Posts tonen met het label bergen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bergen. Alle posts tonen

vrijdag 22 september 2017

Het verlangen naar lammergier

Lammergier, Val Sesvenna, oktober 2015
Het is maar een dag rijden naar het paradijs. De plek waar mijn vaak wat overprikkelde geest tot rust kan komen. Waar het vaak chronisch vermoeide en pijnlijke lijf juist door inspanning elke dag een beetje sterker en minder pijnlijk wordt. Waar ik slaap als een os. De bergen van Zuidoost-Zwitserland, het Unterengadin.
   Ieder jaar ga ik er minstens een week naartoe, meestal ergens in het najaar. Maar dit jaar was het iets eerder en helaas ook maar anderhalve dag. We waren op doorreis naar Italië. Voor een ander project. 
   We konden nog één dag wandelen en vanuit het pension La Randulina, waar we altijd vertoeven, kun je alle kanten op. We kozen voor onze 'inloopwandeling' richting Griosch. Niet te zwaar, een kleine twintig kilometer met prachtige berggezichten en meteen kans op allerlei leuke alpenbeesten. 
  In de bergen moet je wel wat meer je best doen dan in Nederland als het aankomt op het zien van vogels en zoogdieren. Het lanschap is er immers groots en weids. Ik tuur dan ook geregeld alle grazige stukjes op berghellingen af op zoek naar gemzen, edelherten of steenbokken. En het luchtruim rond de bergtoppen worden regelmatig gescand op roofvogels. Vooral de lammergier heeft mijn bijzondere belangstelling. 

Herintroductie
Een jaar of zeven geleden startte een herintroductieproject van de lammergier in de Zwitserse alpen. Ik weet nog dat ik twee jaar later voor het eerst een adulte en een jonge vogel zag nabij s-Charl. In één kijkerbeeld. Ik was redelijk buiten zinnen van deze waarneming, maar de Zwitserse wandelaars om mij heen reageerden iets neutraler. 'Bartgeier? Ik bedoelde zeker een Steinadler? Die kwam hier wel voor. Haha, Bartgeier. Gekke Hollander.'


2e kj Steenarend nabij Griosch, augustus 2017.
Dit jaar had ik een soortgelijke ervaring. We zaten in Griosch buiten aan de koffie bij Doris en Chasper toen ik in de verte een lammergier het dal over zag steken. Het was niet meer dan een vlek en ik weet ook niet waarom ik meteen zag dat het een lammergier was. Dat fenomeen heet jizz geloof ik. Ik kreeg de vogel gelukkig snel in de kijker: volledig donker verenkleed, dus jonge vogel. 
   Op het 'terras' zaten ook drie Zwitsers. Ze moesten, net als wij hun taartje delen met tientallen wespen. De man in het gezelschap stond met zijn verrekijker in de richting te turen naar de plek waar ik zojuist die lammergier zag verdwijnen. In mijn steenkolenduits probeerde ik hem duidelijk te maken dat ik daar net een lammergier had gezien. Hij keek me bedenkelijk aan.  
   Even later kwam de vogel weer in beeld. Dacht ik. Het was echter geen lammergier maar een tweedejaars steenarend. De Zwitser wist wel het verschil tussen beide soorten en zei dat het een steenarend was. 
   'Ja, das stimmt, aber die vogel von sojetzt...'  Nou ja, laat maar. Ik moest echt een keer op Duitse les. 

Wigvormige staart
Ik at mijn heerlijke worteltaart op en probeerde daarbij geen wesp mee naar binnen te krijgen. Toen we weer wilden opstaan, vloog de lammergier weer in beeld. Ik kon snel een foto maken om mezelf en de Zwitser te overtuigen dat die lammergier blijkbaar een steenarend had opgejaagd, die daar ergens in een boomtop had zitten dutten. Kortom, er waren twee grote roofvogels. Even later kwam er, heel educatief, zelfs nog een buizerd bij. Hoe dan ook, op de foto van de lammergier was gelukkig de wigvormige staart goed te zien. 
   De Zwitser was overtuigd. Zelfs zijn vrouw en dochter moesten de foto even bekijken. 'Sie haben ein andere Schwanz', voegde ik er aan toe en op het moment dat ik het zei kreeg ik het schaamrood op de kaken. Had ik nu wel het goede woord voor staart gebruikt of had ik die mevrouw nu net gezegd dat die lammergier een andere piemel had? 

