Posts tonen met het label berk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label berk. Alle posts tonen

maandag 17 februari 2014

Natuurspoorjournaal #62 - Sapputjes en larvegangen


Geïnspireerd door de post van Hanna Schipper-Seton in de Diersporen-groep op Facebook en het antwoord van Annemarie van Diepenbeek vandaag wat beter gekeken naar piksporen op berken. Ik heb zo'n dertig levende en tien dode berken van verschillende dikten bekeken. Al vrij snel vond ik in een levende en vitale berk met soortgelijke piksporen als Hanna poste. De schors was er vanaf de zijkant afgestoken en vervolgens had een specht (althans daar ga ik vanwege de grootte van het gat maar even vanuit) een gaatje uitgepikt van maximaal 1 cm diep, voorbij het cambium (zie foto 1). Ik heb een paar van die gaatjes wat 'opengewerkt' en kwam niets tegen dat duidde op aanwezigheid van kevers. Deze gaatjes moeten (dus) wel gemaakt zijn om sap te drinken. De gaatjes op de foto waren niet vers, de sapstroom leek ook nog niet echt op gang te zijn. 

Foto 1. Sapputjes van grote bonte specht in berk.
Daarna vond ik een boom met dezelfde piksporen maar daar waren de wonden gevuld met een soort wildgroei (waterlot). Zie foto 2.
Foto 2. Met waterlot dichtgegroeid sapputje. 
Op niet een van de levende berken kwam ik sporen tegen die er op wezen dat er kevers actief waren. Op de dode berken daarentegen wemelde het er van. Naast de opvallende, zo heb ik inmiddels geleerd, ventilatiegaatjes van de larven van berkenspintkever (foto 3), vond ik ook diverse grotere gaatjes waarvan ik maar aanneem daar daarachter ook ergens een larve verstopt zit.
Foto 3. Ventilatiegaatjes van berkenspintkever. 
Deze grotere gaatjes vond ik verspreid op de bomen en niet zo netjes op een rij als de hierboven beschreven gaatjes. Ze zijn bovendien een stukje groter (foto 4). De gaatjes werden vervolgd door een lange gang van wel meer dan vijf centimeter die vrij snel achter de schors naar beneden boog. Het zou natuurlijk kunnen dat deze gaatjes door een andere keversoort worden veroorzaakt zoals de kleine houtboorder. Er is echter opmerkelijk weinig informatie over deze soorten te vinden. In het prachtige boek Insects and diseases damaging trees and shrubs of Europe wordt de kleine houtboorder niet genoemd, maar wel andere Xyleborus-soorten die soortgelijke grote gaatjes maken in andere bomen.

Foto 4. Grotere larvegaten in berk. 
Veel van juist deze gaatjes waren aangepikt door spechten. Ze waren op dezelfde manier als de sapputjes van de zijkant geopend en een klein beetje uitgehakt (foto 5). Met zijn lange tong hengelt een specht dan vervolgens de larve uit het gangetje. Ik heb dat al eens kunnen observeren bij een grote bonte specht, maar in dit filmpje http://www.youtube.com/watch?v=t3ryvtFxXCg is prachtig te zien hoe een zwarte specht dat doet. Deze piksporen lijken sterk op de sapputjes, maar er zit dus een veel diepere, naar beneden lopende gang achter. 

Foto 5. Door specht opengehakte en vermoedelijk leeggeviste larvegang. 
Het gaat natuurlijk allemaal nergens over, maar ik vond het wel weer een leuk besteed uurtje...

zondag 12 januari 2014

Natuurspoorjounaal #57 - Keverkunst

Vraatpatroon grote berkenspintkever.
(foto Nicolette Branderhorst)
Ik heb geen bosbouwachtergrond. Over het algemeen weet ik me zonder die wetenschap prima te redden. Maar zo af en toe komt het gemis toch bovendrijven, zoals nu. Veel van mijn collega's die de bosbouwschool wel goed hebben doorlopen hebben namelijk een begerenswaardige kennisvoorsprong. Dan gaat het mij vooral om de kennis van plagen en ziektes bij bomen en natuurlijk vooral hoe je die kunt herkennen. Want dán gaat het ineens over sporen...

Vandaag liep ik namelijk langs een dooie berk met een prachtig vraatpatroon van één of andere kever. Het beeld leek nogal op dat van de letterzetter (Ips typographus), maar die lust over het algemeen geen berk. Dat weet ik dan nog wel. Had ik de bosbouwschool wel met goed gevolg doorlopen, dan had ik ongetwijfeld geleerd dat het knaag- en vraagtpatroon van de grote berkenspintkever (Scolytus ratzeburgi) er ongeveer hetzelfde uitziet. Hoe dan ook, ik vind het een 'begerenswaardig' spoor! (maar daar zullen ze juist op de bosbouwschool wel weer anders over denken).

Nachfrass

Eenmaal thuis vind ik op internet een verhandeling van ene professor W. Roepke uit 1931 over de 'nachfrass' van de grote berkenspintkever. Er worden eigenlijk twee typen vraatsporen onderscheiden. Ik citeer: 1e. de karakteristieke en opvallende broedgangen onder den bast en 2e. een minder in het oog loopende beschadiging op andere deelen van de plant, die door Duitsche entomologen als "Nachfrass" of "Reifungsfrass" wordt aangeduid. 

Nu word ik pas echt nieuwsgierig. Nog een spoortype!? Dus type ik 'nachfrass scolytus retzeburgi' in op Google en druk op 'Afbeeldingen'. Mijn computer moet even nadenken, maar dan volgt een teleurstellende resultaat. 'Er zijn geen afbeeldingsresultaten gevonden voor uw zoekopdracht.' Misschien is dat ook wel een beetje teveel gevraagd, in 1931 bestond Google natuurlijk nog niet. Wel kom ik via via op een interessant lijkende Finse site waar ik natuurlijk weer geen klap van kan lezen. Ik zie een nieuwsgierig makend fotootje op die site en probeer de vertaalfunctie van Google. Het bijschrift wordt vertaald als 'Verwoestingen onder de schelp.' Aha!

Ik geef het eerst maar even op. Ik heb weer een diersoort in mijn hart gesloten waar verder niemand fan van is. Zelfs de Finnen niet...