Posts tonen met het label Extra Bushcraft & Survival. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Extra Bushcraft & Survival. Alle posts tonen

zaterdag 26 maart 2016

Natuurspoorjournaal #92 - Het vossenbalkje

Prachtige prenten van vos. Rechts een voorpoot, links een achterpoot. 
Soms heb je geluk, zoals vandaag. Tijdens de eerste excursie van de Track & Sign-opleiding op het militair oefenterrein in Havelte vonden we een paar perfecte prenten van een vos. Ze stonden samen met een al even prachtige marterpent in dun laagje topblubber. Iedereen die wel eens een vossenpoot bekeken heeft, moet zijn opgevallen dat de teenkussens bedekt zijn met haren. En dat is hier heel mooi te zien. Soms moet je zelfs goed zoeken om de teenkussens überhaupt te kunnen vinden. Maar goed, ook enkele hondensoorten hebben dat ook, dus het is geen uitsluitend kenmerk. Maar wel mooi om te zien. 

Superblubber!
Een veel duidelijker kenmerk is wat René en ik het vossenbalkje noemen. Het is een vrij harde lijn in de vorm van een boemerang die op de plek van het middenvoetkussen zit. Het duidelijkst kun je dat zien bij de voorpoot (rechts op de foto). Maar ook bij de achterpoot is het zichtbaar. Het is een afdruk van een harde rand aan de onderzijde van het middenvoetkussen die boven de haren uitsteekt. Ik ben dat bij andere hondachtigen nog nooit tegengekomen, maar ik laat me graag verrassen.  

En dan kun je nog naar de nagelindrukken kijken. Die zijn bij een vos nogal fijn en scherp vergeleken bij de vaak veel stompere indrukken bij een prent van een hond. Hondennagels slijten door het lopen op een harde ondergrond. De prent van een vos is verder in zijn geheel wat meer eivormig dan bij een hond omdat de wijsvinger en de pink wat meer naar onderen staan dan bij een gemiddelde hondenpoot. En ja, ook daar zijn weer uitzonderingen op, dus laat je niet in de luren leggen. 

En dan is er nog het trucje met het kruis. In de negatieve ruimte van een vossenprent kun je meestal een kruis tekenen zonder de teenkussens te doorsnijden (zie groene lijntjes in de tekening). Bij een hondenprent lukt dat niet. Daar moet je meer denken aan een letter H. En dat veelgebruikte trucje dan met het trekken van een horizontaal lijntje tussen de tenen 2 en 5 en 3 en 4 (Zie zwarte lijntje bij vos)? Bij een vossenprent past het lijntje er precies tussen zonder dat het de teenkussens doorsnijdt bij een hondenprent kan dat niet. Ja, dat trucje werkt ook. Soms... Maar heel vaak ook niet. 

Tekening van prent hond en vos met nummering van de tenen. De eerste teen, oftewel de duim, geeft meestal geen afdruk. (René Nauta) 

woensdag 16 december 2015

Natuurspoorjournaal #86 - Meneer boommarter & mevrouw bunzing

Van René Nauta kreeg ik deze week een schedel van een bunzing. Dat zijn nog eens cadeautjes! In mijn lezing over marterachtigen laat ik vaak zien dat bunzing en boommarter even zwaar kunnen worden, maximaal zo'n 2 kilo. De maximum gevonden gewichten van bunzing liggen zelfs hoger dan die van boommarter.

De variatie in de gewichten bij deze soort is echter enorm groot. De lichtste bunzingvrouwtjes wegen krap een pond. De zwaarste mannetjes dus 3 keer zo veel. Je zou verwachten dat je dit ook terug ziet in de grootte van de schedel. Oftewel, dat een schedel van zo'n zwaar bunzingmannetje ongeveer even groot is als die van een boommarter van een gelijk gewicht.

