woensdag 12 juni 2013

Natuurspoorjournaal #48 - Vleugelraadsel

Afgebeten libellenvleugels.
Soms vind ik een spoor waarvan de oplossing erg voor de hand ligt. Ergens aan de rand van de boswachterij Veenhuizen liggen tientallen afgebeten libellenvleugels, voornamelijk van viervlek en noordse witsnuitlibel. Libellen, afgebeten vleugels, randje Fochteloërveen, boomvalk dus. Zou je zeggen. Boomvalken zijn immers ware libellenverslinders. Ze vangen ze in de lucht en eten ze uit het vuistje. De 'vieze' vleugels bijten ze af en laten ze achteloos vallen. Maar... dan kan die boomvalk die hier aan het werk is geweest wel verdomde goed mikken. De vleugels lagen verspreid over een zeer beperkte oppervlakte. Ook al zaten die libellen hutje mutje, dan nog is de boomvalk zo een tiental meters verder voordat hij of zij er aan begint te peuzelen. Maar wat is het dan wel geweest? Ook Willem, en die heb ik zeer hoog als het gaat om het oplossen van dit soort raadsel, weet het niet. Geen boompje in de buurt dat als zitpost kon dienen. Grauwe klauwier misschien? We vinden het beiden niet heel aannemelijk? Wie iets beters kan bedenken, mag het zeggen! Graag zelfs.

Aanvulling op 13 juni

Het vleugelraadsel heeft diverse suggesties opgeleverd. Dank daarvoor! Spitsmuizen, nachtelijke rondschuimende egels, wezels... Allemaal suggesties die het denken verder brengen. Het waren bijna allemaal vleugels van vers uitgeslopen libellen. Dat uitsluipen gebeurt overdag. De verse libellen moeten vervolgens opwarmen om te kunnen vliegen. Dat muizen daar vervolgens mee aan de haal gaan is niet heel waarschijnlijk. Muizen zijn voornamelijk nachtactief en bovendien nemen prooien mee naar beschutte plekjes, anders worden ze zelf prooi. Egel en wezel zijn ook voornamelijk nachtactief. Mijn collega Roelof Blaauw zei meteen: witte kwikstaart. Hem was een 'gevalletje' bekend van een witte kwik die alle uitsluipendee groene glazenmakers in de Peizermaden aan zijn jongen opvoerde. Van koolmezen is bekend dat ze 'op wacht staan' bij uitsluipende vlinders. En er zijn vast meer insectenetende vogels (paapje, roodborstapuit?) die razendsnel door hebben dat zich ergens overvloed is. Maar zeker weten doe je het natuurlijk niet, voordat je het zelf gezien hebt. Er zit dus niets anders op dan volgend jaar een tijdje te posten op een mooie lentedag. Ik heb er nu al zin in.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten