Posts tonen met het label Martes martes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Martes martes. Alle posts tonen

maandag 15 februari 2016

Boommarterconflict

Op een van onze vaste plekken in het onderzoek naar individuele boommarters legde Tonnie een conflict vast tussen twee boommarters. Zo gaat dat dus als de één vindt dat de ander niets te zoeken heeft op die plek...


zondag 24 januari 2016

Boommarter Z10

Het wordt met de week boeiender, het leven van de boommarters in ons onderzoeksgebied rond Veenhuizen. Vorig jaar hadden we (ik doe het onderzoek samen met Tonnie Sterken) het mannetje Z1 die al jaren stevig in het zadel zat in het hart van het gebied. Hij bezocht meerdere van onze opstellingen en had een territorium van ten minste 140 hectare. Dat is nog relatief klein, want uit ander bezoek is bekend dat boommarter-mannen er territoria van vele honderden hectaren op na houden.
Z1 op locatie D1

Maar goed, Z1 leek zoals gezegd heer en meester. Ik kwam deze marter voor het eerst tegen op een cameraval in de winter van 2012. Hij was de enige marter die in dat gebied zelfverzekerd en zonder dralen naar de opstellingen kwam om van de pindakaas te snoepen. Er verscheen wel eens een andere boommarter bij eenzelfde opstelling, maar die leken erg nerveus en waren meestal snel weer weg. 
Dit jaar is alles anders. 
Z9, de nieuwe zwerflustige marter in ons onderzoeskgebied.
Eerst dook Z9 op. Een zwerflustige boommarter die we vorig seizoen nog niet voor de camera hadden gehad. We denken dat het om een vrouwtje gaat, maar dat weten we nog niet zeker. Zij bestrijkt een groot deel van het territorium van Z1. Het gedrag dat we vorig jaar van Z1 zagen, is nu bij deze marter te zien. Ze heeft inmiddels drie verschillende opstellingen bezocht, waarbij de afstand tussen de twee uitersten 2,8 kilometer bedraagt. Een territorium bedraagt ten minste 200 hectare.

Steenmarter
Onlangs dook er nog een nieuwe marter op, die de luisterrijke naam Z10 kreeg. Deze marter houdt zich in hetzelfde leefgebied op als Z9 en Z1. Z10 valt op bij opstelling D1, de enige waar we tot nu ook Z1 hebben gezien (volgt u het nog?). Binnen een seconde viel op dat het hier om een andere, nieuwe marter gaat, niet vanwege zijn unieke borstvlekpatroon, maar vanwege zijn gedrag. Onzeker, nerveus, kat uit de boom kijken...
Hier duikt ook nog een steenmarter die zich weer totaal anders gedraagt bij de opstellingen. Deze marter eet vooral van de restjes die op de grond zijn gevallen. Over nerveus gedrag gesproken...

Steenmarter op locatie D1. 
Niet veel later staat Z10 echter wel op haar achterpoten van de pindakaas te eten. Het geslacht heb ik nog niet kunnen vaststellen. Maar als je naar de klassieke opvattingen over verdeling van territoria bij boommarters kijkt, moet het wel een vrouwtje zijn. Maar of het nu een man of een vrouw is, hij of zij zit hoe dan ook in het territorium van een concurrent...

Z10 op locatie D1. 
Het blijft natuurlijk behelpen met cameravallen. Je kunt nooit de exacte territoriumgrenzen van een individuele marter bepalen, maar bij gebrek aan de mogelijkheid om marters met een gps-halsband uit te rusten, is dit een aardig alternatief. En het is gewoon verschrikkelijk leuk om te doen. 

zaterdag 16 mei 2015

Dode boom-marter

Jonge boommarter. 
Je hebt vrienden en je hebt helden. En je hebt mensen die zijn allebei. Meestal zijn dat trouwens mensen die vooral van die laatste kwalificatie helemaal niets moeten hebben. Zo ook W.

W. is een van de beste (bos)vogelonderzoekers van Nederland, maar mensen die dat zijn, gaan óók meestal niet prat op dat soort kwalificaties. Ze bewegen zich het liefst een beetje aan de achterzijde van het front, stug werkend aan prachtig onderzoek. Af en toe publiceren ze over dat onderzoek in een obscuur blaadje of geven eens een presentatie in een zaaltje waar mensen zitten die die obscure blaadjes lezen.

Een van de belangrijkste kenmerken van deze mensen is dat ze veel velduren maken en dus ook veel zien. Nu ben ik ook niet onderbedeeld qua buitenuren, zie ik ook wel eens wat, maar W. weet me telkens weer te overtroeven. Ook weer zonder daar heel stoer over te doen. Het lijkt net alsof hij wat meer mazzel heeft dan een ander, maar in werkelijkheid zit daar natuurlijk iets heel anders achter. Hij kijkt gewoon beter, anders, is geduldiger en misschien ook wel onbevangener.

Terwijl ik afgelopen dinsdag ingewikkeld zat de vergaderen, was W. buiten aan het werk. Zoals het hoort in deze tijd van het jaar (en eigenlijk ook de rest van het jaar). Tot twee keer toe sprak hij echter iets op mijn voicemail. Iets wat hij zelden doet. Een mobiele telefoon is in zijn ogen alleen handig om een ambulance te bellen als je uit een boom bent gevallen. Maar goed, ik luisterde daarom enigszins gespannen  1. Er hangt een boommarter uit een holle boom, in vak x. 2. Het moet niet gekker worden, ik heb net nog een boommarternest gevonden in een dode spar.

Vooral nummer 2 intrigeerde me nogal, want W. vertelde dat er een jong uit de holte keek. En die holte zat op slechts 2,5 meter hoogte. Het gebeurt niet zo vaak dat een boommarternest zo laag zit en bovendien is voor naar-buiten-kijkende-jonge-boommarters nog best vroeg in het seizoen. Vaak zie je dat pas als de jongen een week of acht oud zijn en zo oud konden deze dode boom-marters nog niet zijn. Een week of vijf, zes. Hoogstens. Na enig heen en weer bellen en zoeken, vond ik de boom in kwestie. Het was alleen geen dode spar, maar een dode larix. En als het 'beeld' spar zich in je hoofd heeft genesteld, gaat het 'beeld' larix erg gemakkelijk aan je voorbij.

Hoe dan ook, ik zag het gat en begreep vrij snel waarom er al geregeld een jong naar buiten koekeloerde. Het de holte achter het gat was erg klein. Ik kon zien dat hij of zijn nog minstens 1 broertje of zusje had en daarmee moest hij voortdurend afspraken maken over het ideale moment om te draaien. Degene met de slimste manoeuvre verschafte zich wat extra ruimte door het hoofd naar buiten te kunnen steken.

Ik stond samen met een collega op nog geen vijf meter afstand het geheel met verbazing en verwondering gade te slaan. Voor die collega waren het zijn eerste boommarters. Voor mij niet, maar het voelde wel zo. Wat me vooral zo verwonderde was de totale onbevangenheid van het jonge martertje. Het was op geen enkele manier bang voor ons. We werden totaal genegeerd. We deden er niet toe. Wat een genot! Met dank aan W.