Jonge lammergier nabij Griosch, augustus 2017
Van 7 tot en met 15 oktober worden in de Alpen de zogenaamde Bartgeier Beobachtungstage georganiseerd (klik hier). Ik kreeg er een persoonlijke uitnodiging voor, waarschijnlijk omdat ik al mijn waarnemingen van lammergieren (voorzien van foto's) netjes invoer op de Zwitserse versie van waarneming.nl (ornitho.ch). Ik heb in de afgelopen weken mijn agenda vijf keer bekeken en zelfs al een formulier ingevuld om extra vrije dagen te kopen. Maar ook al is mijn bergweh en het verlangen naar lammergier nog zo groot, het zou gekkenwerk zijn.
   Daarom kijk ik hier in Nederland maar uit naar vogels die me figuurlijk meenemen naar de bergen. Grote gele kwikstaart, zwarte roodstaart, slechtvalk... Soms helpt het, maar meestal niet. 

p.s. de titel van dit blog heb ik ontleend aan de twee onvolprezen boekjes die Koos van Zomeren schreef over het verlangen naar hazelwormen en klapeksters. 

woensdag 7 oktober 2015

Natuurspoorjournaal #84 - Klein geluk in de bergen

Zicht op Val Tasna.
Het regende een beetje, dus gingen we naar buiten. Het berglandschap hier in het Unterengadin is met laaghangende wolken even mooi als met een knallende zon. Misschien wel mooier. De afgelopen dagen hebben we al mooie tochten gemaakt. We zagen steenarenden, alpensneeuwhoenders, gemzen, notenkrakers, waterpiepers, reeën, edelherten, raven, alpenkauwen en zowaar mijn eerste alpengierzwaluw in de Alpen. Een zeldzaamheid in deze hoek van Zwitserland.
Hij vloog in een groepje rotszwaluwen boven pension La Randulina in Ramosch. Je neemt waar dat er iets anders door die groep scheert, denkt eerst aan een ´gewone´ gierzwaluw, maar ergens in je hoofd is er een stemmetje dat zegt, hij vliegt anders, hij is groter. Haal je verrekijker! Nu! En door die kijker zag ik pas die witte borst. Prachtige vogel!

Ochtendlicht boven de Piz Nair en de Piz Lad. Vanuit het raam van onze kamer.
Vandaag liepen we door het Val Tasna bij Ftan naar Alp Laret en Scuol. Weer een fijne tocht, ondanks het feit dat de hele dag sputterde zoals gezegd. Het was niet een hele zware, lange of heroïsche wandeling, maar daar ben ik ook niet zo van. Door mijn treuzeltempo hoop ik meer te zien van het dierenleven in de bergen en de sporen die ze achterlaten.
Voor wat dat laatste betreft, is het hier hard werken. Geen mooie modder- en zandpaden zoals in Nederland. Natuurlijk zijn er de notenkrakers die nu druk de zaden van de alpendennen verzamelen en verstoppen. In het Tamangur, het hoogste alpendennenbos van Europa, vind je honderden uitgehaalde dennenappels. De zaden van die alpenden lijken een beetje op pijnboompitten. Energiebommetjes die de notenkrakers de winter door moeten helpen.

Edelhertprenten op een nieuwe zandbank langs de Inn.
Verder vind je af en toe een prent van een hert of ree dat toevallig dat enige modderstukje op een pad heeft overgestoken. Gisteren vond ik langs de Inn een nieuwe grindbank met wat zandige plekken. Hier hadden edelherten gelopen. Een prachtig beeld, zo'n hert dat richting het kolkende water loopt. Wat heeft hij daar te zoeken? Wat trekt hem? Of kan hij net als ik zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en moet hij dat nieuwe stukje 'gewoon' even onderzoeken?
En vandaag zag ik weer wat ik al zo vaak heb meegemaakt in de bergen, maar me elke keer weer raakt. Een vos en ik lopen hetzelfde pad. Hij iets vaker dan ik gezien de grote hoeveelheid uitwerpselen die we vonden. Ik heb het nu al zo vaak gezien, maar het verveelt me nooit. Klein geluk in die grootse bergen.

Uitwerpsel van een bos, natuurlijk op een hoog plekje langs het pad.

zondag 21 oktober 2012

Natuurspoorjournaal #22 - Over poep en schaamte

De bergen van Zwitserland lijken al weer ver weg, maar gelukkig hebben we de foto's nog. Maar de foto die Nicolette maakte van de uitwerpselen van een alpensneeuwhoen maakt ook weer pijnlijk duidelijk dat we ze weer niet gezien hebben dit jaar. Wel waren we getuige van een ander bijzonder fenomeen, de najaarsbalts van twee korhanen. Het blijkt dat korhanen eigenlijk het hele jaar door op hun vaste baltsplaatsen andere mannen en natuurlijk ook de vrouwen proberen te imponeren. Maar dit terzijde.

Sneeuwhoenderpoep is van ongekende schoonheid. Wellicht is deze wat lyrische kwalificatie vooral het gevolg dat het vinden van die poepjes op hoogtes gebeurt waar de lucht, en dus ook de geest, ijl is. Maar ik vind die, vaak wat oranje, kleur zo bijzonder. Sneeuwhoenders eten in het najaar vooral bessen, zaden en knoppen van struiken en bomen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de oranje kleur ook wordt veroorzaakt door kortsmossen die ze al dan niet toevallig mee naar binnen krijgen. Minstens zo boeiend is de wetenschap dat deze soort korstmos juist op die stenen groeit waar af en toe een vogel zijn gevoeg doet. Ze hebben de nutriënten uit die uitwerpselen nodig om te groeien, ongeveer 1 mm per jaar.

