Posts tonen met het label Kraanvogel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kraanvogel. Alle posts tonen

vrijdag 5 augustus 2016

Wilde plekken #4a - Lausitz

Zoals beloofd nog een filmpje van leuke 'dingen' die we in de Lausitz tegen kwamen. Het is allemaal niet heel profi (statief vergeten) en scherp, maar geeft wel een mooie indruk van de plek en wat er allemaal kan gebeuren als je wat langer op één bepaalde blijft.


vrijdag 29 juli 2016

Wilde plekken #4 - Kraanvogels in de Lausitz

Kraanvogels, op zoek naar een slaapplek voor de nacht. 
Als jongetje van een jaar of veertien begon ik me steeds meer te interesseren voor vogels. Dit tot grote hilariteit van mijn vriendjes in het voetbalteam. Ik herinner me bijvoorbeeld een herfstig tochtje over het Hogeland van Groningen. In een gehuurd Bedford-busje op weg naar Noordpool uit (of een andere roemruchtige club op de klei). In de buurt van Roodeschool zag in op pas geoogste akker een groepje van 15 kraanvogels staan. Ik drukte mijn neus tegen de half beslagen autoruit. KRAANVOGELS. HIER!? Ik probeerde mijn enthousiasme te delen, maar hoongelach was mijn deel zoals was te verwachten.

Ik had tot dan toe kraanvogels alleen in boekjes gezien die ik uit de bibliotheek haalde. Voor mij was de kraanvogel een soort metafoor voor echte natuur. Van wilde landschappen in Scandinavië of Polen. Landschappen waar ik nog nooit was geweest, maar waar ik veel later wel kraanvogels zou zien en horen. De laatste jaren zoek ik samen met Nicolette de kraanvogels steeds vaker bewust op. In de buurt van Diepholz bijvoorbeeld of in onze achtertuin, het Fochteloërveen. 

De kraanvogel is misschien wel het enige dier dat in mijn top tien staat waarbij ik niet meteen 'onderzoekneigingen' krijg. (Ik ben trouwens een heel slechte onderzoeker, maar dat terzijde). De kraanvogel is vooral een dier om van te genieten. Om te bekijken. Om naar te luisteren. Om bij weg te dromen. 

Wolvenuitwerpselen op een pad in de Laustiz. 
Vorig jaar in de Muritz en dit jaar in de Lausitz waren we tot onze grote vreugde omringd door kraanvogels. In de Lausitz konden we ze horen roepen vanuit de tent. We zagen regelmatig kleine groepjes op pas geoogste akkers en in een gebiedje waar we twee avonden naar wolven uitkeken, werden we vooral geraakt door kraanvogels die luid toeterend een plekje zochten voor de nacht. 

Het meest opvallende kraanvogelmoment was echter toen ik met Raya en Ursula in een dicht bos liep. Midden op een zanderig pad, vlak voordat Raya een hoop wolvenstront vond, stonden heuse kraanvogelprenten. En weer had ik dat gevoel van bijna dertig jaar geleden: KRAANVOGELS. HIER!? 

En vanaf dat moment ben ik retenieuwsgierig wat die vogels daar te zoeken hadden. Insecten waarschijnlijk. Maar het blijft een gek idee, dat er een kraanvogel over zo'n bospad stapt. Nauwelijks in de gelegenheid om te vluchten op die grote wieken. En dat in het hart van het leefgebied van de Daubaner-wolvenroedel. Op dat soort momenten komt voor mij de wildernis heel dichtbij, al realiseer ik me donders goed dat de fysieke wildernis in de Lausitz ver te zoeken is. 

Kraanvogelprenten in een modderig stukje in een grasland. 

vrijdag 15 juli 2016

Wacht en geniet

Edelhert-hinde met haar kalf. (foto Nicolette Branderhorst)
Als natuurgenieter ben ik opgegroeid met het idee dat je in beweging moet zijn. In het verleden ging dat vrij extreem door met de auto van de ene bijzondere vogelsoort naar de andere te scheuren. De laatste jaren is het tempo steeds verder gezakt. Van fietsen, naar wandelen, naar struinen. De laatste tijd heb ik de voor mij ultieme vorm van bewegen in de natuur gevonden: stil zitten.

Natuurschrijver Koos van Zomeren schreef al eens iets in de trant van: als je ergens gaat zitten, trekt de natuur vanzelf aan je voorbij. In de afgelopen week was ik met Ursula, Raya en Nicolette in de Lausitz en hebben we deze bewegingsvorm meerdere malen in de praktijk gebracht. We hadden allemaal onze eigen beweegredenen om naar het oosten van Duitsland af te reizen, maar het leitmotiv was wolf. Over de avonturen rondom dit prachtige dier schrijf ik binnenkort een stuk in het Friesch Dagblad.

Als bijvangst hadden we aan de rand van een van de vele voormalige karperkweekvijvers een uitzichttoren gevonden waar het uitstekend toeven was. Twee avonden stonden we van uur of zeven tot in de schemering te wachten tot we niets meer konden zien. Maar die drie uurtjes daartussen waren wat mij betreft de aangenaamste van onze reis. De natuur trok inderdaad aan ons voorbij, in vele gedaanten.

Jonge (onscherpe) groene specht. 
Van een zwaar gekneusde avondlucht tot een ruisend regenconcert. Van voedsel zoekende wasberen tot een overstekende otter. Van duttende zeearenden tot een haastige havik die een tijdje werd begeleid door honderden zwaluwen. Van parende grauwe klauwieren tot een poserende jonge groene specht. Van een bosmuis die langdurig van bremzaden snoepte tot kraanvogels die luid roepend een overnachtingsplekje zochten. Van een rotte wilde zwijnen tot een door het water ploegende edelhert-hinde met haar kalf. Dat. En nog veel meer. Het enige wat we er voor hoefden te doen was een beetje stil zijn en genieten...

(Later dit weekend zal ik nog wat bewegende beelden delen.)



donderdag 22 oktober 2015

Vogels kijken - Kraanvogel

Mijn lijst met lievelingen is lang. En ergens in die lijst staat de kraanvogel. Ik weet niet precies op welke plek en bovendien is dat bij mij nogal afhankelijk van het jaar, seizoen en/of gemoed. En de kraanvogel is bij uitstek een vogel die als geen ander op dat laatste weet in te werken. Ik herinner me in die zin nog levendig een ontmoeting in Zweden. Hier kun je daarvan een verslagje lezen.

Groepje volwassen kraanvogels.

In Nederland bof ik natuurlijk met het Fochteloërveen in mijn 'achtertuin'. Als je hier een beetje je best doet, lukt het jaarrond altijd wel om een kraanvogel te zien of te horen. Maar als je echt iets van de kraanvogeltrek wilt meekrijgen, kun je naar de omgeving van Diepholz rijden. Verspreid rondom deze Duitse plaats ligt een kleine 25.000 hectare aan veengebieden, ook wel bekend onder de naam Diepholzer Moorniederung. Hier verzamelen zich in oktober en november tienduizenden kraanvogels. Overdag foerageren ze vooral op de pas geoogste maisakkers, 's avonds trekken ze massaal naar de venen om te slapen.

Hoopvollen

Gisteren reden wij in ongeveer 2,5 uur vanuit Norg naar de omgeving van Rehden om daar rond zonsondergang de kraanvogels naar bed te zien gaan. In de weersvoorspelling zat nog een sprankje zon en dat kan voor het decor nooit kwaad. Gewapend met een batterij aan optische apparatuur installeerden we ons, net als zo'n 20 andere hoopvollen waaronder opvallend veel Nederlanders, op de bovenste etage van de speciale kraanvogel-toren die aan de Moordamm tussen Wagenfeld en Rehden staat.

De uitzichtoren aan de Moordamm.
Maar hoe verder de tijd richting nacht kroop, hoe onrustiger ik werd. In de verte hoorde ik voortdurend kraanvogels roepen, maar dat prachtige geluid werd geregeld overstemt door mensen die de trap op of af liepen of stonden te praten. Ik deed zelf ook van harte mee aan dat laatste, maar ineens bedacht ik me dat ik dáárvoor niet zo lang in de auto had gezeten. We liepen daarom naar een legaal plekje aan de rand van het veen dat we eerder op de middag hadden 'ontdekt'. Hier was niemand en hadden we vrij zicht op de bosrand waar we eerder op de middag een paar duizend kraanvogels achter zagen verdwijnen.

Zonsondergang

Ruim na zonsondergang begon de slaaptrek op echt gang te komen. Aan al die optische apparatuur had je niets en vaak vergeet je (ik) ook te genieten als je voortdurend door zo'n glaasje van je verrekijker, fototoestel of telescoop tuurt. Tientallen groepjes kraanvogels (en rietganzen waaronder een paar groepjes kleine rietganzen) vlogen vanaf de akkers in de omgeving naar het veen en we stonden precies goed. Verscholen onder een paar herfstige berkjes hadden we een ervaring die zeker kon tippen aan de Zweedse. Vooral dat geluid...

Leuke bijvangt. Blauwe kiekendief-man.
We ontdekten andermaal dat kraanvogels bij het opstijgen in geluid en ritme een frequente hoger trompetteren. En in de lucht is er vooral ook dat gezellige kroh-kroh dat vooral de achterste vogels in de groep lijken te maken. Alsof ze willen zeggen, ja ja, ik ben er nog. Niet te snel graag.
Na een tijdje kregen we het koud, ondanks dat de temperatuur nog boven de tien graden lag. Maar we hadden meer dan voldoende 'brandstof getankt' om de thuisreis te aanvaarden. In Diepholz aten we in een mega-Edeka snel een maaltijd. Een groter contrast was niet denkbaar. Waar is het kraanvogel-café waar je met soortgenoten onder het genot van een stevige kop soep nog even kan nagenieten?

dinsdag 16 juni 2015

Douchen met hop-zicht

Een van de oudervogels, gefotografeerd vanuit een houthok (50% crop). 
We hadden een weekje gepland in de Muritz waarvan ik me van oude verhalen herinnerde dat het er mooi, rustig en vogelrijk is. Een beetje zoals Oost-Polen, maar dan dichterbij. We kwamen uit de Harz, waar we ook al niet onbedeeld waren qua vogels. Maar de Muritz beloofde volgens dit gidsje van Hans Peters een dagelijkse visarend. En die is nog net iets leuker dan een grijskopspecht, Europese kanarie of notenkraker. Vind ik.

Op de weg er naartoe brachten we een bezoekje aan het Havelland, een van de drie gebieden in Duitsland waar de grote trap nog voorkomt. Maar voor deze extravaganten waren we eigelnijk te laat. De balts was al achter de rug en de vrouwtjes zaten veilig binnen de speciale anti vos-omheining te broeden. Geen grote trap gezien. Wel grauwe gors en veel rode en zwarte wouwen. Ook niet vervelend.

Door het niet-zien van die grote trappen, was de honger naar een dagelijkse visarend wel wat toegenomen. Terwijl Nicolette zich door de 'kasteelheer' liet informeren over de aardigheden van ons prachtige onderkomen in het dorpje Krienke, kreeg ik verlet en fietste als een dolle door eindeloze dennenbossen en over mulle zandpaden naar... Ja naar wat eigenlijk?

Niet schuwe kraanvogel...
Kraanvogel
Naar een visarend die vlak voor mijn neus een vis uit het water zou snaaien. Maar ik zag niets van dat alles. De beloofde uitzichtplatforms bestonden niet, waren opgeheven of afgesloten. Verboten! Nicht betreten! Privatgrundstuck. Nicht erlaubt! Een kraanvogel die op een meter of twintig afstand van het fietspad rustig bleef foerageren, was natuurlijk leuk. Maar ik fietste toch enigszins teleurgesteld weer naar Krienke.

'En, nog wat leuk gezien?', vroeg Nicolette. Om niet meteen als een ontevreden schepsel te worden bestempeld, verhaalde ik enthousiast over de kraanvogel. En de zingende grauwe gorzen die ik nog had gehoord vlak bij het plaatsje Boek (spreek uit als Beuk). 'Hier in de tuin zit een hop te broeden, vertelde de heer Heinemann', liet zij zich vervolgens een beetje achteloos ontvallen.
   'Een hop. Hier. In de tuin? Waar?'
   'Ja, in die fruitboom daar.'
Ze hadden het nog niet gezegd, of ik zag vanuit het keukenraam hoe een van de oudervogels een insect in een gat deponeerde. Twee seconden duurde het bezoek hoogstens, daarna was hij of zij weer weg.

De hop-tuin.
Gezwiep
Het werd helaas al een beetje schemerig en we hadden afgesproken nog een avondrondje te wandelen. Een zandpad leidde ons naar de Zotsensee waar ik ineens in het landschap stond zoals ik me dat had voorgesteld. Gewoon in de achtertuin. Ik zoek het blijkbaar altijd te ver.

Een roerdomp hoempte. Hoor, daar een sprinkhaanzanger. Hé daar gaat nog een bruine kiek. Zie je die grauwe gors daar op het draadje? Zit daar in de verte nou een visarendnest op die hoogspanningsmast? Och kijk nou, daar gaat nog een visarend. Zijn dat jonge ransuilen die daar zo piepen? Kijk een ree. De 'gezwiep' uit dat moerasje daar is een porseleinhoen Tjonge, ook nog een zingende draaihals. Afijn, u heeft een beeld. We waren een uurtje buiten.

Badkamerzicht.
De volgende ochtend stond ik al vroeg naar de fruitboom te kijken. Vanuit de badkamer had ik nog beter zicht op het nest en kon ik het douchegordijn gebruiken als camouflagenet. Ik zag hoe de hoppen in hoog tempo voedsel aanbrachten. Kevers, rupsen, slakken en weet ik wat niet al. Soms zochten ze het direct onder het nest, soms bleven ze wat langer weg. Ik kon vanuit de badkamer zonder de vogels te storen, prachtige foto's maken.


Bosuil
Zodra we echter de tuin in stapten, waar soms toch echt even moest om de planten water te geven of iets op de composthoop te gooien, zaten de oudervogels luid blazend in de spar of andere oude fruitbomen. Wat dat betreft stonden we op gelijke voet met ekster, gaai en bosuil (!) die af en toe ook de hoppenidylle kwamen verstoren.

Jonge hop (70 % crop).
In de loop van de week werd duidelijk dat er twee jongen waren, die zich steeds vaker ver buiten de nestopening waagden. Pas als er een van de ouders in de buurt kwam werd er gebedeld om voer. De rest van de tijd werd de wereld verkend. En als er sprake was van enige opwinding werd de kuif opgezet, zoals ze hun ouders hadden zien doen.

De muur
Op vrijdagmorgen, toen wij een dagje Berlijn hadden gepland, hield het voeren ineens op. Maar de ouders waren wel in de buurt. Op die manier moedigden de ouders de jongen aan om uit te vliegen. Dat leek ook al goed te kunnen, de jongen zagen er af uit. En ergens op die dag, toen wij in de Berlijnse Ackerstraße met een bedompt gemoed en zwaar onder de indruk van zoveel onderdrukking de resten van de muur bekeken, vlogen de jonge hoppen uit.

Zaterdagavond kwam een lokale vogelaar langs en vroeg hoe het met hoppen ging. Het was een unicum volgens hem. Er hing elk jaar wel een paartje hoppen in de buurt rond, maar een broedgeval hadden ze nog nooit kunnen vaststellen. En toen besefte ik me pas echt goed wat een voorrecht is het om te kunnen douchen met hop-zicht.

Een van de oudervogels voert de twee jongen, foto gemaakt vanuit de badkamer. (50% crop)

dinsdag 24 september 2013

Reisbrief #6 - Kraanvogels in Hornborgasjön

Kraanvogels in avondlicht.
We spraken het voortdurend verkeerd uit, de naam van misschien wel het belangrijkste vogelmeer van Zweden: Hornborgasjön. Misschien komt dat omdat je 'horn' op zijn Zweeds schijnt uit te spreken als 'hoern'. Maar als we het op zijn Hollands uitspreken, kijken de Zweden alsof ze water zien branden. Helaas zijn we sinds vandaag van de misverstanden verlost. We hebben de prachtige streek verlaten en zijn doorgereisd naar Göteborg, op weg naar huis.

Het gaat niet van harte, ook al zijn we nu precies zes weken onderweg. Op onze hele reis hebben de kraanvogels ons vergezeld. Aan het begin van onze vakantie kwamen we ze meerdere keren in kleine groepjes ergens hogerop in Noorwegen of Zweden tegen. Hornborgasjön staat echter bekend als tussenstation op trekroute naar het Zuiden, net als Rugen en het Diepholzermoor in Duitsland.

Zowel in het voor- als najaar slapen in Hornborgasjön duizenden (de teller stond nu op 7000) kraanvogels voor enige tijd op het ondiepe meer. Overdag zoeken ze voedsel op de akkers in de wijde omtrek. Hun einddoel is de Extremadura in Spanje, waar ze begin november aankomen en overwinteren. In april luiden ze in Zweden de lente weer in. We ontmoetten in de bergen een Zweeds stel, waarvan vooral de vrouwelijke helft elk jaar reikhalzend uitkijkt naar de kraanvogels. 'Then we know spring is coming', zei ze met glinsterende ogen.

Zeearend op een stokje.
Ik zal er niet een al te sentimenteel stukje van maken, maar het geluid van kraanvogels zal niemand onberoerd raken. Gisteren wandelden we aan de noordzijde van het meer en het plaatsje Varnhem in een prachtig en zeer afwisselend kleinschalig cultuurlandschap toen aan het eind van de middag een grote groep kraanvogels luid roepend naar het meer vloog. Door het zonlicht dat al van onder op de vogels scheen, leken hun vleugels van zilver. Zo verschrikkelijk mooi.

Herfslicht bij Varnhem.
Een dag eerder beleefden een van de weinige grijze en regenachtige dagen op onze reis. We maakten toch een wandeling van een paar kilometer aan de westzijde van het meer naar een van de uitzichtpunten. Hier zaten maar liefst vijf zeearenden, elk in hun eigen dooie boompje, te wachten op betere tijden. Ondertussen vlogen er tientallen blauwe reigers rond die met hun roofvogelsilhouette voordurend voor onrust onder de andere vogel zorgden. En we zagen we en passant ook nog 'even' een visarend en een slechtvalk.


's Avonds brak de loodgrijze lucht en knetterden alle kleuren oranje, paars en grijs aan de hemelboog. Ik kon me niet bedwingen en reed nog even naar de rand van het meer. Grote groepen kraanvogels kwamen vanuit het noorden aanvliegen en bleven af en toe even hangen in dit kleurengeweld. Ik zal er niet meer woorden aan besteden. De foto aan het begin van het bericht spreekt voor zich.

Avondlicht aan de rand van het meer.
Dit was voorlopig de laatste reisbrief. Vanaf volgende week gewoon weer elke week een Natuurspoorjournaal. Ook leuk hoop ik ;-)