Posts tonen met het label zeearend. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zeearend. Alle posts tonen

zondag 13 november 2016

De vogels van Van Ruysdael

Rivierlandschap met veerboot (1649), Salomon van Ruysdael. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.
Binnen 1 minuut waren we verdwaald in het Rijksmuseum. Een vriendelijke man meldde ons dat we in de Philips-vleugel waren en dat de eregalerij, waar de Hollandse meesters hangen, helemaal aan de andere kant van het gebouw te vinden was. Waar we vandaan kwamen zeg maar. Een beetje provinciaals voelde het wel. Zo snel mogelijk naar De Nachtwacht en het niet kunnen vinden met een plattegrond voor je neus.
   Maar goed. Verbijsterd was ik, toen ik De Nachtwacht zag. En toen ik de Samenzwering van de Bataven van Rembrandt voor het eerst live aanschouwde, moest ik even zitten. Kunstwerken die ik al zo vaak in een of andere drukvorm had gezien, maakten een indruk op me waar ik niet op had gerekend. Het 'licht' op De Nachtwacht is zo onvoorstelbaar mooi. Maar goed, dat hebben duizenden anderen die er veel meer verstand van hebben natuurlijk ook al duizenden keer gezegd. 

Hollandse luchten
Een andere schilder waar ik graag de werken van wilde bekijken, was Jacob van Ruisdael. U weet wel, die van de beroemde Hollandse luchten. Ook prachtig! Vrij snel begon ik de schilderijen te scannen op mogelijk afgebeelde 'faunistische waarden'. Welke wilde dieren had hij in zijn schilderijen verwerkt? Vooral soepeenden zag ik. Blijkbaar zwommen er in de 17e eeuw ook al allerlei tamme soorten in 's Neerlands wateren rond. Of hij deed maar wat als het op dit specifieke thema aankomt, dat kan natuurlijk ook. Op al zijn schilderijen heeft hij ergens in die majestueuze luchten bijvoorbeeld wel een paar vliegende vogels afgebeeld. Op de doeken die ik heb bekeken dezelfde, eenvoudige V-vormige silhouetten. Zoals ik ook nog net een vogel kan tekenen. 
   Op één doek waren de vogels met meer detail geschilderd. Althans dat vind ik. Het gaat om het werk Riverlandschap met veerboot (zie afbeelding). Rond dat overladen bootje lijken boerenzwaluwen te scheren. En in de lucht lijkt zowaar een paartje zeearenden te zweven. Je ziet geen enkel detail, maar de jizz zoals vogelaars dat noemen lijkt onmiskenbaar. En even lager lijkt een vogel te vliegen met de typische houding van een rode wouw. Ook dit is niet meer dan een zwart lijntje.

Kunsthistorische faunaecologie
In begreep er niks van. Hoe kon het dat op al die andere schilderijen de vogels waren verworden tot vage silhouetten en op dit doek - in mijn ogen - herkenbare soorten stonden afgebeeld? Misschien is het vooringenomenheid. De wens de vader van et cetera. Het is hoe dan ook een van mijn vele verborgen liefhebberijen, in oude geschriften en op oude schilderijen en tekeningen zoeken naar het voorkomen van wilde dieren. Als kunsthistorische faunaecologie een vak zou zijn, wil ik er wel voor 'doorleren'. En ik bedoel juist niet die werken waarop soorten heel bewust zijn afgebeeld of nagetekend. Het gaat mij om boeken en schilderijen waarin de maker onbewust iets van de natuurlijke historie heeft weergegeven. 
   Van de zeearend is bekend dat hij ook in vroeger tijden in Nederland voorkwam. Over de rode wouw, die tegenwoordig sporadisch als broedvogel voorkomt en als doortrekker Nederland geregeld aandoet, kan ik niet zoveel vinden over de historische aanwezigheid. Als ik Nicolette deelgenoot maak van mijn overpeinzingen vraagt ze of ik wel gezien heb dat Rivierlandschap met veerboot van Salamon van Ruysdael is en niet van Jacob van Ruisdael. Jacob was een neef van Salamon, die zijn naam volgens Wikipedia als enige famililid met een i schreef in plaats van een y. En Jacob was waarschijnlijk een leerling van Salomon.
   Aha! Maar nu wordt het écht spannend. Heeft Salomon van Ruysdael die vogels, als soort, bewust geschilderd en dus misschien ook wel echt gezien op die plek of neemt mijn niet onderbedeelde fantasie weer een loopje met me? Salomon heeft vast geen natuurdagboek nagelaten zoals de Amsterdamse meneer Walters. Daarover heeft voormalig stadsecoloog Martin Melchers ttrouwens een kloek boek gemaakt. Daarover later meer. Ik ga eerst mijn collega en kunsthistoricus Marcel van Ool eens bellen. Die weet alles over natuur en landschap in de kunst. Kijk maar eens op zijn blog: https://www.boswachtersblog.nl/buitenplaatsen/

vrijdag 15 juli 2016

Wacht en geniet

Edelhert-hinde met haar kalf. (foto Nicolette Branderhorst)
Als natuurgenieter ben ik opgegroeid met het idee dat je in beweging moet zijn. In het verleden ging dat vrij extreem door met de auto van de ene bijzondere vogelsoort naar de andere te scheuren. De laatste jaren is het tempo steeds verder gezakt. Van fietsen, naar wandelen, naar struinen. De laatste tijd heb ik de voor mij ultieme vorm van bewegen in de natuur gevonden: stil zitten.

Natuurschrijver Koos van Zomeren schreef al eens iets in de trant van: als je ergens gaat zitten, trekt de natuur vanzelf aan je voorbij. In de afgelopen week was ik met Ursula, Raya en Nicolette in de Lausitz en hebben we deze bewegingsvorm meerdere malen in de praktijk gebracht. We hadden allemaal onze eigen beweegredenen om naar het oosten van Duitsland af te reizen, maar het leitmotiv was wolf. Over de avonturen rondom dit prachtige dier schrijf ik binnenkort een stuk in het Friesch Dagblad.

Als bijvangst hadden we aan de rand van een van de vele voormalige karperkweekvijvers een uitzichttoren gevonden waar het uitstekend toeven was. Twee avonden stonden we van uur of zeven tot in de schemering te wachten tot we niets meer konden zien. Maar die drie uurtjes daartussen waren wat mij betreft de aangenaamste van onze reis. De natuur trok inderdaad aan ons voorbij, in vele gedaanten.

Jonge (onscherpe) groene specht. 
Van een zwaar gekneusde avondlucht tot een ruisend regenconcert. Van voedsel zoekende wasberen tot een overstekende otter. Van duttende zeearenden tot een haastige havik die een tijdje werd begeleid door honderden zwaluwen. Van parende grauwe klauwieren tot een poserende jonge groene specht. Van een bosmuis die langdurig van bremzaden snoepte tot kraanvogels die luid roepend een overnachtingsplekje zochten. Van een rotte wilde zwijnen tot een door het water ploegende edelhert-hinde met haar kalf. Dat. En nog veel meer. Het enige wat we er voor hoefden te doen was een beetje stil zijn en genieten...

(Later dit weekend zal ik nog wat bewegende beelden delen.)



dinsdag 16 juni 2015

Douchen met hop-zicht

Een van de oudervogels, gefotografeerd vanuit een houthok (50% crop). 
We hadden een weekje gepland in de Muritz waarvan ik me van oude verhalen herinnerde dat het er mooi, rustig en vogelrijk is. Een beetje zoals Oost-Polen, maar dan dichterbij. We kwamen uit de Harz, waar we ook al niet onbedeeld waren qua vogels. Maar de Muritz beloofde volgens dit gidsje van Hans Peters een dagelijkse visarend. En die is nog net iets leuker dan een grijskopspecht, Europese kanarie of notenkraker. Vind ik.

Op de weg er naartoe brachten we een bezoekje aan het Havelland, een van de drie gebieden in Duitsland waar de grote trap nog voorkomt. Maar voor deze extravaganten waren we eigelnijk te laat. De balts was al achter de rug en de vrouwtjes zaten veilig binnen de speciale anti vos-omheining te broeden. Geen grote trap gezien. Wel grauwe gors en veel rode en zwarte wouwen. Ook niet vervelend.

Door het niet-zien van die grote trappen, was de honger naar een dagelijkse visarend wel wat toegenomen. Terwijl Nicolette zich door de 'kasteelheer' liet informeren over de aardigheden van ons prachtige onderkomen in het dorpje Krienke, kreeg ik verlet en fietste als een dolle door eindeloze dennenbossen en over mulle zandpaden naar... Ja naar wat eigenlijk?

Niet schuwe kraanvogel...
Kraanvogel
Naar een visarend die vlak voor mijn neus een vis uit het water zou snaaien. Maar ik zag niets van dat alles. De beloofde uitzichtplatforms bestonden niet, waren opgeheven of afgesloten. Verboten! Nicht betreten! Privatgrundstuck. Nicht erlaubt! Een kraanvogel die op een meter of twintig afstand van het fietspad rustig bleef foerageren, was natuurlijk leuk. Maar ik fietste toch enigszins teleurgesteld weer naar Krienke.

'En, nog wat leuk gezien?', vroeg Nicolette. Om niet meteen als een ontevreden schepsel te worden bestempeld, verhaalde ik enthousiast over de kraanvogel. En de zingende grauwe gorzen die ik nog had gehoord vlak bij het plaatsje Boek (spreek uit als Beuk). 'Hier in de tuin zit een hop te broeden, vertelde de heer Heinemann', liet zij zich vervolgens een beetje achteloos ontvallen.
   'Een hop. Hier. In de tuin? Waar?'
   'Ja, in die fruitboom daar.'
Ze hadden het nog niet gezegd, of ik zag vanuit het keukenraam hoe een van de oudervogels een insect in een gat deponeerde. Twee seconden duurde het bezoek hoogstens, daarna was hij of zij weer weg.

De hop-tuin.
Gezwiep
Het werd helaas al een beetje schemerig en we hadden afgesproken nog een avondrondje te wandelen. Een zandpad leidde ons naar de Zotsensee waar ik ineens in het landschap stond zoals ik me dat had voorgesteld. Gewoon in de achtertuin. Ik zoek het blijkbaar altijd te ver.

Een roerdomp hoempte. Hoor, daar een sprinkhaanzanger. Hé daar gaat nog een bruine kiek. Zie je die grauwe gors daar op het draadje? Zit daar in de verte nou een visarendnest op die hoogspanningsmast? Och kijk nou, daar gaat nog een visarend. Zijn dat jonge ransuilen die daar zo piepen? Kijk een ree. De 'gezwiep' uit dat moerasje daar is een porseleinhoen Tjonge, ook nog een zingende draaihals. Afijn, u heeft een beeld. We waren een uurtje buiten.

Badkamerzicht.
De volgende ochtend stond ik al vroeg naar de fruitboom te kijken. Vanuit de badkamer had ik nog beter zicht op het nest en kon ik het douchegordijn gebruiken als camouflagenet. Ik zag hoe de hoppen in hoog tempo voedsel aanbrachten. Kevers, rupsen, slakken en weet ik wat niet al. Soms zochten ze het direct onder het nest, soms bleven ze wat langer weg. Ik kon vanuit de badkamer zonder de vogels te storen, prachtige foto's maken.


Bosuil
Zodra we echter de tuin in stapten, waar soms toch echt even moest om de planten water te geven of iets op de composthoop te gooien, zaten de oudervogels luid blazend in de spar of andere oude fruitbomen. Wat dat betreft stonden we op gelijke voet met ekster, gaai en bosuil (!) die af en toe ook de hoppenidylle kwamen verstoren.

Jonge hop (70 % crop).
In de loop van de week werd duidelijk dat er twee jongen waren, die zich steeds vaker ver buiten de nestopening waagden. Pas als er een van de ouders in de buurt kwam werd er gebedeld om voer. De rest van de tijd werd de wereld verkend. En als er sprake was van enige opwinding werd de kuif opgezet, zoals ze hun ouders hadden zien doen.

De muur
Op vrijdagmorgen, toen wij een dagje Berlijn hadden gepland, hield het voeren ineens op. Maar de ouders waren wel in de buurt. Op die manier moedigden de ouders de jongen aan om uit te vliegen. Dat leek ook al goed te kunnen, de jongen zagen er af uit. En ergens op die dag, toen wij in de Berlijnse Ackerstraße met een bedompt gemoed en zwaar onder de indruk van zoveel onderdrukking de resten van de muur bekeken, vlogen de jonge hoppen uit.

Zaterdagavond kwam een lokale vogelaar langs en vroeg hoe het met hoppen ging. Het was een unicum volgens hem. Er hing elk jaar wel een paartje hoppen in de buurt rond, maar een broedgeval hadden ze nog nooit kunnen vaststellen. En toen besefte ik me pas echt goed wat een voorrecht is het om te kunnen douchen met hop-zicht.

Een van de oudervogels voert de twee jongen, foto gemaakt vanuit de badkamer. (50% crop)

dinsdag 24 september 2013

Reisbrief #6 - Kraanvogels in Hornborgasjön

Kraanvogels in avondlicht.
We spraken het voortdurend verkeerd uit, de naam van misschien wel het belangrijkste vogelmeer van Zweden: Hornborgasjön. Misschien komt dat omdat je 'horn' op zijn Zweeds schijnt uit te spreken als 'hoern'. Maar als we het op zijn Hollands uitspreken, kijken de Zweden alsof ze water zien branden. Helaas zijn we sinds vandaag van de misverstanden verlost. We hebben de prachtige streek verlaten en zijn doorgereisd naar Göteborg, op weg naar huis.

Het gaat niet van harte, ook al zijn we nu precies zes weken onderweg. Op onze hele reis hebben de kraanvogels ons vergezeld. Aan het begin van onze vakantie kwamen we ze meerdere keren in kleine groepjes ergens hogerop in Noorwegen of Zweden tegen. Hornborgasjön staat echter bekend als tussenstation op trekroute naar het Zuiden, net als Rugen en het Diepholzermoor in Duitsland.

Zowel in het voor- als najaar slapen in Hornborgasjön duizenden (de teller stond nu op 7000) kraanvogels voor enige tijd op het ondiepe meer. Overdag zoeken ze voedsel op de akkers in de wijde omtrek. Hun einddoel is de Extremadura in Spanje, waar ze begin november aankomen en overwinteren. In april luiden ze in Zweden de lente weer in. We ontmoetten in de bergen een Zweeds stel, waarvan vooral de vrouwelijke helft elk jaar reikhalzend uitkijkt naar de kraanvogels. 'Then we know spring is coming', zei ze met glinsterende ogen.

Zeearend op een stokje.
Ik zal er niet een al te sentimenteel stukje van maken, maar het geluid van kraanvogels zal niemand onberoerd raken. Gisteren wandelden we aan de noordzijde van het meer en het plaatsje Varnhem in een prachtig en zeer afwisselend kleinschalig cultuurlandschap toen aan het eind van de middag een grote groep kraanvogels luid roepend naar het meer vloog. Door het zonlicht dat al van onder op de vogels scheen, leken hun vleugels van zilver. Zo verschrikkelijk mooi.

