zaterdag 27 september 2014

Eikelfestival

Gaai met meerdere eikels in zijn keelzak.
Voor ons huis staat een eik. En uitgerekend deze boom is vandaag decor van wat ik een van de meest fascinerende natuurlijke fenomenen vind: het eikelfestival. Ineens zijn de eikels in een bepaalde boom blijkbaar van de juiste rijpheid en ineens storten meerdere gaaien zich op die boom. De hele dag door zijn ze aan het zoeken, beoordelen en verzamelen. Niet elke eikel komt blijkbaar in aanmerking om uiteindelijk te worden verstopt. Welke criteria ze precies hanteren blijft me ook na uren intensief observeren onduidelijk.

Naast de eikel die geschikt wordt bevonden, hangt een ogenschijnlijk even geschikte eikel. Maar nadat eikel 1 in de keelzak is verdwenen, hippen ze een stukje verder in de boom, om daar nummer 2 te verzamelen. Per keer gaan er zes tot zeven eikels in de keelzak. De laatste nemen ze in de snavel mee. De gaaien verstoppen de eikels op willekeurige plaatsen, althans zo lijkt het. Er zit ongetwijfeld een idee achter. Ik zie ze geregeld eentje begraven in het grasveld tegenover ons huis. Dat gaat met hoge snelheid. Gaatje maken met de snavel. Eikel erin. Beetje toedekken. Nog even kijken. En weer weg.

Na een kleine vijf minuten komen ze al weer aanvliegen. Klaar voor de volgende ronde. Ik hóór het vooral als ze weer terug zijn. De afkeurde eikels laten ze vallen en kletteren op het dak van de auto's. Op deze manier verzamelen en verstoppen gaaien duizenden eikels. Omdat lang niet alle eikels weer worden opgezocht, zouden er in theorie op open plekken eikenbossen kunnen ontstaan. In theorie. In de praktijk worden die eiken voordat ze echt boom kunnen worden al weer uitgerukt of afgemaaid. Ik trek ook - al is het met enige schroom - jaarlijks tientallen eenjarige eikjes uit mijn voortuintje.

En zo zorgen we er met zijn allen voor dat zo'n prachtig natuurlijk proces nagenoeg geen kans krijgt. Natuurlijke processen zijn van harte welkom, als het maar niet te veel morrelt aan de grenzen van onze cultuur of, om het bij mezelf te houden, mijn tuintje.

Een eikel wordt eerst van het dopje ontdaan voordat het naar binnen wordt gewerkt. 

vrijdag 19 september 2014

Das ruimt vossenrommel op


Vandaag kwam mijn natuurvriend Tonnie Sterken even langswippen. Samen onderzoeken we in de Kop van Drenthe een gebied van 15 bij 15 kilometer op dassen. In nummer 3 (2014) van Zoogdier hebben we een artikel geschreven over de moeizame herkolonisatie van de streek. We volgen een groot deel van de burchten, vooral die waar opmerkelijke dingen gebeuren, intensief met cameravallen. 
Dit voorjaar was het Tonnie bijvoorbeeld al opgevallen dat drie van onze vaste hoofdburchten ineens door de dassen verlaten waren. Op alle drie de burchten waren geen jonge dassen geboren. Op de cameravallen verschenen daarentegen ineens vossen, later al dan niet met kroost. Bij een burcht konden we met zekerheid de vertrokken de dassen terugvinden. Ze waren naar een klein burchtje, een kilometer noordelijker verhuisd. 
Nu de vossen de jongen al weer een tijdje groot hebben, keren alle drie dassenparen terug naar hun oude burcht. Opvallend daarbij is dat ze meteen overgaan tot een grote schoonmaak. Het is bekend dat vossen soms inwonen bij dassen, maar het lijkt erop dat als de burcht niet al te groot is of dassen geen jongen werpen, ze het gestink van de vossen of de onrust toch niet zo prettig vinden. Als de dassen in kwestie wel jongen hebben, laten ze zich niet door de vossen verdrijven. Bij andere grotere burchtcomplexen zoals in het Hart van Drenthe zie je wel dat er op een burcht zowel jonge dassen als jonge vossen komen, maar dat hebben we in de Kop van Drenthe nog niet vastgesteld. 
De vraag die ons nu bezighoudt is natuurlijk, laten dassen zich inderdaad tijdelijk uit hun burcht verjagen en zo ja, waarom? Kortom, we hebben er weer een leuk uitzoekklusje bij. 

maandag 15 september 2014

Boeken - Korte lijst Jan Wolkers Prijs 2014

De genomineerde boeken voor de Jan Wolkers Prijs 2014
Das ook wat. Zijn twee boeken die ik met heel veel plezier heb gelezen, genomineerd voor de Jan Wolkers Prijs 2014. Een prijs voor het beste natuurboek, vernoemd naar de in 2007 overleden blootloper, schrijver en natuurliefhebber. Het eerste boek dat ik onlangs las op Vlieland is De Wadden van Matthijs Deen. En het tweede boek waar ik geregeld weer een stuk in herlees is het prachtige Wild en bijster land over de Planken Wambuis van Paul Abels en vele anderen. Maar het maffe is, ik denk sinds ik het berichtje over de genomineerden op de shortlist las niet aan wie de prijs uiteindelijk gaat winnen, maar vooral over de vraag: wat maakt eigenlijk een natuurboek een écht natuurboek?

Hoe eng moet je, om te beginnen, natuur eigenlijk opvatten in het woord natuurboek. Letterlijk zou het boek moeten zijn over 'een niet door de mens gewijzigde omgeving of omstandigheden' (Van Dale Handwoordenboek Hedendaags Nederlands). Maar de versie die ik nog steeds gebruik stamt uit 1998, dus misschien is er wel iets veranderd in de tussentijd. Voor mobiel - om maar eens een dwarsstraat te noemen - wordt daarin nog de uitleg gegeven: 0.1 niet aan één plaats of positie gebonden 0.2 gevechtsklaar. Over de Nokia 6310 wordt met geen woord gerept, terwijl deze oer-mobiel toch al weer een jaar of vijf uit de mode is.

Wild en bijster land gaat bijvoorbeeld over een gebied dat door en door onder invloed is geweest van de mens en dus zou het volgens Van Dale eigenlijk geen natuurboek zijn. Maar wat is het dan wel? Ik schreef er al eerder over. Zie hier en hier. Wat Van Dale eigenlijk ook zegt is dat de mens geen deel uitmaakt van de natuur. Dat zij er als het ware buiten staat. Maar als je er vanuit gaat dat de mens een wat veredelde diersoort is, zoals ik nog steeds doe, wordt het met Van Dale in de hand wel een stuk minder gezellig in de natuur. Ik vond Jan Wolkers, die in zijn niksende nakie over Rottumerplaat banjerde en zonder de hulp van Lenie 't Hart een zeehond redde, er bovendien heel natuurlijk uit zien.

De scheidslijn tussen natuur en cultuur is natuurlijk ook maar dunnetjes. Ik snap ook wel dat je de petrochemische industrie in Pernis niet tot onze topnatuur rekent, maar als innovatie en vooruitgang per definitie onnatuurlijk zijn, hoeven we ook niet meer op de banken te staan als een chimpansee er na drie uur ploeteren in slaagt met een stokje een pinda uit een fles te wurmen. En dan zijn gierzwaluwen (het onderwerp van een andere genomineerd boek geschreven door Remco Daalder) ook geen natuur meer. Ze broeden immers voor 100% onder door mensen gemaakte dakpannen. En is het boek over Alfred Russel Wallace (Alexander Reewijk), een van mijn helden, al helemaal geen natuurboek. Die beste man deed niets anders dan vlinders opprikken en bijzondere vogels doodschieten. En ook Bibi's doodgewone dierenboek is dan geen natuurboek, want ik heb nog nooit een egel gezien met maar drie tenen aan elke voet.

En nu? Geen idee eigenlijk. Misschien moet ik het prachtige boek Spiegel van de natuur van Matthijs Schouten maar weer eens ter hand nemen. Als ik het allemaal niet meer weet, zet hij me nog wel weer eens op het juiste spoor. Dat boek is niet genomineerd trouwens. Toen het uitkwam, zat Jan Wolkers nog iedere dag fris en fruitig in een krop sla te turen, op zoek naar beestjes.

Hier staat een berichtje met een korte beschrijving van alle genomineerde boeken.

donderdag 4 september 2014

Natuurspoorjournaal #68 - Hazen baden zand

Zandbad van een haas.
De afgelopen dagen deed ik mee aan de (sorry voor het Engels) Specialist Evalution van CyberTracker. Lang verhaal, kort. De Zuid-Afrikaan Louis Liebenberg heeft een methode ontwikkeld om de enorme kennis op het gebied van dierspoorzoeken en -volgen bij het Afrikaanse San-volk te gebruiken voor onderzoek en bescherming van dieren. Die kennis, die al duizenden jaren, van generatie op generatie wordt doorgegeven, is volgens hem misschien wel de 'oorsprong van wetenschap'.

