Posts tonen met het label Linnaeus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Linnaeus. Alle posts tonen

zaterdag 24 februari 2018

Struinen in de Boekenweek - De-kijk-dan-toch(t)


Het thema van de de 83e Boekenweek is Natuur. Tussen 10 en 18 maart ga ik daarom op struintocht door het noorden van het land om verhalen te vertellen over mijn favoriete natuurschrijvers. En ja, ik wil natuurlijk ook graag mijn eigen natuurdagboek De onsterfelijke nachtegalen een beetje onder de aandacht brengen. Ik schreef het natuurdagboek samen met Barbara de Beaufort en het is onlangs verschenen bij Uitgeverij kleine Uil.

Het thema De-kijk-dan-toch(t) heb ik ontleend aan de recensie van Agmar van Rijn op Tzum.info (klik hier). Zij vatte De onsterfelijke nachtegalen als volgt samen: 'Het boek maakt je wakker voor de natuur, je krijgt ontzettende zin om óók te gaan kijken, in feite is het hele boek één lange aansporing; kijk dan, kijk dan toch!' En zonder dat ik het zelf zo expliciet had bedacht, is dit inderdaad waar het ruim tweehonderd pagina's lang over gaat.

De Zulthe, voormalig kinderherstellingsoord en later woonhuis van M. Vasalis. 

Za. 10 maart - Vasalis-wandeling - Landgoed Terheijl
De kijk-dan-toch(t) begint op zaterdag 10 maart met een Vasalis-wandeling op het landgoed Terheijl tussen Nietap en Roden, in samenwerking met boekhandel Daan Nijman uit Roden  Ik ben een groot liefhebber van het werk van Vasalis en zoek in haar gedichten, brieven en essays naar de natuurervaringen die ze had rond Terheijl. Vasalis woonde lang in het voormalige kinderherstellingsoord De Zulthe dat aan de rand van dit bijzondere gebied staat. Tijdens de wandeling vertel ik over het bijzondere landschap en de natuur en maak geregeld uitstapjes naar het werk van Vasalis. De start is om 14 uur bij de parkeerplaats aan de Vagevuurselaan tussen Nietap en Nieuw-Roden. Aanmelden kan via info@daannijman.nl. Na afloop is er een boekenborrel in de winkel. Meer informatie vind je hier.

Di. 13 maart - Boekpresentatie De onsterfelijke nachtegalen - Assen
De kijk-dan-toch(t) gaat verder met een boekpresentatie over De onsterfelijke nachtegalen op dinsdagavond 13 maart bij boekhandel Van der Velde in Assen. Aan de hand van een tien thema's uit het boek vertel ik over mijn natuurbelevenissen in de afgelopen dertig jaar en de mensen die mij inspireren. Ook lees ik een aantal fragmenten uit het natuurdagboek voor. De boekpresentatie start om 19.30 uur en meer informatie vind je hier.

Wo. 14 maart - Boekpresentatie De onsterfelijke nachtegalen - Roden
Dezelfde presentatie als hierboven, maar dan bij boekhandel Daan Nijman in Roden. We starten om 20.00 uur. Meer informatie vind je hier.

Do. 15 maart - In het voetspoor van Linnaeus - Nijverdal
Natuurschrijvers staan figuurlijk (bijna) altijd op de schouders van een voorganger. Iemand die hen inspireerde of zelfs vrij letterlijk aan de hand nam. In mijn lezing In het voetspoor van Linnaeus ga ik in op de mooiste verhalen, avonturen en ontdekkingen van natuurschrijvers in de afgelopen 300 jaar.

Mijn verhaal begint bij de in 1707 geboren Zweedse natuuronderzoeker Carolus Linnaeus. In 2013 legde ik deels de route af van de studiereis die hij bijna 300 jaar eerder door de Zweedse provincie Dalarna maakte. In het dagboek dat hij van die reis bijhield, beschreef hij niet alleen allerlei feiten over planten, dieren, mensen en gebruiken, maar hij springt hier en daar - meer dan bij zijn eerdere dagboek van zijn reis door Lapland - uit de band met een mooie landschapsbeschrijving of natuurbeleving.

