zaterdag 12 februari 2011

BosBlog (4)

Zit de boommarter nu wel of niet in die 100 ha waar dit BosBlog over gaat. Vier jaar geleden ben ik begonnen om dat te onderzoeken. Waarom? De boommarter is in Nederland een zeldzaam dier en zeldzame dieren zijn altijd leuker te onderzoeken dan zeg bosmuizen. De Werkgroep Boommarter Nederland (www.werkgroepboommarter.nl) is al een jaar of twintig bezig om te onderzoeken hoe groot de boommarterpopulatie in Nederland is. En gaat het dan om een zogenaamde metapopulatie, dus staan de verschillende deelpopulaties met elkaar in contact, of zijn ze genetisch van elkaar aan het vervreemden? De grootste populatie in Drenthe bevind zich in het Drents-Friese Wold.

Er werd vanuit gegaan dat boommarters grote aangesloten bosgebieden nodig hadden om zich voort te kunnen planten. In de loop der jaren is aan het licht gekomen dat ook bossen van een paar honderd hectare geschikt leef- en voortplantingsgebied zijn. Het inventariseren van boommarters is echter ook in kleinere bossen een tijdrovend karwei, helemaal als je voortplanting wilt vaststellen. Je brengt potentiële nestbomen in kaart en kijkt in het voorjaar of de bomen bezet zijn. Dat betekent uren struinen, bomen bekijken en sporen zoeken. Vooral in de perifere gebieden , waar ik mijn onderzoek doe en waar niet jaarlijks voortplanting plaatsvindt, gaan er jaren voorbij zonder dat je ook maar een boommarter gezien. Ook al heb je dan in totaal meer dan duizend hectare bos, en potentieel geschikt voortplantingsgebied 'onder je hoede'.

Frustrerend
Een beetje frustrerend wordt het als je wel voortdurend sporen vindt in de vorm van marteruitwerpselen en prooiresten die aan marters toehoren. Met nieuwe technologie zoals cameravallen kunnen de voormalige eigenaren van deze sporen iets gemakkelijker worden achterhaald. Maar die technologie laat ook een twijfel weer toeslaan. Sporen die ik tot voor kort aan boommarter toeschreef, blijken toch van steenmarters te zijn.

De steenmarter, die zo bekend is van de meer stedelijke omgeving, blijkt ook ver en diep in de bossen voor te komen. Althans, dat bewijst mijn cameraval. Onderzoek van anderen had dat ook al wel laten zien, maar een beetje eigenwijs ben ik natuurlijk ook wel. Vanochtend was de opwinding groot. Mijn cameraval maar liefst twintig filmpjes gemaakt op een zeer veelbelovende plek waar ik veel boommartersporen had gevonden. In de auto snel het kaartje in mijn netbook, maar net op het moment dat ik de filmpjes in beeld kreeg, hield de accu het voor gezien.

Dan nog maar even wachten. Met een gelukzalig gevoel haalde ik mijn val op die in een heel ander gebied stond. Geen enkele opname, maar wat gaf dat? Ik had immers een ander ijzer in het vuur. Ik stelde de beloning nog even uit door een paar mooie wissels te volgen. Mogelijk levert dat weer een nieuwe dassenburcht op. Ik vond sporen van bosmuizen, eekhoorns, ree, uitwerpselen van een vos. Een buizerd vloog klagend weg. Het ging steeds harder ijzelen, maar dat maakt allemaal niet uit. Het was mooi buiten, zoals altijd.

Eenmaal thuis, was er toch weer even die teleurstelling. Op de filmpjes stond geen boommarter, zelfs geen steenmarter, maar een drietal bosmuizen dat zich tegoed deed aan de pindakaas. Ik grinnikte om mijn eigen kinderlijke enthousiasme. Had ik toch bosmuizen 'onderzocht'. Het blijft spannend en leerzaam dat buitenwerk. Ook Marc van Roosmalen en andere grote natuuronderzoekers zullen wel eens blij zijn geweest met een dooie muis, ik bedoel mus...


Zo zie je ze helaas maar zelden...

2 opmerkingen:

  1. Ja, soms denk je een geweldig dassenspoor te hebben gevonden in de vorm van een afgekloven plak brood met pindakaas. Dan komt er ene Aaldrik Pot die je verteld dat het toch waarschijnlijk muizentandjes zijn!
    Wil

    BeantwoordenVerwijderen