Hij leerde het San-volk via een pda hun waarnemingen in te voeren, vandaar de naam CyberTracker. Het werkte. De bosjesmannen kregen ineens waardering voor hun kennis en kunde waarvan het nut - het volgen van dieren en bejagen ervan voor de voedselvoorziening - steeds meer op de achtergrond was geraakt. Maar nu bleek die kennis van grote waarde voor het begeleiden van safari's of voor wetenschappelijk onderzoek aan en bescherming van bedreigde diersoorten.

Om wildgroei te voorkomen, ontwikkelde Liebenberg ook een certificeringsmethode. Die methode waaide later over naar Amerika en landt nu ook voorzichtig in Europa, waarbij sinds een paar jaar cursussen worden gegeven in b.v. Engeland en Duitsland. Mijn spoorzoekmaatjes René Nauta volgde zo'n cursus in Engeland en werd erg enthousiast. Hij probeerde diverse Nederlands natuurorganisaties te interesseren, maar daar landde het niet echt. Ik probeerde het ook nog bij een aantal collega's maar kreeg geen medestanders. Daarom heeft René het zelf maar opgepakt en twee Amerikaanse Eveluators (Casey McFarland en David Moskowitz) zoals dat zo mooi heet, gevraagd naar Nederland te komen. Vorig jaar werd al eens de Standard gegeven en dit jaar voor het eerst ook de Specialist.

Afdruk van achtervoet van een bever (groene pijl) en blinde darm-uitwerpsel van een vogel. 
En zo kwam het dat ik gister en vandaag langs de IJssel en op Veluwe een dikke zeventig vragen kreeg. Van wie is dit spoor, welke voet is het, is het van een mannetje of vrouwtje, was het dier hier in stap, draf of galop? Dat soort vragen. Leuk om te doen, maar nog leuker is de discussie achteraf met de groep en met Casey en David. Want, eerlijk is eerlijk, spoorzoeken is geen wiskunde. Soms lijken sporen van verschillende soorten zo op elkaar dat je het onderscheid niet kunt maken. Maar vaker is het onmiskenbaar en dan maak je juist soms hele domme fouten.

Erg leuk was het ook om twee dagen samen met Annemarie van Diepenbeek, de schrijfster van de onvolprezen Veldgdis Diersporen  op te trekken. Zij is er, samen met de Pool Henrik Okarma, voor 'verantwoordelijk' dat ik tien jaar geleden zo verslingerd ben geraakt aan het zoeken van en kijken naar diersporen. En nu kun je van alles vinden van die toestanden rond zo'n CyberTracker Eveluation, maar in de eerste minuut dat Casey McFarland uitlegde waar de volgende twee dagen over zouden gaan, zei hij iets dat me raakte. Vrij vertaald. Het gaat niet om het halen van de hoogste score op het examen, maar om het buiten zijn, van elkaar te leren en vooral dat spoorzoeken en -interpreteren een diepere laag aan je natuurbeleving geeft. Dat je leert beter te begrijpen wat er om je heen gebeurt. Je krijgt een nog beter beeld van wat dieren moeten doen om te leven. En bovenal, dat je al die ervaringen kunt delen met anderen.

Jammer, weer geen wolf. 
Voor mij het mooiste spoor van de afgelopen twee dagen kregen we meteen aan het begin onder ogen. Ik zag vrij snel dat het om een 'zandbad' ging, maar had geen flauw idee van welk dier. Ik zag bij een van de ondiepe kuilen in het zand een vossenkeutel liggen en er middenin stond een pootafdruk van een vos. Vos, dan maar, omdat ik niets beters kon bedenken. Maar ik wist dat het niet goed was. Casey legde uit dat het zandbaden van een haas waren. En toen zag in ineens ook overal de lange hazenpoten staan. Ik kon me daarna gemakkelijk voorstellen hoe ze door het zand gerold hadden. Volgens Casey deden hazen dat in Amerika volop. Ik had het nog nooit gezien. Niemand uit de groep. Toch knap hoe zo'n Amerikaan je in je eigen achtertuin even aan de hand meeneemt in diersporenland...

O ja, ben geslaagd en heb ondanks een paar hele domme fouten niveau 3 gehaald. Dat schijnt best goed te zijn, maar ik hoop vooral dat wat ik in de afgelopen dagen heb geleerd en gezien snel kan delen met anderen. Want dat doe ik het allergraagst...