Posts tonen met het label fotografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fotografie. Alle posts tonen

donderdag 13 juli 2017

Mooie das in slecht licht

Mooie das in slecht licht...
De leden van de Dassenwerkgroep Drenthe houden geregeld lezingen. De foto's die we daarvoor gebruiken zijn een beetje sleets aan het worden. Of beter gezegd, al jaren gebruiken we de prachtige foto's die fotograaf Jan Duker een dikke vijf jaar geleden maakte. Toen hadden we het geluk van een burcht op een relatief open plek en waar de dassen vroeg al vroeg op de avond naar buiten kwamen. Jan heeft daar prachtige beelden gemaakt. 
De laatste weken probeer ik voor wat 'vers bloed' te zorgen. Maar dat valt nog niet mee. Of de dassen komen te laat (zon net te ver gezakt), de dassen komen helemaal niet naar buiten (regen), de dassen komen uit een heel andere pijp dan we dachten, de dassen lopen met een te ruime boog om ons heen of de dassen hebben gewoon geen zin om op de foto te gaan en vertrekken op een drafje om te gaan foerageren. Gisteravond lukte het een beetje, zij het al diep in de schemering. Maar het is fotografisch verre van goed.
Hoe voorspelbaar dassen in sommige gedragingen ook zijn, ze verrassen me elke keer weer. Dat vind ik juist ook zo leuk aan ze. Maar nu zouden ze best wel even een tijdje mogen stilstaan (in plaats van steeds met die neus in het bladerdek te wroeten), in een mooi lichtje, op een feeëriek bemost plekje in het bos... 

dinsdag 16 juni 2015

Douchen met hop-zicht

Een van de oudervogels, gefotografeerd vanuit een houthok (50% crop). 
We hadden een weekje gepland in de Muritz waarvan ik me van oude verhalen herinnerde dat het er mooi, rustig en vogelrijk is. Een beetje zoals Oost-Polen, maar dan dichterbij. We kwamen uit de Harz, waar we ook al niet onbedeeld waren qua vogels. Maar de Muritz beloofde volgens dit gidsje van Hans Peters een dagelijkse visarend. En die is nog net iets leuker dan een grijskopspecht, Europese kanarie of notenkraker. Vind ik.

Op de weg er naartoe brachten we een bezoekje aan het Havelland, een van de drie gebieden in Duitsland waar de grote trap nog voorkomt. Maar voor deze extravaganten waren we eigelnijk te laat. De balts was al achter de rug en de vrouwtjes zaten veilig binnen de speciale anti vos-omheining te broeden. Geen grote trap gezien. Wel grauwe gors en veel rode en zwarte wouwen. Ook niet vervelend.

Door het niet-zien van die grote trappen, was de honger naar een dagelijkse visarend wel wat toegenomen. Terwijl Nicolette zich door de 'kasteelheer' liet informeren over de aardigheden van ons prachtige onderkomen in het dorpje Krienke, kreeg ik verlet en fietste als een dolle door eindeloze dennenbossen en over mulle zandpaden naar... Ja naar wat eigenlijk?

Niet schuwe kraanvogel...
Kraanvogel
Naar een visarend die vlak voor mijn neus een vis uit het water zou snaaien. Maar ik zag niets van dat alles. De beloofde uitzichtplatforms bestonden niet, waren opgeheven of afgesloten. Verboten! Nicht betreten! Privatgrundstuck. Nicht erlaubt! Een kraanvogel die op een meter of twintig afstand van het fietspad rustig bleef foerageren, was natuurlijk leuk. Maar ik fietste toch enigszins teleurgesteld weer naar Krienke.

'En, nog wat leuk gezien?', vroeg Nicolette. Om niet meteen als een ontevreden schepsel te worden bestempeld, verhaalde ik enthousiast over de kraanvogel. En de zingende grauwe gorzen die ik nog had gehoord vlak bij het plaatsje Boek (spreek uit als Beuk). 'Hier in de tuin zit een hop te broeden, vertelde de heer Heinemann', liet zij zich vervolgens een beetje achteloos ontvallen.
   'Een hop. Hier. In de tuin? Waar?'
   'Ja, in die fruitboom daar.'
Ze hadden het nog niet gezegd, of ik zag vanuit het keukenraam hoe een van de oudervogels een insect in een gat deponeerde. Twee seconden duurde het bezoek hoogstens, daarna was hij of zij weer weg.

De hop-tuin.
Gezwiep
Het werd helaas al een beetje schemerig en we hadden afgesproken nog een avondrondje te wandelen. Een zandpad leidde ons naar de Zotsensee waar ik ineens in het landschap stond zoals ik me dat had voorgesteld. Gewoon in de achtertuin. Ik zoek het blijkbaar altijd te ver.

Een roerdomp hoempte. Hoor, daar een sprinkhaanzanger. Hé daar gaat nog een bruine kiek. Zie je die grauwe gors daar op het draadje? Zit daar in de verte nou een visarendnest op die hoogspanningsmast? Och kijk nou, daar gaat nog een visarend. Zijn dat jonge ransuilen die daar zo piepen? Kijk een ree. De 'gezwiep' uit dat moerasje daar is een porseleinhoen Tjonge, ook nog een zingende draaihals. Afijn, u heeft een beeld. We waren een uurtje buiten.

Badkamerzicht.
De volgende ochtend stond ik al vroeg naar de fruitboom te kijken. Vanuit de badkamer had ik nog beter zicht op het nest en kon ik het douchegordijn gebruiken als camouflagenet. Ik zag hoe de hoppen in hoog tempo voedsel aanbrachten. Kevers, rupsen, slakken en weet ik wat niet al. Soms zochten ze het direct onder het nest, soms bleven ze wat langer weg. Ik kon vanuit de badkamer zonder de vogels te storen, prachtige foto's maken.


Bosuil
Zodra we echter de tuin in stapten, waar soms toch echt even moest om de planten water te geven of iets op de composthoop te gooien, zaten de oudervogels luid blazend in de spar of andere oude fruitbomen. Wat dat betreft stonden we op gelijke voet met ekster, gaai en bosuil (!) die af en toe ook de hoppenidylle kwamen verstoren.

Jonge hop (70 % crop).
In de loop van de week werd duidelijk dat er twee jongen waren, die zich steeds vaker ver buiten de nestopening waagden. Pas als er een van de ouders in de buurt kwam werd er gebedeld om voer. De rest van de tijd werd de wereld verkend. En als er sprake was van enige opwinding werd de kuif opgezet, zoals ze hun ouders hadden zien doen.

De muur
Op vrijdagmorgen, toen wij een dagje Berlijn hadden gepland, hield het voeren ineens op. Maar de ouders waren wel in de buurt. Op die manier moedigden de ouders de jongen aan om uit te vliegen. Dat leek ook al goed te kunnen, de jongen zagen er af uit. En ergens op die dag, toen wij in de Berlijnse Ackerstraße met een bedompt gemoed en zwaar onder de indruk van zoveel onderdrukking de resten van de muur bekeken, vlogen de jonge hoppen uit.

Zaterdagavond kwam een lokale vogelaar langs en vroeg hoe het met hoppen ging. Het was een unicum volgens hem. Er hing elk jaar wel een paartje hoppen in de buurt rond, maar een broedgeval hadden ze nog nooit kunnen vaststellen. En toen besefte ik me pas echt goed wat een voorrecht is het om te kunnen douchen met hop-zicht.