Herfslicht bij Varnhem.
Een dag eerder beleefden een van de weinige grijze en regenachtige dagen op onze reis. We maakten toch een wandeling van een paar kilometer aan de westzijde van het meer naar een van de uitzichtpunten. Hier zaten maar liefst vijf zeearenden, elk in hun eigen dooie boompje, te wachten op betere tijden. Ondertussen vlogen er tientallen blauwe reigers rond die met hun roofvogelsilhouette voordurend voor onrust onder de andere vogel zorgden. En we zagen we en passant ook nog 'even' een visarend en een slechtvalk.


's Avonds brak de loodgrijze lucht en knetterden alle kleuren oranje, paars en grijs aan de hemelboog. Ik kon me niet bedwingen en reed nog even naar de rand van het meer. Grote groepen kraanvogels kwamen vanuit het noorden aanvliegen en bleven af en toe even hangen in dit kleurengeweld. Ik zal er niet meer woorden aan besteden. De foto aan het begin van het bericht spreekt voor zich.

Avondlicht aan de rand van het meer.
Dit was voorlopig de laatste reisbrief. Vanaf volgende week gewoon weer elke week een Natuurspoorjournaal. Ook leuk hoop ik ;-)

dinsdag 3 september 2013

Reisbrief #3 - Bruinvissen en grote jagers

Waar ga je allemaal naar toe in Noorwegen als je de tijd hebt? De Lofoten lonkten, de Noordkaap? Maar als je niet alleen maar in de auto wilt zitten (en autorijden in Noorwegen is best vermoeiend moet ik eerlijk zeggen), moet je je ook weer een beetje beperken. In ieder geval wilden we naar de Dovrefjell om die gekke muskusossen te zien en naar het 'vogeleiland' Runde ten zuidwesten van Alesund.

Muskusos.
In de Dovrefjell lopen we een tweedaagse en overnachten we in de Reinheimen-hytte. We hebben pech, want naast een Frans stel is de hut afgeladen met scholieren die 'op kamp' zijn. Maar de huttenwacht heeft voor ons vieren een aparte kamer vrijgehouden. We slapen als ossen, ondanks het geschreeuw van de Noorse jeugd.

Zicht op de Reinheimen hytte in Dovrefjell. 
De volgende dag nemen we de, naar onze smaak mooiere, zuidelijke route terug naar Kongsvollen. We zien, net als de dag ervoor, volop muskusossen en vinden overal hun sporen inclusief een paar verse plukken ondervacht die natuurlijk in de schatkist voor thuis gaan. Maar nog meer onder de indruk zijn we van het rendier dat met een hevig bebloed gewei op drift lijkt te zijn. Even later zien we een ietwat obese Noor omhoog puffen met een enorme rugzak op zijn rug en een geweer over zijn schouder. Het schiettuig ziet eruit alsof het uit een science fictionfilm komt.

'That is a piece of equipment', zeg ik in mijn beste Noors. Hij is op rendieren uit blijkt. Ook de wilde rendieren in Dovrefjell moeten blijkbaar 'beheerd' worden. 'Have you seen any?', vraagt hij. 'Yes', antwoord ik iets te snel, maar uit mijn uitleg maakt hij op dat ik een 'male' heb gezien. Hij mag alleen op 'female and calf'schieten.
Rendierkop.
We vragen hem uitleg over de kop van een rendier dat we op een steen zagen liggen. Het zag er wat luguber uit en ook onze jager kijkt wat bedenkelijk. Hij omzeilt de vraag en vertelt dat als ze een dier geschoten hebben, alles behalve het vlees in het veld achterlaten. Maar zo pontificaal als bij dit exemplaar is gebeurd, is niet gebruikelijk. 'It must be a joke', zegt hij als ik er nogmaals naar vraag. Tja, Noren staan nu eenmaal bekend om hun enorme gevoel voor humor ;-)


Van rendierjagers is het maar een kleine stap naar grote jagers. Die laatste zien we volop op het eiland Runde waar we striemende regen en wind moeten trotseren. Het broedseizoen is bovendien al bijna voorbij waardoor we de tienduizenden papegaaiduikers, zeekoeten, alken en drieteenmeeuwen missen, maar de Jan van Genten zijn er nog met hun bijna vliegvlugge jongen en de grote jagers dus. We genieten enorm van de 'jachtlessen' die de jongen krijgen van hun ouders en alsof dat nog niet genoeg vliegt er nog even en juveniele zeearend over.

Grote jager op Runde.
Runde is niet meer een echt eiland. Je komt er via een wirwar van andere eilandjes en bruggen, maar insulafielen zullen ook hier echt het eilandgevoel hebben. Het ruikt er naar eiland, het ademt eiland. Als ik na een pittige klim naar het kolkende azuurblauwe zeewater beneden me kijk en Runde Fyr aan de voet van de imposante kliffen zie liggen, bekruipt me weer het gevoel dat ik op zo'n plek wel eens een jaar wil doorbrengen. Ik had dat ook al op de Farne Islands aan de Engelse oostkust en op Latrabjerg, een westelijk puntje van IJsland. Ik ben nadat ik een half jaar op Schiermonnikoog heb gewoond ook een insulafiel geworden.

Heel af en toe houdt het op met regenen en prikt op Runde zelfs de zon even door het donkergrijze wolkendek.
De dag erna rijden we toch weer richting het oosten. We besluiten op het laatste moment een ommetje te maken langs het Geirangerfjord, in het hoogseizoen de Zaanse schans van Noorwegen. Nu is het er relatief rustig en zowaar zie ik na een tijdje turen in de diepte beneden me vier bruinvissen zwemmen! Eerder viel ons dat genoegen ook al ten deel in de Innfjorden, maar dit is wel een heel bijzondere view op deze prachtige zeezoogdieren. Het lijkt zover van zee hier, maar die fjorden staan natuurlijk allemaal in verbinding met het zilte.

De tocht daarna door de Breiddalen is trouwens minstens zo mooi als de Geirangerfjorden. Doodmoe word je van al die 'stunning views'. Gelukkig reden we vandaag op weg naar Femundsmarka ongeveer veertig kilometer door 'saai' naaldbos. In Elga hebben vervolgens we een buitengewoon gezellige hytte gehuurd inclusief een Jotul 600 (houtkachel) die heerlijk staat te snorren. Laten we hier maar een paar dagen blijven...

vrijdag 20 juli 2012

Dierspoorjournaal #13 - Zeearend

Visresten op de Ballastplaat. 

Al dagen ben ik bezig met de zeearend. Ik schrijf er stukjes over, ben met allerlei mensen aan het bellen, zoek foto's uit en doe nog veel meer van dat soort nuttige dingen. Maar het beest zelf een keer zien is er niet bij. Ik moet er ook eerlijk bij zeggen, dat ik dat nog het meest mezelf kan verwijten. Ik loop in het Lauwersmeer - waar dit verhaal zich afspeelt - bijvoorbeeld minder snel naar buiten dan in mijn eigen habitat. Ik ben en blijf een bosjesman. Ik raak altijd de weg kwijt in open landschappen. Vooral figuurlijk gesproken.

Vandaag heb ik me toch gewaagd aan een klein rondje. Gelukkig kende mijn gids de weg op zijn duimpje, anders was ik onherroepelijk verdwaald op die lege vlakte. 'Kijk een vis', wees mijn gids. Plotseling stonden alle zintuigen op scherp en schakelde ik over naar de visualisatiemodus. Wat was hier gebeurd? 'Het maal van een zeearend', duidde mijn gids. Maar ik zag eerder een vos die in een ondiepte deze paaiende karper of brasem (ik ben niet zo thuis in de vissenskeletten) uit het water had gehengeld.

Weer geen zeearend wat mij betreft, maar je kunt het voor je jezelf ook te moeilijk maken.