vrijdag 29 juli 2016

Wilde plekken #4 - Kraanvogels in de Lausitz

Kraanvogels, op zoek naar een slaapplek voor de nacht. 
Als jongetje van een jaar of veertien begon ik me steeds meer te interesseren voor vogels. Dit tot grote hilariteit van mijn vriendjes in het voetbalteam. Ik herinner me bijvoorbeeld een herfstig tochtje over het Hogeland van Groningen. In een gehuurd Bedford-busje op weg naar Noordpool uit (of een andere roemruchtige club op de klei). In de buurt van Roodeschool zag in op pas geoogste akker een groepje van 15 kraanvogels staan. Ik drukte mijn neus tegen de half beslagen autoruit. KRAANVOGELS. HIER!? Ik probeerde mijn enthousiasme te delen, maar hoongelach was mijn deel zoals was te verwachten.

Ik had tot dan toe kraanvogels alleen in boekjes gezien die ik uit de bibliotheek haalde. Voor mij was de kraanvogel een soort metafoor voor echte natuur. Van wilde landschappen in Scandinavië of Polen. Landschappen waar ik nog nooit was geweest, maar waar ik veel later wel kraanvogels zou zien en horen. De laatste jaren zoek ik samen met Nicolette de kraanvogels steeds vaker bewust op. In de buurt van Diepholz bijvoorbeeld of in onze achtertuin, het Fochteloërveen. 

De kraanvogel is misschien wel het enige dier dat in mijn top tien staat waarbij ik niet meteen 'onderzoekneigingen' krijg. (Ik ben trouwens een heel slechte onderzoeker, maar dat terzijde). De kraanvogel is vooral een dier om van te genieten. Om te bekijken. Om naar te luisteren. Om bij weg te dromen. 

Wolvenuitwerpselen op een pad in de Laustiz. 
Vorig jaar in de Muritz en dit jaar in de Lausitz waren we tot onze grote vreugde omringd door kraanvogels. In de Lausitz konden we ze horen roepen vanuit de tent. We zagen regelmatig kleine groepjes op pas geoogste akkers en in een gebiedje waar we twee avonden naar wolven uitkeken, werden we vooral geraakt door kraanvogels die luid toeterend een plekje zochten voor de nacht. 

Het meest opvallende kraanvogelmoment was echter toen ik met Raya en Ursula in een dicht bos liep. Midden op een zanderig pad, vlak voordat Raya een hoop wolvenstront vond, stonden heuse kraanvogelprenten. En weer had ik dat gevoel van bijna dertig jaar geleden: KRAANVOGELS. HIER!? 

En vanaf dat moment ben ik retenieuwsgierig wat die vogels daar te zoeken hadden. Insecten waarschijnlijk. Maar het blijft een gek idee, dat er een kraanvogel over zo'n bospad stapt. Nauwelijks in de gelegenheid om te vluchten op die grote wieken. En dat in het hart van het leefgebied van de Daubaner-wolvenroedel. Op dat soort momenten komt voor mij de wildernis heel dichtbij, al realiseer ik me donders goed dat de fysieke wildernis in de Lausitz ver te zoeken is. 

Kraanvogelprenten in een modderig stukje in een grasland. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen