogelijk van das was, liet hij me de foto zien waarop duidelijk nestmateriaal te zien was dat op de 'oprit' lag. Vorig jaar zat er dus nog een das en het zou me niet verbazen als hij er nog steeds is, ondanks een af en toe inwonende vos.

De dag eindigde waar, hij begon. In Vierhouten. Ergens in december mag ik met een andere club vrijwilligers van Staatsbosbeheer op pad. En nu ik er toch weer langsreed, kon ik alvast wel een verkenningsrondje doen. En waar ik me normaal op de Veluwe altijd weer zo verwonder over zoveel sporen, was er nu relatief weinig bijzonders te vinden. Maar toch weer genoeg om met een brede glimlach op het gezicht terug te rijden naar Drenthe.

Veegboom van edelhert - Noord-Veluwe.

vrijdag 19 september 2014

Das ruimt vossenrommel op


Vandaag kwam mijn natuurvriend Tonnie Sterken even langswippen. Samen onderzoeken we in de Kop van Drenthe een gebied van 15 bij 15 kilometer op dassen. In nummer 3 (2014) van Zoogdier hebben we een artikel geschreven over de moeizame herkolonisatie van de streek. We volgen een groot deel van de burchten, vooral die waar opmerkelijke dingen gebeuren, intensief met cameravallen. 
Dit voorjaar was het Tonnie bijvoorbeeld al opgevallen dat drie van onze vaste hoofdburchten ineens door de dassen verlaten waren. Op alle drie de burchten waren geen jonge dassen geboren. Op de cameravallen verschenen daarentegen ineens vossen, later al dan niet met kroost. Bij een burcht konden we met zekerheid de vertrokken de dassen terugvinden. Ze waren naar een klein burchtje, een kilometer noordelijker verhuisd. 
Nu de vossen de jongen al weer een tijdje groot hebben, keren alle drie dassenparen terug naar hun oude burcht. Opvallend daarbij is dat ze meteen overgaan tot een grote schoonmaak. Het is bekend dat vossen soms inwonen bij dassen, maar het lijkt erop dat als de burcht niet al te groot is of dassen geen jongen werpen, ze het gestink van de vossen of de onrust toch niet zo prettig vinden. Als de dassen in kwestie wel jongen hebben, laten ze zich niet door de vossen verdrijven. Bij andere grotere burchtcomplexen zoals in het Hart van Drenthe zie je wel dat er op een burcht zowel jonge dassen als jonge vossen komen, maar dat hebben we in de Kop van Drenthe nog niet vastgesteld. 
De vraag die ons nu bezighoudt is natuurlijk, laten dassen zich inderdaad tijdelijk uit hun burcht verjagen en zo ja, waarom? Kortom, we hebben er weer een leuk uitzoekklusje bij. 

zondag 18 november 2012

Natuurspoorjournaal #26 - Stuiteren


Dassenprent op de natuurbrug bij Hilversum.
Het was me het weekendje wel. Gisteren was ik op uitnodiging van de Marterwerkgroep Gooi en Vechtstreek naar Hilversum afgereisd. Even voorbij Zwolle bekroop me een 'waar-ben-ik-eigenlijk-mee-bezig-gevoel'. Ruim vier uur rijden voor een lezing en een excursie. Ik moet het toch wel heel erg leuk vinden om mijn gekte voor diersporen te delen met anderen!?
En na afloop kon ik weer constateren dat DIT inderdaad verschrikkelijk leuk is. Samen met andere natuurgekken een beetje rondstruinen en van de ene in de andere verbazing of verwondering vallen. Wat er allemaal aan je voorbij trekt, is nauwelijks te bevatten. En met een beetje goede wil, of verbeeldingskracht, zie je de beesten die je niet ziet voortdurend aan je voorbij gaan. Onder een boomstronk glipt een bosmuis in zijn hol, een woelrat loopt zijn vaste route door de pitrus langs de oever of een ree gaat er in galop vandoor.
Maar het leukste die middag was een das die over de nieuwe natuurbrug achter het beheerkantoor van het Goois Natuurreservaat had gewandeld. Op zijn dooie gemak. Gewoon omdat het nu kan. Ik kreeg er een beetje een glorieus gevoel van. Telkens wordt het nut van al die natuurverbindingen weer ter discussie gesteld, vooral door politici die zonder enige schroom het oorspronkelijke leefgebied van dieren in tweeën hakken. Alsof enige terughoudendheid in onze 'ontwikkeling en vooruitgang' geen optie is.
Hoe belangrijk die veilige trekroutes voor dieren zijn, realiseerde me ik vandaag nog veel sterker. Samen met Egbert Beens en Nicolette was ik op ottersporenjacht in de Weerribben. Egbert liet ons alle hoeken gaten van 'zijn' otterparadijs zien. Ik zat te stuiteren in de boot van al dat moois. Op basis van de vele sporen trek ik de conclusie dat otters en mensen prima samen kunnen leven. Maar een beetje meer respect voor de behoefte van dieren zou niet verkeerd zijn. Stel dat een groep otters de Herestraat in Groningen onder water zou zetten zodat de McDonalds en Bijenkorf ineens onbereikbaar zijn...

Otterspraint in de Weerribben.