Ooit bikte ik een stukje steen met deze korstmossoort los om mee naar huis te nemen. Het ligt nu bij onze stenenverzameling in de vensterbank. Het korstmos houdt dapper stand op zeeniveau. Die steen betekent veel voor ons, maar sinds ik weet dat we misschien wel een duizend jaar oud organisme uit zijn natuurlijke omgeving hebben weggerukt , schaam ik me dood...

Foto's Nicolette Branderhorst

woensdag 3 oktober 2012

Natuurspoorjournaal #21 - Vlindertrek

Door dit 'onherbergzame' landschap zagen we tientallen atalanta's trekken. 
We zijn nu een dag of drie in de bergen en we vermaken ons uitstekend. De steenarenden werken bijvoorbeeld prettig mee en laten zich volop zien. Vandaag zagen we een hele familie op strooptocht. Ook qua sporen heb ik niet te klagen. De edelherten zijn vanwege de bronst behoorlijk op sjouw en laten overal hun prenten achter. Vandaag vond ik weer uitwerpselen van een vos op 2300 meter hoogte. In tegenstelling tot vorig jaar zijn de alpenmarmotten op sommige plekken nog wakker en laten ze hun schelle fluittoon horen bij naderend gevaar. 
Maar het meest ben ik wel onder de indruk van de tientallen atalanta's die hoog door de bergen trekken. Gisteren zagen we ze op ruim 2400 meter in een strakke lijn zuidwaarts vliegen. Ik vertel het verhaal geregeld, maar het fenomeen dat vlinders trekken zoals vogels, is hier echt waar te nemen. Zelfs met een klein tegenwindje lukt het de atlanta's nog een behoorlijk tempo vast te houden. Ik kan het rennend niet bijhouden.

maandag 7 mei 2012

Een vleugje wildernis alstublieft

‘Waarom wilde u boswachter worden?’ Een veelgestelde vraag, vooral door kinderen. Om eerlijk te zijn wilde ik niet per se boswachter worden. Het was geen doel op zich. Ik wilde graag in de natuur werken; onderzoeken, leren, begrijpen, delen en inspireren. Vooral dat delen vind ik erg leuk. Ik krijg ongelofelijk veel energie van en ik hoop natuurlijk dat het anderen inspireert. Ik kan zelf enorm genieten van mensen die met hartstocht over hun werk vertellen. Dat kan ook over iets anders gaan dan het leven van de strandvlo of de eigenzinnigheden van een wespendief. Over koken, boeken schrijven, muziek maken, schilderen of groente verbouwen bijvoorbeeld. Maar eerlijk is eerlijk, de natuur is wel mijn grootste passie. Het zal u niet verbazen. Ik hoor wel eens iemand zeggen dan genieten van de natuur alleen maar luxe is. ‘Als er geen banen zijn, is niemand nog met de natuur bezig.’ Tja, zo kun je alles relativeren. Als er geen banen zijn, is 130 rijden op de snelweg ook ineens een stuk minder belangrijk vermoed ik. Daar gaat het mij ook niet om. Ik denk dat natuur, of voor mijn part alleen al het buiten zijn, goed doet. Die verbinding met buiten zit ergens in onze genen gebakken. Bij mij is dat gevoel het sterkst als ik in de bergen of op het wad ben. Ongerepte landschappen, waar je als mens nietig bent. Waar je helemaal niets in de melk te brokkelen hebt. Wie wel eens een stevige onweersbui in de bergen heeft meegemaakt, weet wat ik bedoel. Ik snap ook donders goed, dat ik de keuze heb om dat op te zoeken. Er zijn ook tijden geweest dat mensen die ongereptheid juist als enorm bedreigend ervoeren. Het grappige is echter dat we juist nu vanuit die betrekkelijke luxe zo naar de natuur kunnen kijken. Het kan! We hebben haar volgens sommigen grotendeels in bedwang, we leggen zelfs handboeken aan waarin we vastleggen hoe die natuur er uit moet zien. En verdorie, het lukt vaak ook nog. De natuur als gerecht uit een kookboek. Waar ik wel eens naar verlang in Nederland is natuur die geen goede en foute ingrediënten heeft, die geen gerecht hoeft te worden die wij lekker vinden. Ik zou zo graag wat meer ruimte hebben voor natuur die van zichzelf al goed genoeg is. Laten we deze natuur voor het gemak even wildernis noemen, hoe beladen dat woord ook is. Een van de pleitbezorgers voor wat meer wildernis is mijn voormalige directeur. Tot mijn schrik hoorde ik onlangs dat hij met pensioen gaat. Gelukkig heeft hij beloofd door te gaan met zijn werk. Hij doet er zelfs nog een schepje bovenop. Want zo gaat het met pleitbezorgers, ze gaan hun hele leven door met werken. Baan of geen baan.
Ruig berglandschap in Bergell-dal, Zwitserland.