Op mijn otterrondjes langs de beken in Noordwest-Drenthe kom ik altijd ook wel sporen van bruine ratten tegen. Meestal van die prachtige handvormige pootafdrukjes, maar ook wel een kwak sterrenschot, keutels of holen. Bruine ratten zijn, kortom, overal. Vandaag vond ik iets wat ik nog niet eerder van bruine ratten was tegen gekomen: ze eten ook eikels.
Dat is vast geen nieuws. Ratten eten immers bijna alles, tot Kliko's aan toe weet ik uit ervaring. Maar hier viel het me op omdat de bovengrondse wissels langs de oeverrand van het Oostervoortse diep bezaaid waren met eikels in allerlei stadia van consumptie. Van alleen een hapje er uit, tot volledig 'schoongelikt'. Het gaat natuurlijk helemaal nergens over, maar misschien is het juist daarom wel zo leuk.
Voorraadje padden en kikkers van een bruine rat.
Nog even en bruine ratten schakelen weer over op het eten van kikkers. Ze vangen in het vroege voorjaar vooral bruine kikkers en padden. Die padden eten ze vervolgens niet op vanwege de gifklieren in de huid. Daardoor vind je soms kleine stapeltjes padden aan de rand van een oever, een soort voorraadkamer die niet wordt aangebroken. Tenzij een bunzing zo'n paddenstapel ontdekt er af en toe eentje weg snaait. De bunzing, en ook de otter, kunnen padden wel eten. Ze stropen het huidje er op vakkundige wijze vanaf zodat ze geen last hebben van die gifklieren. Iets wat bruine ratten blijkbaar niet kunnen.
Een paar jaar geleden zag ik in de Peestermaden hoe een stevige bunzing, zo'n paddenkerkhof had ontdekt. Ik heb er een uurtje zitten observeren en in die tijd kwam hij twee keer terug om iets van de stapel weg te halen. Hij kroop er vervolgens mee onder een dichte bramenstruik. Ik zat me van een afstandje al te verkneukelen op het feit dat ik even later een foto van een afgestroopt paddenhuidje kon maken. Maar dat ging mooi niet door. Het zou mij niet verbazen dat die bunzing ook donders goed wist dat hij beter eerst de niet giftige kikkers op kon eten. Die padden bleven immers toch wel liggen...
Als liefhebber van wildernis, lig ik regelmatig met mezelf en anderen in de clinch. En die clinch begint natuurlijk bij de vraag wat je onder wildernis verstaat. Dan komt vervolgens al snel de vraag of die landschappen in Nederland nog bestaan of dat er kansen zijn voor herstel. Vervolgens kun je je afvragen wat je dan nog wel of juist niet moet doen in die 'wildernissen'. En dan... Dan zijn er nóg drieduizend dingen waarover je het heerlijk met elkaar en jezelf oneens kunt zijn. Voor het je het weet, gaat het alleen nog maar over definities.
Hoe dan ook, van mij mag ook de natuur in Nederland hier en daar nog wel wat wilder, autonomer, vrijer. En hoe je dat dan vervolgens noemt, is misschien niet zo belangrijk Maar het betekent wat mij betreft niet dat je er niet meer in mag of nooit meer een boompje om mag hakken. Wat mij betreft mag je er doen wat je wilt, als je invloed maar niet blijvend c.q. bepalend of sturend is. Dat het plaatsen zijn waar je ook jezelf kunt 'rewilden' zoals George Monbiot dat noemt in zijn boek Feral. En als je dat niet wilt, doe je het niet. Als je weidevogels leuker vindt, prima. Als je liever in de stad blijft, ook goed. Maar dat soort wilde plekken zouden er wel moeten zijn. En liefst meer dan nu.
De filosoof Jay Hanford Vest 'bedacht' voor dit soort plekken de term self-willed land. En dan ben ik toch weer bij de definities aanbeland. En dat allemaal omdat wildernis, wat ik eigenlijk best een fijn woord vind, enigszins beladen is geworden. Het zou te pretentieus zijn of juist onderhevig aan devaluatie. Het zou de mens uitsluiten, terwijl die mens toch een onderdeel is van de natuur. (Al zijn er volgens mij ook veel mensen die daar weer heel anders over denken, maar dat terzijde.)
Om juist niets uit te sluiten, gaat het in deze nieuwe rubriek dus over wilde plekken. En die kunnen, zoals Robert Macfarlane ook al schreef in zijn boek, heel klein zijn. Het kan de hoek zijn waar een akker over gaat in onbestemd land. En het gaat over wildheid en het recht daarop, zoals een sperwer die een grote bonte specht slaat, plukt en verorbert. Oftewel, dieren die mogen leven naar hun aard. Vaak kleine dingen dus die zich buiten ons zicht afspelen. Zoals de bruine rat in het filmpje hieronder die rond een steen of schelp (dat kan ik niet goed zien) een bol modder draait, het in zijn bek neemt en er mee weg loopt. Ik heb geen idee waarom hij het doet en waar hij er mee naar toe gaat. En eigenlijk doet dat er ook niet toe. Maar fascinerend is het wel, daar in dat wildernisje (sorry) onder de brug.
Ik vind ratten leuke en vooral ook grappige dieren. Nu ben ik vooral fan van woelratten en daarover wil ik graag iets in Roeg, het wekelijkse natuurprogramma op RTV Drenthe, vertellen. Wel zo educatief als er ook wat beelden van zijn. Daarom heb ik op een plek waar ik wroetsporen van woelratten vond een cameraval neergezet. Paar stukjes appel ervoor en maar afwachten.
Vorige week is bij de eerste controle al het lokvoer weg. Ik voel me telkens een klein jongetje die zijn schoen heeft gezet als ik op het schermpje van de val de resultaten bekijk. Er staat deze keer een langs hoppende wezel op (hier, in zo'n nat gebied?) en een sterk overbelichte kop van een... otter, bunzing, nou ja wat is het nu? Andere geraadpleegde cameravallers houden het op een bruine rat. In het onvolprezen programmaatje Irfanview laat ik alle filmbeeldjes losknippen en ik bekijk ze 1 voor 1. Op 2 van de 1000 beeldjes zijn twee grote oren te zien. Toch een bruine rat.
Vandaag opnieuw even gekeken. Weer is al het voer weg en weer is het een bruine rat die zijn buikje rond heeft gegeten. Hij is nu een stuk beter te zien. Wat een vetzak zeg. Volgens de Veldgids Zoogdieren kunnen ze maximaal 500 gram zwaar worden, maar deze lijkt wel anderhalve kilo. Maar goed, weer geen woelrat.
Ik laat de camera toch nog maar een paar dagen staan. Ik offer weer een paar stukjes van mijn dagelijkse appel (ik vergeet telkens eentje extra mee te nemen) en hoop er het beste van. Op de terugweg naar de auto moet ik weer over een sloot. Doordat de waterstand de laatste dagen steeds een beetje verder stijgt, wordt de sloot steeds breder. Op de heenweg haalde ik het net, op de terugweg net niet. De slappe veenoever zakt onder mijn voeten weg en ik sta binnen een tel tot mijn navel in het water.
Met enige moeite weet ik me aan een graspol vast te klampen en trek mezelf op het droge. De stinkende veenprut sijpelt van mijn broek. Mijn laarzen staan tot de rand toe vol met zwart water. Rugzak zeiknat en even schiet door mijn hoofd dat ik opnieuw de verzekeringsmaatschappij moet bellen om te melden dat mijn camera kopje onder is gegaan. Maar die zat toch boven in de rugzak en is droog gebleven. 'Je wordt ouder Pot', mompel ik in mezelf. Terwijl ik mijn laarzen probeer uit te krijgen, maak ik alvast een boodschappenlijstje voor de volgende keer: appel; lieslaarzen; sportschoolabonnement.
Sorry, ik heb alleen een filmpje van de bruine rat in de aanbieding... Na 15 seconden kun je trouwens stoppen met kijken.
Leuke hobby, dat geouwehoer over diersporen. Maar zo af en toe slaat de twijfel toe. Zie ik dingen die er eigenlijk niet zijn of anders zijn dan ik ze wil zien. Vandaag liep ik even bij een nieuw aangelegde faunabuis langs. De buis loopt ongeveer parallel aan een beek onder de weg door. Voor de ingang van de buis waren tientallen prentjes te zien en nog beter, ze gingen de buis in. Hoera, het werkt.
De grote vraag is natuurlijk, welk beest had de buis ingewijd? Al snel zag ik dat het om prentjes van een woelrat- of bruine rat ging. Die zijn (meestal) lastig van elkaar te onderscheiden. En toch gaat mijn geest interessante dingen doen. Het was namelijk een typische setting voor een woelrat. En omdat die setting zo typisch is, ga je de feiten er vanzelf bij zien. Zoals in een heel slecht politie-onderzoek zeg maar.
Want toen ik wat beter keek, zag ik steeds meer prentjes in een 'viertje' bij elkaar staan. Dit spoortype is heel karakteristiek voor ware muizen. Ze ontstaan als bijvoorbeeld een bosmuis of bruine rat in 'sprong' is gaan. Soms overlappen de prenten van de achterpoten die van de voorpoten. Maar hier, zag ik een 'viertje' waarbij de grotere achterpoten met vijf tenen (soms zijn er maar drie of vier te zien) de kleinere voorpoten met vier tenen (meestal zijn er maar drie te zien) voorbij hadden gestreefd. Bent u er nog?
Dus of de woelratten in de Peestermaden waren zo jaloers op het elegante gehup van de bruine ratten dat ze zich in recordtempo hebben geëvolueerd tot halve kangoeroes of de bruine ratten in het gebied zijn buitengewoon lenig. Ik hou het voorlopig maar even op dat laatste.
Er zijn beesten waar je nooit iets over hoort. De bruine rat bijvoorbeeld. In mijn 'diersporenpraktijk' gebeurt vaak het volgende. Er wordt een interessant spoor gevonden, bijvoorbeeld het oeverhol in een 90 graden talud van een sloot (zie foto). Vlak onder het hol zijn krabsporen te zien en als je heel goed kijkt met de verrekijker is er vanuit de waterlijn een klein looppaadje omhoog te zien. Met een beetje fantasie lijkt het op onmogelijke klimroute van een steenbok. Fascinerend eigenlijk hoe die beesten hun weg weten te vinden.
... De Alpen, ik verheug me er nu al weer op om daar in oktober naar sporen van lynxen te zoeken ...
Terug naar de werkelijkheid van nu. Het oeverhol. In het gesprek met mijn excursiemaatjes van die dag passeren allerlei spannende beesten, van ijsvogel (nogal onmogelijk in maart) tot wezel. Het meest voor de hand liggende dier komt pas op het allerlaatste moment aan bod. Het wordt ook nog eens op een nogal denigrerende manier ter sprake gebracht (ja, ik doe daar zelf van harte aan mee): het zal wel weer een bruine rat zijn.
Het lukt mij blijkbaar ook niet om in te zien dat zo'n bruine rat een buitengewoon boeiend beest is. Hij kan zich op extreme manieren aanpassen aan de omstandigheden, of dat nu midden in de grote stad is of zoals op de foto aan de rand van een bos in een steile sloottalud. Maar het gebeurt natuurlijk wel vaker dat we beesten die zich beter kunnen aanpassen dan wij over het hoofd zien.
Feiten: Oeverhol, doorsnede ca. 5 cm, 50 centimeter boven de waterlijn in 90 graden sloottalud. Fijne krabsporen bij de ingang. Wissel naar het hol vaag zichtbaar.