Posts tonen met het label De Onlanden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Onlanden. Alle posts tonen

vrijdag 30 oktober 2015

Wilde plekken #3 - Watervogelen

Vogels kijken vanuit de kano in De Onlanden. 
Het licht was in een goede bui vandaag. In de ochtend schilderde het met een gouden kwast. Later op de dag, toen we ergens in De Onlanden onze magen vulden, kreeg het een zilveren gloed. Het lijkt misschien een devaluatie, maar dat was het niet. Het is een ijl soort licht dat november aankondigt en langzaam de dikke oktoberkleuren verdrijft.
De Onlanden lijkt, zoals zoveel moerasgebieden, niet heel toegankelijk. Maar dat is schijn. In plaats van het water als een onneembare hindernis te zien, kun je het ook beschouwen als een goede vriend. En vandaag ervoer ik weer eens met Tim, Marc, Maaike en Albert hoe leuk het is om nieuwe vriendschappen te sluiten. Eerder was ik in de Muritz al vriendjes geworden met een kajak, vandaag herontdekte ik de Canadese kano. Met dank trouwens ook aan Maaike, stuurmanskunstenaar en hulpmotor. 

IJsvogelgarantie

De Onlanden is in de afgelopen jaren een prachtige wilde plek geworden. Vind ik. De voormalige graslanden zijn veranderd in een vogelrijk moerasgebied. Aan de noordzijde ligt een prachtige kanoroute met volgens mij ijsvogelgarantie in deze tijd van het jaar. Overal knerpten watersnippen en vlogen wintertalingen, aalscholvers en grote zilverreigers heen en weer. Alsof ze niet kunnen kiezen wat het beste plekje is. We zagen een visarend wapperen boven de slenken in de polder Matsloot. Ook die is er nog. En de klapekster is terug. Aan de zuidoever van het Leekstermeer zat hij in het topje van els, een setting waar een graficus jaloers van wordt. 

Klapekster.
Tijdens een pauze aten we brood, met daarop roggebrood, ei en spek met grote dank aan Tim en Marc. Kanoën kost nu eenmaal meer energie dan bureauboswachten. Een havik vloog op uit een stuk nattigheid waar je nooit een havik zou verwachten. En dat is nu juist zo leuk aan wilde plekken, er gebeurt altijd wel iets wat niet in je denkraam past. Een wilde plek is derhalve een geestverruimend middel.  
Nou ja, laten we het ook weer niet te filosofisch maken. De baardmannetjes acteerden in dit prachtige decor namelijk precies volgens het script. Ze vlogen in groepjes van rietstengel naar rietstengel en riepen 'ping ping'. Sommige dingen moeten ook gewoon hetzelfde blijven...



zaterdag 4 januari 2014

Natuurspoorjournaal #56 - Volg de vos (episode ?)

Volg de vos...
'Wat is je lievelingsdier?' Afgelopen week kwam de vraag weer eens voorbij. Ik kwam een beetje in gewetensnood, want stel dat deze jonge natuurvorser me dat al een keer eerder had gevraagd. Je wéét het niet! In een flits trokken diverse recente lievelingsdieren aan mijn geestesoog voorbij: roodborsttapuit, bosuil, raaf, gaai, boommarter, das, eekhoorn, wild zwijn, letterzetter en misschien heb ik ook nog wel eens ree en sperwer laten vallen. Maar me het meest lief is toch wel de vos.
Waarom? Nou daarom! En omdat hij er altijd en overal is. Diep in het bos, hoog in de bergen, midden in de stad en ook het nieuwe moeras. Gisteren liep ik met Guido mijn vaste otterpoeprondje in De Onlanden. In dat rondje zit een stukje watergang van een ongeveer 1 kilometer. Sinds een jaar of twee loop ik daar eens in de maand langs op zoek naar otterpoep, ook wel spraints genoemd.

Poep = dier
Want om het even simpel te zeggen, poep = dier. Nu had Wim van Boekel (klik hier voor zijn zeer lezenswaardige website over het gebied) een jaar geleden al aangetoond dat dit prachtige dier zich in De Onlanden had gevestigd of in ieder geval langdurig op visite was geweest. Daarna volgden diverse waarnemingen van anderen verspreid over het 1800 ha grote gebied, maar in mijn gebiedje was hij nog niet geweest. Tot gister dus. Hoera. Gelukkig Nieuwjaar!

Otterspraint.
Maar... nog net iets leuker dan die otter vind ik de vos die er rond loopt. Hij of zij (of beide maar voor het gemak maar even hij) loopt waarschijnlijk elke dag mijn maandelijkse rondje. Of beter, ik loop elke maand zijn dagelijkse rondje. Die vos wil ik graag een keer zien, maar hij heeft andersom die behoefte niet. Mijn cameraval die ik er af en toe neerzet om deelgenoot te worden van het Onlandse nachtleven, mijdt hij als de pest. Zelfs een moot makreel kan hem niet verleiden, waardoor de bruine ratten elke keer een orgastisch feestmaal hebben.

Keuteltaal
Maar ik weet dat hij er is. Zijn taal is duidelijk en in keutels geschreven. Veertig in totaal op een traject 2 kilometer telden we ongeveer. Allemaal gewoon op de grond, dus niet op een verhoging. Met puntje, zonder puntje, gesegmenteerd, worstvormig, zwart, grijs, met veren en botten, of een van beide, of geen van beide, stinkend of juist best aangenaam van geur, lang, dun, dik, kort... In alle soorten en smaken zeg maar. Tot wel 15 cm lang en de dikste stukken waren ongeveer 2,5 cm. 'Hij heeft goed te eten', zeiden we tegen elkaar. Gelukkig maar.
En over uitwerpselen gesproken, er was nog een gek keuteltje van een muskusrat, bij een eetplaatsje. Niet cilindrisch, maar meer in de vorm van een langgerekte peer. En erg kort voor een muskusrattendruksel, krap aan 1 cm. Maar gelukkig mag dat volgens de onvolprezen Mammal Tracks & Sign van Mark Elbroch. Een Amerikaanse gids weliswaar, maar daar is de muskusrat inheems en dus uitgebreid beschreven.

En nu ik het er toch over heb, de muskusrat is toch ook wel een van mijn lievelingsdieren.

Afwijkende keutel van een muskusrat.
P.s. Hier staat nog een poging het menselijke wezen met vossenogen te bekijken: Volg de mens.