Voor het opmeten van schedels gebruiken we meestal de condylobassaallengte oftewel CBL. Dit is de lengte gemeten vanaf de achterhoofdknobbels tot aan de voorste punt van de snijtandkassen (zie Veldgids Europese Zoogdieren van Annemarie van Diepenbeek). Voor de boommarter wordt een CBL gegeven van 80-92 mm. Op de de foto is links een schedel van een boommarter afgebeeld. Deze heeft dus ongeveer de maximum lengte.

Schedel van boommarter-man en bunzing-vrouw.
Rechts is de schedel van de bunzing te zien die ik van René kreeg. Deze heeft een lengte van ongeveer 62 mm. Annemarie geeft voor bunzing een CBL-variatie van 61-75 mm. Dus, waar in het gewicht wel overlap is tussen beide soorten, is dat bij de schedel niet aan de orde. En zijn deze twee voorbeelden niet echt gemiddeld te noemen. Hoogstwaarschijnlijk ligt hier een hele grote meneer boommarter naast een hele kleine mevrouw bunzing.

maandag 23 november 2015

Boeken - Bushcraft Handboek

Cover van het boek dat je hier kunt bestellen. 
Het komt niet zo vaak voor dat ik een boek in handen krijg dat nog niet te koop is. Maar een week geleden waren René en Beke bij ons op bezoek en ze hadden een printversie bij zich van hun Bushcraft Handboek waar ze de afgelopen twee jaar aan hebben gewerkt. Ik heb in dat proces een beetje mogen meelezen en -kijken naar het hoofdstuk over Tracking. Al pratende vorm je je een beeld hoe dat boek er ongeveer uit gaat zien. Dat beeld wordt natuurlijk steeds concreter, helemaal als er op een geven moment opgemaakte pagina's op Facebook verschijnen.

Maar wat ik vorige week maandag in handen had, overdonderde me toch nog een beetje. Een boek moet je, naar mijn mening, maken met hart en ziel. En ik heb de laatste tijd weinig boeken voorbij zien komen waar dat zo van afstraalt. Oké, ik ben niet objectief, bevoordeeld, te veel betrokken en altijd positief als het om mooi gemaakte boeken gaat. En ja, met de makers van het boek organiseer ik sporentochtjes in Nederland en Duitsland en ik reken ze tot mijn vriendenkring. En dus kun je deze bespreking beschouwen als een stukje ordinaire reclame.

Dat kan inderdaad. En ik hoop ik ook dat het boek duizenden keren over de toonbank gaat. En dat terwijl ik zelf geen diehard bushcrafter ben. In tegendeel, ik ben gek op kekke (en vaak dure) buitensportspulletjes en kan niet zonder mijn Primus-brander en Hilleberg-tent. Maar ook dat zijn slechts middelen om in de basis hetzelfde te doen en waar we elkaar in vinden: zoveel mogelijk buiten zijn, je leven leiden zo dicht mogelijk bij de natuur. Tot in je haarvaten voelen dat je deel uitmaakt van iets dat groter is dan onze huidige cultuur. Dat slapen onder een blote hemel, het kunnen maken van een vuur, het leren herkennen van eetbare planten en diersporen iets is wat niet alleen leuk is om te doen, maar je ook anders leert kijken. En vooral ook naar jezelf. Alleen laten René en Beke in hun boek zien dat je daarvoor al die dure spulletjes, die ik vaak met met me meezeul, niet per se nodig hebt.

Het boek is prachtig vormgegeven door Welmoet Wartena en rijkelijk voorzien van beeldmateriaal. Vooral de illustraties die René zelf maakte (hij werkte in een vorig leven als illustrator) geven het boek een nog persoonlijker tintje en maken het ook echt tot een handboek. Ik heb de stapel prints op een gegeven moment maar weg gelegd. Ik wilde nog een beetje verrassing bewaren voor als ik het echte boek, dat wordt uitgegeven in eigen beheer, in handen heb. En dat gaat hopelijk zondag gebeuren als ze het 'ten doop' houden op natuurcamping De Klashorst in Diffelen bij Hardenberg. En eerlijk is eerlijk, ik zal na het lezen van het boek mijn tentje niet weg doen en  alleen nog maar onder een basha slapen. Maar ik weet nu al wel dat het boek me nóg meer naar buiten zal trekken. Daar kijk ik nu al naar uit.


woensdag 11 februari 2015

Natuurspoorjournaal #76 - Doodlopen

Het spoor van twee edelherten in de overgang van galop naar draf.
Spoorzoeken is een fascinerende bezigheid. Met een beetje goede wil zou je het een manier van leven kunnen noemen. Toevallig (of niet) ben ik nu aan het lezen in De mens als duurloper, het beroemde boek van ultraloper Jan Knippenberg. En hij begint zijn boek met verhalen over volkeren die ooit al hardlopend en spoorzoekend hun eten 'verzamelden'. Knippenberg is vooral geïnteresseerd in het waarom van het hardlopen, maar ik vind het spoorzoekende deel natuurlijk minstens zo interessant.

Trailing
Afgelopen dagen gaf ik samen met René Nauta een trailingcursus in de sneeuw van de Harz, een prachtige streek in Duitsland op vier uur rijden van Nederland. Het gebied is totaal 300.000 ha groot en biedt relatief dichtbij huis veel van wat ik Nederland vaak mis: bergen (min of meer), een redelijk grote kans op sneeuw en een paar diersoorten die erg tot mijn verbeelding spreken zoals lynx en wilde kat. Maar bovenal het genot van het volgen van vossen in de sneeuw.

Bosjesmannen
Tijdens die dagen kwam een paar keer het woord 'doodlopen' langs, een term die wordt gebruikt voor de jachttechniek die jagersvolken gebruiken om een wild dier uit te putten door hem dagen lang te achtervolgen. René heeft die techniek van dichtbij meegemaakt bij de bosjesmannen in Namibië. Hij vertelde een mooi verhaal over het belang van trailingvaardigheden in die cultuur.

In diepe sneeuw, bij spoor (galopsprong)
van een marter. (foto René Nauta)
Zittend bestaan
Tijdens een uitstapje vond René een prent van een dier. Twee jongere jagers in de groep wisten eigenlijk niet welk dier het was. Toen de 'de oude baas' erbij werd geroepen zag hij in een oogopslag om welk dier het ging, hoe oud het spoor was, in welke richting het liep en hoe snel. Een vaardigheid die de jonge jagers al niet meer of nog niet beheersten. Mogelijk zijn ze als volk ook een stuk minder afhankelijk geworden van deze manier van jagen. Jan Knippenberg schrijft in zijn boek dat dit een moment is dat lichaam en geest zich scheiden, het kantelpunt dat de mens overschakelt van een lopend naar een zittend bestaan.

Kardinale fout
Tijdens het lopen, of dat nu snel of langzaam is, probeer ik zelf voortdurend bewust te zijn van wat er om me heen gebeurt. Vooral tijdens het hardlopen lukt dat vaak niet, een teken dat ik te snel loop. Eigenlijk heb ik geen hartslag- of snelheidsmeter nodig. Als ik niets meer waarneem, ga ik te snel. Gelukkig heeft dat in deze tijd niet al te veel consequenties, maar in vroeger tijden was dit waarschijnlijk een kardinale fout. En misschien is dit wel een mooie metafoor voor het leven in de moderne tijd. We gaan in veel te snel. We nemen nog maar weinig waar. We lopen nog wel hard, maar achter totaal andere dingen aan. Dat noemen we ook wel de vooruitgang.

Loopspoor van vos op bevroren sneeuw. 

dinsdag 30 december 2014

Natuurspoorjournaal #74 - Ik zie een otter

Modder, water, ijs. Ik zie een otter...
Een tijdje geleden stuurde ik een mailtje stuurde aan collega's over de CyberTracker Evaluation die in Nederland zou worden gehouden. Het leek mij wel goed om mijn kennis van diersporen eens te toetsen via een gestandaardiseerd systeem dat zowel in Afrika en Noord-Amerika zijn waarde had bewezen. Bovendien hoorde ik goede verhalen over de Amerikanen die het 'examen' zouden afnemen. Maar ik kreeg mijn collega's niet meteen enthousiast.

Grapjes waren er wel, over indianen en in camouflagekleuren achter dieren aan sluipen. Maar het meest opmerkelijke argument om het te laten schieten was dat 'we' niet worden 'afgerekend op zoogdieren'. Nou zijn er natuurlijk meer diergroepen die sporen achterlaten en zo hun aanwezigheid verraden, maar er zijn, geef ik grif toe, eenvoudiger manier om vast te stellen of ergens een roerdomp zit dan op basis van een pootafdruk.

Maar goed, we worden er inderdaad niet op afgerekend door de provincie die tegenwoordig de subsidies verstrekt. Waar het mij bij het kijken naar diersporen om gaat, is dat je een veel bredere blik krijgt op het gedrag van dieren. Het is een soort wisselwerking. Door het gedrag live te bestuderen, zie je het verhaal achter de sporen. En daarna kun je vaak op basis van sporen het verhaal reconstrueren zonder het dier gezien te hebben. Het scherpt je waarnemingsvermogen en sterkt je verbeeldingskracht. En met een beetje goede wil heb je uiteindelijk een mooi verhaal te vertellen.

Terug naar de Amerikanen. Ze heten trouwens Casey McFarland en David Moskowitz. Deze mannen beheersen het lezen en volgen van sporen tot in de perfectie. Denk ik. Terwijl ik nog bezig ben om van een prent te beoordelen of het om een konijn of haas gaat, hebben zij de soort, de specifieke voet en de gang al bepaald. Daarbij verplaatsen ze zich zonder moeite in het dier en zien wat het daar deed en waarom. Handig.

Ik beheers het vak nu een heel klein beetje en zie steeds vaker in een ogenschijnlijk leeg landschap een scala aan dieren voorbij komen en wat ze hebben gedaan. Gisteren was ik bijvoorbeeld met René Nauta op pad. Op de cameraval die weken onder een brug had gestaan, stond niet de gehoopte otter. Maar de uitwerpselen even verderop waren onmiskenbaar. Even verder zat een dam in de waterloop. 'Laten we daar even gaan kijken. Daar moet hij het water uit', stelde René voor.

We zagen een mooie wissel over de oever naar de andere kant van de dam. Vlak voor het water lag een hoopje bijeen gekrabd zand, dertig centimeter daar vandaan een minuscule maar redelijk verse spraint. Het dun laagje ijs aan de kant was kapot in een mooie halve cirkel. Ik zag vervolgens hoe de otter van de ene naar de kant was gelopen, even deze blijkbaar belangrijke plek vlak voor het water had gemarkeerd om vervolgens met zijn voorpoot op het ijs te stappen. 'Oei, dat houdt nog niet', moet hij gedacht hebben om vervolgens met een soepele beweging in het water te glijden. En als ik mijn fantasie de vrije loop laat zie ik hem ook nog even tegen de achterkant van het cameravalpaaltje schuren. Gewoon om mij te pesten...

Het was een prachtige waarneming en hopelijk een mooi verhaal. En daar mag je me trouwens best op afrekenen.

zaterdag 17 mei 2014

Sporencursus in de sneeuw - Harz februari 2015

Samen met René en Beke van Extra Bushcraft & Survival organiseren we van 5 tot en met 8 februari een cursus 'Trailing' in nationalpark Harz in Duitsland. In de Harz is in februari de kans op een mooie sneeuwlaag vrij groot en daarmee ook de mogelijkheid om naar diersporen te zoeken schier eindeloos. In het gebied komen bovendien veel dieren voor waar je in Nederland lang naar moet zoeken zoals lynx, wilde kat, wasbeer en wasbeerhond. Op de site van Extra lees je alles over dit lange cursusweekend. Klik hier.

Prent van een lynx in de sneeuw.