zondag 25 september 2016

Natuurspoorjournaal #96 - Eikelgaatjes

Eikelboorder.

Er zijn weinig kevers zo mooi als de eikelboorder (Curculio glandium), vroeger ook wel eikelsnuitkever genoemd. Het is me helaas nog nooit gelukt het diertje zelf op de foto te krijgen, maar het spoor dat hij in deze tijd van het jaar achterlaat is niet te missen. Zoek een zomereik en bekijk een aantal eikels die op de grond liggen. Het zal niet lang duren voordat je er eentje hebt waar een klein gaatje in zit (zie foto).

De oorsprong van dat gaatje is onder natuurliefhebbers genoegzaam bekend. Zij kunnen deze alinea desgewenst overslaan. Het vrouwtje van de eikelboorder maakt met haar lange snuit een gaatje in een onrijpe eikel en laat in het ontstane gat een aantal eitjes achter. De larven eten zich vervolgens ongans aan het binnenste van een eikel en boren zich, nadat de eikel op de grond is gevalen, weer een weg naar buiten. Ze kruipen vervolgens in de grond om daar in de winter te verpoppen. In het voorjaar kruipt er weer een kever uit de grond die de cyclus herhaalt. (Tot zover het schooljournaal.)

Geen schade
Volgens het onvolprezen boek Insects and diseases damaging trees an shrubs of Europe brengt de eikelboorder geen schade toe aan het eikenbestand. Een door een larve leeg gevreten eikel kan zelfs nog ontkiemen. Alleen de ontwikkeling gaat wat trager omdat de eikelboorderlarven hem van zijn voedselvoorraad hebben beroofd.

Gaatje van een eikelboorder in een eikel. De larve moet er in dit geval nog weer uitkruipen.

Maar wat ik dan weer interessant vind, is wie die meneer of mevrouw Marsham is die het diertje in 1802 voor het eerst heeft beschreven en hem de prachtige geslachtsnaam Curculio gaf. En de soortnaam glandibus, dat glanzend betekent. De sterk verwante hazelnootboorder heeft de soortnaam nucum meegekregen, dat noot betekent. Blijkbaar vond Marsham de eikelboorder dus vooral glanzender dan zijn neef.

Dode naturalisten
Al snel kom ik er achter dat Marsham een hij is, Thomas Marsham om precies te zijn (overleden in 1819). En niet Robert Marsham, de grondlegger van de fenologie, zoals ik eerst dacht. Sorry, ik heb een onbegrijpelijke interesse in dode Engelse (en andere) naturalisten. Linnaeus, die heel veel andere soorten voor het eerst beschreef en voorzag van een wetenschappelijke naam, had waarschijnlijk nog nooit een eikelboorder gezien. De boom zelf kende hij wel, want die had hij in 1753 al van een naam voorzien.

Maar goed, Thomas Marsham dus wel. Hij was secretaris van de West Indian Dock Company en vrijwilliger in het leger, een van de oprichters van de Linnean Society of London en gek van kevers. Volgens Wikipedia schreef hij de Entomologia Brittanica, een kloek werk waarin 1307 soorten zijn beschreven. Het origineel ligt in het Natural History Museum in London, maar op het onvolprezen internet is een scan te vinden.

Ik zoek me vervolgens het apenzuur naar de Curculio glandium. Als ik hem eindelijk heb gevonden, ben ik toch wat teleurgesteld. Ik hoopte dat ik het Latijn een beetje kon ontcijferen en vooral te vinden waarom Marsham hem 'de glanzende' heeft genoemd in vergelijking tot de hazelnootboorder. Er staat wel iets: Statura et Magnitudine Cur. Nucum. Maar dat betekent, als ik mijn vertaalprogramma mag geloven: Gestalte en grootte als Cur. nucum. Tja, zo kan ik het ook.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen