maandag 10 oktober 2016

Bergvogelen

Berglandschap op 2700 meter hoogte. Ideaal voor zwarte roodstaarten. 

Vogels kijken in de bergen, in deze tijd van het jaar, is niet geschikt voor mensen die van snel scoren, lange daglijsten en hoge aantallen houden. En je wordt ook nog eens niet écht beloond voor je inspanning. Hoe hoger je komt, hoe leger het wordt. Ik koester me altijd met de gedachte dat je dan meer tijd hebt om de soorten die je wel ziet, beter te bekijken en je af te vragen wat ze in vredesnaam te zoeken hebben op zo'n plek. 

Champatz
In precies zo'n gedachte was is verzonken toen ik gisteren op bijna 2700 meter hoogte op de Fuorcla Champatz een zwarte roodstaart hoorde zingen. De vogel die ik vooral leerde kennen als hoogtepunt na een nacht stappen. Echt bekoren kon dat stappen me namelijk niet, maar je doet wel eens gekke dingen om ergens bij te horen. Als ik dan bij het eerste ochtendlicht door de stad naar huis fietste, hoorde vanaf de daken dat overbekende krassende liedje. De zwarte roodstaart was voor mij dan ook de stadsvogel bij uitstek. 

Notenkraker.

Tot ik voor het eerst in de bergen kwam. Daar ontdekte ik dat zwarte roodstaarten zich van nature thuis voelen op plekken waar wij een extra laagje dons of wol aantrekken. Dat ze daar in het zomerhalfjaar vertoeven, kon ik me nog wel enigszins voorstellen. Maar dat ze daar ook nog half oktober verblijven én zingen, terwijl het al vriest en de eerste sneeuw valt, dat had ik niet kunnen bedenken. Ik wilde graag een foto van het tafereel maken, maar mijn vingers waren te koud om de ontspanknop in te kunnen drukken...

Raven
In het dal achter de pas - het Val Laver om precies te zijn - kregen we nog een paar mooie vogelmomenten voorgeschoteld. Op elke wandeling komen we raven tegen. Altijd in paartjes. Maar gisteren zagen we een groep van 18 zwartjassen bij elkaar. Waarschijnlijk jonge vogels die samen optrekken om de territoriale paren enigszins van repliek te kunnen dienen. Lees de boeken die Bernd Heinrich over raven schreef er maar eens op na.  

Een door een notenkraker bewerkte kegel van een alpenden. 

Even verder vloog een korhoen uit een boomtop. We hadden hem niet opgemerkt. Hij ons waarschijnlijk wel, maar hij vluchtte vooral voor een langs zeilende steenarend. Die was door de laaghangende bewolking voor de verandering afgedaald naar het dal. Hij keurde het korhoen geen blik waardig. Steenarenden zijn, nu de alpenmarmotten al aan hun winterslaap zijn begonnen, meer van de sneeuwhazen. 

Notenkraker
We liepen dieper het bos in en zagen een notenkraker in een topje van een boom zitten. Vorige week zagen we er honderden in het God Tamangur bij S Charl. Notenkrakers zijn verzot op de zaden van de alpenden (Pinus cembra). Ik schreef er al eens eerder over. Ik vind het onvoorstelbaar, maar per seizoen schijnt 1 notenkraker tussen de 30.000 en 100.000 van die zaden te verstoppen. In heel leven iets van 25 kg aan zaden waar hij op miraculeuze wijze ook nog eens 80% van terug weet te vinden onder het decimeters dikke sneeuwdek. 

Zwarte specht in slaaphol. 

In het bos komen we ook altijd wel weer een zwarte, groene, drieteen- of grijskopspecht tegen. Bij het kapelletje dat dirigent Willem Mengelberg in 1924 liet bouwen bij Zuort zagen we een mannetje zwarte specht een slaaphol opzoeken. Wij moesten nog een stukje lopen, maar het was voor de specht al einde dacht. Enigszins achterdochtig loerde hij naar buiten, of beter, probeerde hij ons weg te kijken. Ik kon bij het laatste daglicht nog een plaatje maken, waar ik geen Wildlife Photographer of the Year mee zal worden.

Waterspreeuw
Bij thuiskomst heb je dan toch weer een aardig lijstje. Had ik al verteld over de waterpiepers die hier nog steeds rondvliegen? Over de grote gele kwikken, de waterspreeuwen, barmsijzen, kuifmezen, matkoppen, taigabookruipers, lammergieren, slechtvalken, alpenheggemussen, rotszwaluwen? Akkoord, het is niet te vergelijken met Texel of het Lauwersmeer half oktober. Maar saai is het hier allerminst.

Waterspreeuw.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen