zondag 3 maart 2013

Natuurspoorjournaal #36 - Verenvariatie

Spoorzoekers zijn vaak of van de zoogdieren of van de vogels. Ik kom niet vaak mensen tegen die en elke onderstaartdekveer van een wilde eend herkennen en ook feilloos een wasbeerhond-prent onderscheiden van die van een hond of vos. Ook auteurs van sporenboeken kunnen vaak niet kiezen. Bovendien zijn de boeken vaak verre van compleet. Dat kan ook bijna niet. Als je alle veren van in Nederland voorkomende vogels in een boek wilt opnemen, heb je aan 2000 bladzijden waarschijnlijk niet genoeg.
Toch zijn die veren wel erg leuk om te verzamelen en van een naampje te voorzien. 'We moeten als mens alles benoemen', zal mijn vriendje Guido nu zeggen. 'Dat onderscheidt ons als talige wezens ├ęcht van andere dieren'. Ik denk er in dit geval iets minder diepzinnig over na. Ik vind het gewoon leuk om veren op een vel papier te plakken met een dotje lijm. Met zo'n woordspuugapparaat maak ik van die witte strookjes met zwarte letters die ik er netjes bij plak. Papier met veer in een insteekhoes. Insteekhoes in een ordner. Geluk.
Het voordeel van deze handeling is daarnaast dat de veren zich beter op je harde schijf nestelen. Je hebt er bewuster naar gekeken en als je dan nog eens zo'n veertje in het veld vindt, kun je hem zonder veel moeite toeschrijven aan de bewuste ex-vogel. Bovendien zijn er echt juweeltjes bij die je in 'dooie' lijve nog eens kunt bekijken. Kijk alleen maar eens naar die blauwe veertjes uit de vleugel van een gaai!

Verendag
Vandaag was blijkbaar een verendag. Op meerdere plekken vond ik ze. Een paar ruiveren, maar vooral stille getuigen van een of andere slachtpartij. Ik heb er een paar op de foto gezet. De zwarte veer links is een staartveer van een merel. In het midden zie je de vleugelveren van een wilde eend-man. Het kleine veertje is een zogenaamde armdekveer. De eend heeft waarschijnlijk als vossenvoer gediend. De rechterveer is de handpen van een sperwer. Zowel de buiten- als binnenvlag zijn een beetje versmald. Met de juiste informatie kun je precies nagaan op welke positie de veer in de vleugel heeft gezeten. Maar in het boek Vogelsporen van Roy Brown e.a. worden de maten van de verschillende veren wel gegeven, maar er staat niet bij of het van een man of vrouw is. En dat scheelt nogal bij sperwers. Volgens de begeleidende tekst hebben ze de gemiddelde maten genomen van de balgen in het Natural History Museum. Tja.
Hoe dan ook, ik vond de veren in de buurt een vaste plukplaats van een sperwer. Er lagen vooral restanten van koolmezen en een zanglijster. Maar de sperwer was zelf ook door een roofdier aan zijn eind gekomen. De veren waren afgebeten een aan het wat rafelige patroon meen ik te kunnen afleiden dat een marter de sperwer heeft overrompeld. Of dat tijdens het plukken van een prooi  is gebeurd of terwijl de sperwer zat te slapen in een spar in de buurt, stond er helaas niet bij. Hoe dan ook, hier komen sporen van vogel en zoogdier prachtig bij elkaar. Voor iemand die niet kan kiezen, zoals ik, zijn dit dus de mooiste puzzels...

p.s. bij de links staan twee goede websites waar veel over vogelveren te vinden is.

Verenvariatie.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten