Posts tonen met het label Tonnie Sterken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tonnie Sterken. Alle posts tonen

donderdag 11 januari 2018

Beestachtig mooie lezing van Tonnie Sterken

Mijn natuurvriend Tonnie Sterken is al meer dan een halve eeuw natuurman in hart en nieren. Ik leerde hem ruim tien jaar geleden kennen als de man die de roofvogels inventariseerde in de boswachterij Veenhuizen. Ons eerste gesprekje ging over het verdelen van dat werk. Hij doet vanaf dat moment het zuidelijke deel van de boswachterij, ik het noordelijke deel. Maar al snel trokken we er ook regelmatig samen op uit.

In de loop der jaren verbreedde Tonnie zijn horizon en werd een van de fanatiekste dassenspeurders die ik ken. En daarna volgden bijna als vanzelf de boommarters, de otters, de bevers en nog veel meer. Al jaren legt hij veel van die dieren vast met zijn cameravallen. Tonnie heeft een bijzonder talent om die camervallen precies op die plek te zetten waar de dieren langskomen en interessant gedrag laten zien. Hij heeft inmiddels duizenden van die filmpjes verzameld.

Nu verzorgt hij op verzoek voor groepen een prachtige lezing met zijn mooiste filmpjes. Bevers die modder naar hun burcht dragen, uitbundig spelende jonge dassen, otters die rollend onder een brug hun territorium markeren, allerlei vogelsoorten enzovoort. Bij die beelden weet Tonnie ook nog eens prachtige verhalen te vertellen. Kortom, een echte aanrader. Wil je Tonnie boeken, dan kun je contact met hem opnemen via de mail tonniesterken@kpnplanet.nl.

Hieronder een mooi voorbeeld uit zijn repertoire. Een ottermoeder, spelend met haar jong. Wel even op groot scherm bekijken.


donderdag 7 april 2016

Eenoog bunzing

Film Theo Bus

In het land der blinden is eenoog koning... Maar wat als het land vol is met concurrenten die nog allebei hun kijkers kunnen gebruiken? Regelmatig komen mijn onderzoeksmaatje Tonnie Sterken en ik op cameravalbeelden dieren tegen die aan één oog blind lijken te zijn. Oftewel, op de cameravalbeelden is te zien dat maar één van beide ogen licht reflecteert. Conclusie, hij moet wel blind zijn aan dat andere oog. (Edit: Maar misschien zijn er andere oorzaken. Dan hoor ik het graag!)

Zo hebben we een steenmarter in de buurt van Veenhuizen die zich al meer dan een jaar prima lijkt te redden. En nu had Tonnie via Theo Bus een filmpje met daarop een prachtige, ogenschijnlijk zeer vitale, bunzing. Als hij richting camera kijkt, zie je dat het een 'eenoog' is. Maar hoe erg is dat nou?

Veel onderzoek is er niet naar gedaan. Wat wel bekend is, is dat het gehoor en de reukzin bij een bunzing belangrijker zijn voor een succesvolle jacht, dan een goed zicht. Er wordt gesuggereerd dat ze 's nachts beter zien, dan overdag. Maar dan nog, prooien worden vooral met de neus opgespoord, zoals ook weer bevestigd wordt in de prachtige nieuwe monografie Polecats van Johnny Birks. 

In hoeverre een eenoog-bunzing in het nadeel is ten opzichte van zijn soortgenoten - en dus concurrenten - is gissen. Van bunzingen wordt beweerd dat ze minder territoriaal zijn dan andere materachtigen. In die zin zou concurrentiedruk dus ook minder van belang kunnen zijn. Bovendien, zo dik is het niet meer gezaaid met andere bunzingen. De intensivering van het cultuurlandschap zal daar ongetwijfeld een rol in spelen. 

En een interessante vraag die mij geregeld op mijn marterlezingen wordt gesteld is, in hoeverre steenmarter als concurrent van bunzing moet worden gezien. Ze maken deel uit van hetzelfde 'gilde' en hebben enige overlap in hun voedselkeuze en habitat. Verdrijven zij niet alle bunzingen? Ik geloof dat niet. 

Als je naar het voorkeurshabitat en voedselkeuze van de bunzing kijkt, moeten otter en Amerikaanse nerts eerder als concurrent worden gezien (als je al in dat soort termen wilt denken). Vooral van Amerikaanse nerts wordt gezegd dat hij stevig effect kan hebben op de bunzingpopulatie. De onvolprezen Vadim Sidorovich heeft in Wit-Rusland bijvoorbeeld aangetoond dat de geslachtverhouding in een bunzing-populatie drastisch kan veranderen als de Amerikaanse nerts voet aan de grond krijgt. 

De relatief kleine bunzing-vrouwtjes verliezen het van de nerts-mannen. Daardoor verschoof het aandeel bunzing-vrouwtjes in een door Sidorovich bestudeerde populatie van 43% naar 5%. Ook zag hij dat het gewicht van de vrouwtjes toenam na de komst van de nertsen. Kortom, die Amerikanen moet je wel in de gaten houden, al lijken die het in Nederland in het wild een stuk minder goed te doen dan in andere Europese landen. 

Over het hoe en waarom van oplichtende ogen bij dieren heeft Jeroen Kloppenburg al eens een leuk stuk op zijn website geschreven. Je vindt het hier. 

zondag 24 januari 2016

Boommarter Z10

Het wordt met de week boeiender, het leven van de boommarters in ons onderzoeksgebied rond Veenhuizen. Vorig jaar hadden we (ik doe het onderzoek samen met Tonnie Sterken) het mannetje Z1 die al jaren stevig in het zadel zat in het hart van het gebied. Hij bezocht meerdere van onze opstellingen en had een territorium van ten minste 140 hectare. Dat is nog relatief klein, want uit ander bezoek is bekend dat boommarter-mannen er territoria van vele honderden hectaren op na houden.
Z1 op locatie D1

Maar goed, Z1 leek zoals gezegd heer en meester. Ik kwam deze marter voor het eerst tegen op een cameraval in de winter van 2012. Hij was de enige marter die in dat gebied zelfverzekerd en zonder dralen naar de opstellingen kwam om van de pindakaas te snoepen. Er verscheen wel eens een andere boommarter bij eenzelfde opstelling, maar die leken erg nerveus en waren meestal snel weer weg. 
Dit jaar is alles anders. 
Z9, de nieuwe zwerflustige marter in ons onderzoeskgebied.
Eerst dook Z9 op. Een zwerflustige boommarter die we vorig seizoen nog niet voor de camera hadden gehad. We denken dat het om een vrouwtje gaat, maar dat weten we nog niet zeker. Zij bestrijkt een groot deel van het territorium van Z1. Het gedrag dat we vorig jaar van Z1 zagen, is nu bij deze marter te zien. Ze heeft inmiddels drie verschillende opstellingen bezocht, waarbij de afstand tussen de twee uitersten 2,8 kilometer bedraagt. Een territorium bedraagt ten minste 200 hectare.

Steenmarter
Onlangs dook er nog een nieuwe marter op, die de luisterrijke naam Z10 kreeg. Deze marter houdt zich in hetzelfde leefgebied op als Z9 en Z1. Z10 valt op bij opstelling D1, de enige waar we tot nu ook Z1 hebben gezien (volgt u het nog?). Binnen een seconde viel op dat het hier om een andere, nieuwe marter gaat, niet vanwege zijn unieke borstvlekpatroon, maar vanwege zijn gedrag. Onzeker, nerveus, kat uit de boom kijken...
Hier duikt ook nog een steenmarter die zich weer totaal anders gedraagt bij de opstellingen. Deze marter eet vooral van de restjes die op de grond zijn gevallen. Over nerveus gedrag gesproken...

Steenmarter op locatie D1. 
Niet veel later staat Z10 echter wel op haar achterpoten van de pindakaas te eten. Het geslacht heb ik nog niet kunnen vaststellen. Maar als je naar de klassieke opvattingen over verdeling van territoria bij boommarters kijkt, moet het wel een vrouwtje zijn. Maar of het nu een man of een vrouw is, hij of zij zit hoe dan ook in het territorium van een concurrent...

Z10 op locatie D1. 
Het blijft natuurlijk behelpen met cameravallen. Je kunt nooit de exacte territoriumgrenzen van een individuele marter bepalen, maar bij gebrek aan de mogelijkheid om marters met een gps-halsband uit te rusten, is dit een aardig alternatief. En het is gewoon verschrikkelijk leuk om te doen. 

zaterdag 5 september 2015

Wilde plekken #2 - Trimmende dassen

Voor de ottermonitoring in het zuidelijk deel van de Kop van Drenthe hebben Tonnie Sterken en ik drie camera's geplaatst op strategische plekken (denken we). Twee daarvan zijn stekken die je niet meteen als 'wilde plek' herkent. Zie daarvoor ook de eerste aflevering van deze rubriek. Maar dat is waarschijnlijk vooral een menselijke perceptie.

Die derde plek is wel een wild juweeltje. Erg makkelijk kom je er niet: nat, hoog gras, dicht struikgewas. Kortom een prima plek om een iconisch wilde naam voor te bedenken, zoiets als ... de Leidsestraat. Want zo noemt Tonnie het. Het is een wildwissel over een 'landbruggetje in een zeiknat gebied waar dagelijks verschillende diersoorten langs wandelen.

De laatste tijd laat de otter het echter even afweten, maar er is zoals gezegd meer te beleven zoals deze trimmende dassen. Om 21.25 uur komen ze gezamenlijk aanrennen om 2 minuten later weer terug te gaan richting de burcht. Het is een leuk gezicht. Zo vaak zie je dassen niet rennen. En al helemaal niet door de Leidsestraat.



vrijdag 19 september 2014

Das ruimt vossenrommel op


Vandaag kwam mijn natuurvriend Tonnie Sterken even langswippen. Samen onderzoeken we in de Kop van Drenthe een gebied van 15 bij 15 kilometer op dassen. In nummer 3 (2014) van Zoogdier hebben we een artikel geschreven over de moeizame herkolonisatie van de streek. We volgen een groot deel van de burchten, vooral die waar opmerkelijke dingen gebeuren, intensief met cameravallen. 
Dit voorjaar was het Tonnie bijvoorbeeld al opgevallen dat drie van onze vaste hoofdburchten ineens door de dassen verlaten waren. Op alle drie de burchten waren geen jonge dassen geboren. Op de cameravallen verschenen daarentegen ineens vossen, later al dan niet met kroost. Bij een burcht konden we met zekerheid de vertrokken de dassen terugvinden. Ze waren naar een klein burchtje, een kilometer noordelijker verhuisd. 
Nu de vossen de jongen al weer een tijdje groot hebben, keren alle drie dassenparen terug naar hun oude burcht. Opvallend daarbij is dat ze meteen overgaan tot een grote schoonmaak. Het is bekend dat vossen soms inwonen bij dassen, maar het lijkt erop dat als de burcht niet al te groot is of dassen geen jongen werpen, ze het gestink van de vossen of de onrust toch niet zo prettig vinden. Als de dassen in kwestie wel jongen hebben, laten ze zich niet door de vossen verdrijven. Bij andere grotere burchtcomplexen zoals in het Hart van Drenthe zie je wel dat er op een burcht zowel jonge dassen als jonge vossen komen, maar dat hebben we in de Kop van Drenthe nog niet vastgesteld. 
De vraag die ons nu bezighoudt is natuurlijk, laten dassen zich inderdaad tijdelijk uit hun burcht verjagen en zo ja, waarom? Kortom, we hebben er weer een leuk uitzoekklusje bij. 

maandag 28 juli 2014

Bronstige reeën op het dak


Een deel van het dassenonderzoek in de Kop van Drenthe doen we met cameravallen omdat de burchten niet of nauwelijks te overzien zijn. Tonnie Sterken neemt een groot deel van de werkzaamheden voor zijn rekening: burchten inspecteren, camera's plaatsen, beelden bekijken, opnieuw camera's plaatsen omdat hij toch bij het verkeerde deel van de burcht hing, weer beelden bekijken en natuurlijk blij of teleurgesteld zijn al naar gelang wat er op de beelden te zien is.
In het onderzoeksgebied in de Kop van Drenthe hebben we inmiddels bijna 15 burchten 'bemonsterd'. De laatste weken pikken we via de cameravallen ook geregeld een intiem stuk van de reeënbronst mee. In bovenstaand filmpje heb ik een compilatie gemaakt van de mooiste beelden die Tonnie bij elkaar sprokkelde in de afgelopen weken. Het meest opvallende is wat mij betreft het shot waar een reebok probeert te paren met een reegeit en waar nog een andere hitsige reebok achteraan sjouwt. De meeste reeboken dulden geen pottenkijkers. Op het tweede shot kun je zien - als je goed kijkt - dat de tong van de reebok uit zijn bek hangt en de reebok zijn lippen opkrult, het zogenaamde flemen.
En tot slot vraag ik me ook wel af wat die dassen vinden van al dat bronstige gedoe op het dak van hun huis...