Alexander von Humboldt in zijn studeerkamer in Berlijn. (Eduard Hildebrandt, 1856)
Ook al begint mijn verhaal op de grens van Noorwegen en Zweden en kom ik geregeld op dat avontuur terug, de natuur in de directe omgeving van mijn huis is de rode draad. Van hieruit dwaal ik via bekende namen als Von Humboldt, Thoreau, Darwin, Muir, Heimans, Thijsse en J.A. Baker steeds verder af naar hedendaagse natuurschrijvers als Robert Macfarlane, Caspar Janssen en Koos van Zomeren. Ook minder bekende helden komen langs en ik laat zien dat ze vaak onterecht in de vergetelheid zijn geraakt. De lezing is een explosie aan mooie verhalen over wat natuurschrijvers drijft en over hun soms nogal hachelijke avonturen. En, als het mag, vertel ik tot slot graag iets over De onsterfelijke nachtegalen.

De lezing vindt plaats in het Buitencentrum Sallandse Heuvelrug. Voor meer informatie en aanmelden klik hier.

zaterdag 21 oktober 2017

In het voetspoor van Linnaeus - Boekenweek 2018

Een jonge Carolus Linnaeus
geschilderd in 1853 door
Hendrik Hollander.
Het thema van de Boekenweek 2018 is Natuur. In dat licht werk ik voor de maanden rond de Boekenweek een lezing uit onder de titel In het voetspoor van Linnaeus. Natuurschrijvers staan figuurlijk (bijna) altijd op de schouders van een voorganger. Iemand die hen inspereerde of zelfs vrij letterlijk aan de hand nam. In mijn lezing ga ik in op de mooiste verhalen, avonturen en ontdekkingen van natuurschrijvers in de afgelopen 300 jaar.  

Mijn verhaal begint bij de in 1707 geboren Zweedse natuuronderzoeker Carolus Linnaeus. In 2013 legde ik deels de route af van de studiereis die hij bijna 300 jaar eerder door de Zweedse provincie Dalarna maakte. In het dagboek dat hij van die reis bijhield, beschreef hij niet alleen allerlei feiten over planten, dieren, mensen en gebruiken, maar hij springt hier en daar - meer dan bij zijn eerdere dagboek van zijn reis door Lapland - uit de band met een mooie landschapsbeschrijving of natuurbeleving. 

Von Humboldt
Ook al begint mijn verhaal op de grens van Noorwegen en Zweden en kom ik geregeld op dat avontuur terug, de natuur in de directe omgeving van mijn huis is de rode draad. Van hieruit dwaal ik via bekende namen als Von Humboldt, Thoreau, Darwin, Muir, Heimans en Thijsse en J.A. Baker steeds verder af naar hedendaagse natuurschrijvers als Robert Macfarlane, Caspar Janssen en Koos van Zomeren. Ook minder bekende helden komen langs en ik laat zien dat ze vaak onterecht in de vergetelheid zijn geraakt. De lezing wordt (hopelijk) geen gortdroge aaneenschakeling van citaten, maar explosie aan mooie verhalen over wat natuurschrijvers drijft en over hun soms nogal hachelijke avonturen. En, als het mag, vertel ik graag iets over de twee boeken waar ik zelf op dit moment aan werk en die dan hopelijk klaar zijn. Onder het plaatje van Von Humoldt vind je wat meer info over beide boeken. 

Agenda
In de Agenda in de rechter menubalk vind je waar de lezing wordt gegeven. De lezing wordt waarschijnlijk in twee lengtes aangeboden, 1 uur zonder pauze of 2 x 45 minuten met pauze. Mocht u de lezing willen boeken, dan kunt u contact opnemen via aaldrikpot@gmail.com. 

Alexander von Humboldt in zijn bibliotheek in Berlijn in 1856.
Geschilderd door Eduard Hildebrandt.

De onsterfelijke nachtegalen
Begin februari 2018 verschijnt bij uitgeverij kleine Uil De onsterfelijke nachtegalen, een natuurdagboek in briefvorm waaraan Barbara de Beaufort en ik tot eind november werken. In dat dagboek verkennen we een jaar lang de natuur in onze 'achtertuin' en merken we hoe een simpele vraag over het gemis van bepaalde vogelgeluiden tijdelijk met onze briefwisseling aan de haal gaat. Al zijn de avonturen in ons bestaan wat minder groots en meeslepend als die van bijvoorbeeld Alexander von Humboldt, ook in onze achtertuinen bleek weer dat verdieping in de natuur vaak leidt tot veel plezier, verwondering en vooral ook weer nieuwe vragen. We bleven steeds nieuwsgierig hoe bepaalde diersoorten hun leven leiden, maar hadden ook veel vragen (en soms een antwoord) over hoe wij ons als mensen verhouden ten opzichte van andere wezens. 

Het Prentenboek
Door het schrijven van het dagboek en mijn zoektocht naar een dagelijkse portie natuur, laaide mijn vroege liefde voor vogels weer in alle hevigheid op. De laatste jaren werden ze een beetje naar de achtergrond verdrongen door zoogdieren en vooral ook door het (leuke) monnikenwerk aan diersporen. Dat laatstgenoemde werk leidt hopelijk in maart tot het verschijnen Het Prentenboek waar René Nauta en ik hard aan werken. Het wordt een kloek boek over de pootafdrukken van zoogdieren, vogels en andere dieren. Via deze Facebook-pagina kun je de ontwikkelingen volgen. 

donderdag 19 september 2013

Reisbrief #5 - Spechten zoeken in Zweden

Drieteenspecht. ( Rudbeck).
'Dit voorjaar heeft er eentje bij het bezoekerscentrum gezeten', zegt de aardige mevrouw achter de balie van het knusse centrum in Nationaal Park Tiveden. Het gesprekje gaat over de drieteenspecht, een vogel die we allebei graag wel eens willen zien. We hebben er vaak naar gezocht in de Alpen, maar verder dan zijn overigens prachtige 'sapdrinksporen' in bomen zijn we niet gekomen. Een beetje teleurgesteld ben ik wel. Het zou de zuidelijkste plek in Zweden zijn waar de drieteenspecht nog voorkomt en ook in de Femundsmarka en Fulufjallet hadden we er al tevergeefs naar gezocht. In dit laatste gebied vonden we wel erg oude sporen op een dode boom. Tiveden 'adverteert' met de drieteenspecht, maar het blijkt vooral om 'verkenners' te gaan, niet om een vaste broedpopulatie.

Oude sporen van drieteenspecht in Fulufjallet.
Ik stuit bij toeval nog wel op een grappig feit. Bij een ander bezoekerscentrum heb ik voor een schijntje een Engelse vertaling van het Iter Dalekarnicum van Carl Linnaeus op de kop getikt. Het is een verslag van een studiereis die hij op verzoek van de gouveneur in 1734 door de provincie Dalarna maakt. Hierin beschrijft hij hoe hij bij Grovelsjon een bijzondere specht in handen krijgt. (Lees: door hem neer te laten schieten.) Het gaat om een drieteenspecht die tijdens deze reis voor het eerst door iemand beschreven wordt. Hij noemt de specht op dat moment Picus alpino en deelt hem in eerst instantie dus in bij de 'groene spechten'. Pas in 1758 geeft Linnaeus hem de Latijnse naam die hij nu ook nog heeft: Picoidus tridactylus. De soortnaam verwijst naar het feit dat deze specht maar drie tenen heeft, terwijl de andere Europese spechten er vier bezitten.

Leuk hoor al die info, maar dat is toch iets anders dan hem zelf zien. Nou ja, genoeg andere spechten om je mee bezig te houden. Ook hier is de grote bonte specht met afstand de meest algemene soort. We horen en zien ze eigenlijk overal. Het gehak op de dennenappels verraadt hun aanwezigheid. De jonge vogels, die hun rode petjes bijna kwijt zijn, beheersen dit trucje ook al.

Jonge (dit jaar geboren) grote bonte specht bezig met het hakken van dennenappels op een vaste plek (smidse)

In Tiveden komt in ieder geval ook de kleine bonte specht voor. We
Karakteristieke spechtenkeutel.
horen er eentje luidkeels roepen, maar kunnen hem niet ontdekken. Gelukkig laat de zwarte specht zich ook horen én zien. We vinden bovendien een prachtig spoor van deze grootste Europese specht. Bij de voet van een aftakelende den heeft hij de grond systematisch bij de wortels weggehakt in de hoop daar keverlarves aan te treffen. Hij lijkt niet erg succesvol geweest getuige de weinige haksporen in dat deel van de boomwortels, maar het heeft hem er niet van weerhouden er een enorm slagveld van te maken. Als bewijsheeft hij nog wel even zijn erg henkenbare gevoeg gedaan. Het staat ergens omschreven (ik weet niet meer waar) als een keutel die in een vloeitje is gewikkeld. Mooier kan ik het niet zeggen...

Haksporen van zwarte specht rond wortels van dode grove den.

En dan nu de hamvraag, moet je naar Tiveden als je toch in Zweden bent? Voor de drieteenspecht zijn er vast betere locaties al blijkt uit de Zweedse waarneming.nl dat ze nergens echt algemeen zijn. Voor het landschap is het zeker de moeite waard. In het oudere naaldbos met prachtige rotsformaties en weelderige mosbedden is het goed toeven. Ook zonder drieteenspecht.

Landschap in Nationaal Park Tiveden, Zweden.