Een van de oudervogels voert de twee jongen, foto gemaakt vanuit de badkamer. (50% crop)

dinsdag 16 juli 2013

Natuurspoorjournaal #51 - Eekhoornpoep

Eekhoornpoep.
Al een jaar of vijf probeer ik wat meer grip te krijgen op eekhoorns in sparrenbossen. Onderzoek zou ik het niet meteen willen noemen, maar ik wil wel graag een aantal dingen weten. Bijvoorbeeld, is er een relatie tussen de dichtheid aan eetplaatsjes en het voorkomen van eekhoornnesten in dergelijke opstanden. Het doel is natuurlijk om te voorkomen dat die nesten tijdens wintervellingen sneuvelen. Echter, het is geen sinecure nesten in sparrenbossen op te sporen en ik zoek een manier om het iets eenvoudiger te maken.

Daarnaast wil ik graag weten of en hoe vaak eekhoorns ten prooi vallen aan boommarters of andere predatoren. Wat is er waar van het 'sprookje' dat de eekhoorn 'den belangrijkste prooi van den boommarter' is, zoals ik ooit in een obscuur jachtboekje las? Nou ja, dat soort dingen en dus behoren sporen van eekhoorns tot mijn prioritaire aandachtsgebied. 
Drinkende eekhoorn.
Wat daarbij verrotte lastig is: eekhoornpoep. Ik vind het bijna nooit. Ik zoek geregeld bosvakken met veel eekhoorn-eetplaatsjes minutieus af, maar dat levert zelden (lees: eigenlijk nooit) iets bruikbaars op. Mijn gedachte is, waar gegeten wordt, wordt gepoept. Maar bij eekhoorns lijkt dat niet op te gaan. Het lijkt wel alsof ergens in het bos speciale eekhoorntoiletten zijn verstopt. Ik vertel tijdens lezingen graag over dit rabiate poepzoeken. 

Omdat de eekhoornfoto's die ik bij die lezingen gebruik wat sleets werden, besloot ik een dagje een van de fotoschuilhutten van Han Bouwmeester (klik hier voor meer info) in de buurt van Goor af te huren. In het vrije veld is het fotograferen van eekhoorns meestal nog ingewikkelder dan het zoeken en vinden van hun keutels. Ik werd in de hut echter op mijn wenken bediend. Meerdere eekhoorns kwamen gewillig op het uitgelegde voer af en lieten zich in alle standjes prachtig fotograferen.

Maar waar ik nu weer ongelofelijk van baal is dat er bij de hut een van de eekhoorns zijn gevoeg had gedaan. In plaats van dat netjes op te meten, te noteren en te fotograferen met het gebruikelijke liniaaltje ernaast, ging ik er eerst met mijn dikke vingers aan zitten. Gevolg, allemaal zandkorrels op deze wonderschone poepjes. Beetje ree-achtig maar kleiner, ronder en met twee puntjes. Op de nogal slechte foto die ik daarna alsnog maakte is daar natuurlijk niets meer van te zien. 

Nu moet ik november nog maar een keer naar die hut, als de eekhoorns in wintervacht zijn en van die mooie pluimen op de oren hebben. Hopen dat ze dan ook even voor mij op commando willen poepen. Want die beestjes zelf zijn hartstikke schattig om te fotograferen, maar het moet wel duidelijk blijven wat het belangrijkste is...

zondag 25 november 2012

Waarom Jan Mulder nog geen vegetariër is

Blauwe kiekendief, jagend boven het riet van de Zoutkamperril. 
Ik zit achter mijn bureautje en blader door de foto's van de afgelopen weken. Ergens tussen twee onbeduidende plaatjes in, zit een foto van een vogel. Ik zoom in en zie dat het een vrouwtje blauwe kiekendief is. Huh!? Wanneer heb ik die foto gemaakt? Ik moet even graven in mijn geheugen. O ja, op weg naar het beheerkantoor in het Lauwersmeer. Ergens langs de Zoutkamperril. Het hoofd nog duf, het gemoed niet al te soepel vanwege de lange autorit, de geest al druk in de weer met alle klusjes die gedaan moeten.

Leuke pose van die blauwe kiek, maar de foto haalt de beeldbank (lang) niet. Ik kijk nog eens naar de foto en besef me dat ik me bijna niets herinner van die waarneming. Ja, ik was met een collega aan het bellen, terwijl ik langs de kant van de weg stond. Met drie dingen tegelijk bezig. 
Na het bekijken van de foto nestelt zich in mijn hoofd een 'gevaarlijke' gedachte. Ik wilde graag bij Staatsbosbeheer werken omdat ik zo genoot van het kijken naar en het bestuderen van vogels. Bovendien dacht ik bij Staatsbosbeheer op de juiste 'plek' te zijn om die fascinatie voor natuur met anderen te delen, door er over te schrijven, te vertellen, door er mooie foto's van te maken...

En wat gebeurt er? Ik werk bij Staatsbosbeheer en ben onderweg in een van de mooiste natuurgebieden van Nederland. Ik kan delen wat ik wil, op nagenoeg alle mogelijke manieren. Niemand die me tegenhoudt. Ik zie een blauwe kiekendief jagen boven het riet en in plaats van dat ik even uitstap en van het moment geniet, blijf ik in de auto zitten. Ik neem gewoon de telefoon aan terwijl ik ook later kan terugbellen omdat ik even met iets belangrijkers bezig ben. Ik erger me er kapot aan dat ik deze prachtige vogel vanuit de auto zit te begluren door de zoeker van mijn camera terwijl ik weet dat ik er toch geen bevredigende foto van kan maken. En met mijn hoofd ben ik al bezig met een vergadering die straks volgt.

Gelukkig doe ik het allemaal zelf. Niemand neemt het me kwalijk als ik de volgende keer wel even uitstap, er geen slechte foto van maak, maar gewoon kijk en bestudeer wat de vogel aan het doen is. Sterker nog, mijn entree op kantoor was een stuk gezelliger geworden als ik even vijf minuten de tijd had genomen om te genieten van die prachtige blauwe kiekendief. Ik had gezien hoe de vogel een 'gevecht' verloor met een muis. Daar had ik een hilarisch filmpje van kunnen maken. Dat was opgemerkt door De Natuur Draait Door, waardoor honderdenduizenden Nederlanders kennis hadden kunnen maken met de schoonheid van zo'n blauwe kiekendief in het al even mooie Lauwersmeer. Was ik misschien wel uitgenodigd aan tafel en had ik kunnen zeggen dat je houtsnippen niet moet opeten. Had Matthijs van Nieuwkerk me op de schouders geslagen. Was Jan Mulder spontaan vegetariër geworden. Maar bovenal was dit een veel leuker stukje geworden. Die kansen heb ik allemaal voorbij laten gaan, omdat ik het zogenaamd zo druk had. 


zaterdag 25 februari 2012

Archieffoto #2 Wezelenergie

Leuk medium dat Twitter. Ik baalde als een kameel omdat mijn mini-laptop is gecrashed. Die heb ik morgen zo hard nodig om in de trein een stukje over bevers te tikken. En dan is daar een tweet van Henny Radstaak dat hij met marteronderzoeker Erwin van Maanen op pad is geweest. Het resultaat daarvan is zondagochtend te beluisteren in Vroege Vogels. Dat moet een mooi item worden.
Het neveneffect (prachtig woord) van deze conversatie is dat ik ineens niet meer met mijn hoofd bij die k*tcomputer ben, maar in de Alpen. Daar kon ik een tijdje een wezel volgen die op muizenjacht was tussen de rotsblokken. Wat een energie! Natuurlijk had ik alleen mijn compactcamera bij me. Iedereen die weet hoe traag de scherpstelling van zo'n 'sigarettendoosje' gaat, weet dat ik gewoon stinkende mazzel heb gehad met deze foto.
Weg rotstemming. Ineens bedenk ik me dat ik zes uur de tijd heb om naar buiten te kijken en om eindelijk eens serieus te beginnen in Het Maleise Eilandenrijk van Alfred Wallace. Dat beverstukje komt later wel.